Kritiek op 'vormfouten' weerspiegelt onvrede

De discussie over vormfouten in de strafrechtspleging heeft zo langzamerhand een niveau bereikt waarop de nuance ver is te zoeken. Dat blijkt al direkt uit datgene wat zonder onderscheid onder het begrip vormfouten wordt geranschikt. Alsof het allemaal - in relatie tot de ernst van de 'fout' en het gewicht van de belangen die in het geding zijn - geen verschil maakt wat er misgaat.

De nuance geldt als bestaansvoorwaarde van het recht. Maar wat en hoe moet nu eigenlijk worden genuanceerd? En wie wordt geacht die kunst van het recht te beheersen? In tijden van publieke verontwaardiging delft de nuance als eerste het onderspit. Het wekt dus geen verbazing dat in de media schande wordt gesproken waar bij nader inzien ook een ander oordeel op zijn plaats zou zijn. Zo noemt Marcel Haenen in deze krant van 19 november de vrijspraak van zware drugsdealers een blamage voor Nederland. Geheel los van deze zaak: het is maar waar het accent wordt gelegd.

Er kan, zoals Haenen doet, van een 'vormfout' worden gesproken als een advocaat niet de gelegenheid krijgt bij het verhoor van getuigen aanwezig te zijn. Man kan ook zeggen, overeenkomstig de criteria van het Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), dat de verdediging wezenlijk in haar belangen is geschaad wanneer zij niet de gelenheid heeft gehad rechtstreeks, door mondelinge vragen de totstandkoming van belastend bewijs te controleren en te beinvloeden. Dat is vooral van belang in situaties waarin de rechter die volgens de wet vonnis moet wijzen op grond van wat er op de zitting voorvalt, tijdens die zitting juist niet met getuigen wordt geconfronteerd. Hij kan zich dus geen goed beeld vormen van de betrouwbaarheid van de in het vooronderzoek afgelegde verklaringen. We hebben het hier dus niet over een vormfout, maar over een situatie die rechtstreeks de totale kwaliteit van het systeem raakt.

Sanctie

In dezelfde krant van 19 november merkte J. Leyten, advocaat-generaal bij de Hoge Raad, dan ook terecht op dat het bij 'vormfouten' niet gaat over zoiets als de etiquette van het strafrecht. Inderdaad, gebondenheid aan het recht is wat anders dan gebondenheid aan hetgeen de etiquette voorschrijft.

De nuance van het recht veronderstelt ook dat aan schending van procesvoorschriften geen zwaardere sanctie mag worden verbonden dan door de aard of het belang van het voorschrift wordt gedicteerd: zo zal het verstrijken van een termijn waardoor de rechter geen toezicht kan houden op voortzetting van de voorlopige hechtenis, invrijheidstelling van de verdachte tot gevolg moet hebben (Karaman), maar dat betekent niet dat elk verzuim van termijnen, zulke rigoureuze consequenties moet hebben. Dat is de andere kant van de medaille. Wie de kunst van deze nuance bij uitstek moet verstaan is natuurlijk de rechter. In de publiciteit lijkt de indruk te ontstaan dat rechters voordurend wegens de geringste procedurefouten verdachten op vrije voeten stellen. De werkelijkheid is dat rechters in de regel alles eraan doen om ongewenste gevolgen te voorkomen.

Maar er zijn ook rechterlijke beslissingen die soms van een niet goed verklaarbare vrijmoedigheid getuigen. Bij sommige zaken kan men zich afvragen of het defect in de procedure niet had kunnen worden gerepareerd in plaats van afgestraft. Wanneer bijvoorbeeld de advocaat een verzoek om nader onderzoek op tafel legt dat onbeantwoord blijft, kan onder omstandigheden de zaak ter zitting worden aangehouden en voor nader onderzoek naar de rechter-commissaris worden verwezen. Dan zou immer zijn gebeurd wat de advocaat wilde bereiken. Weliswaar staat deze oplossing voor deze situatie niet met zoveel woorden in de wet, maar in de wet staat ook ergens dat, als het verzoek van de advocaat niet wordt beantwoord, het openbaar ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard. Binnen de grenzen van het recht prevaleert de mogelijkheid van reparatie boven de mogelijkheid van sanctionering. Ook dit vereiste van proportionaliteit vloeit uit de nuance van het recht voort.

Onvrede

Het zal wel toeval zijn, maar het begint op te vallen dat vormfouten vooral publieke aandacht krijgen in tijden waarin onvrede heerst. In de media treft men het thema dan ineens aan met de zelfde intensiteit als waarmee het debat wordt gevoerd over uitkeringsgerechtigden, vreemdelingen en zwaardere straffen. En over de gang van zaken binnen de strafrechtspleging (over al die dingen die niet goed lopen) is inmiddels de nodige onvrede opgebouwd. Wellicht zijn er rechters die, wanneer hun irritatie in een concreet geval de tolerantiegrens heeft overschreden, bij een keuze tussen diverse mogelijkheden de zwaarste sanctie toepassen. De 'vormfout' fungeert dan als signaal.

Als dat waar zou zijn - alleen rechters kunnen dat voor zichzelf vaststellen wanneer zij de uithoeken van hun geweten raadplegen - dan is dat hoogst bedenkelijk. Want de rechter oefent zijn functie uit in dienst van het algemeen belang. Daartoe behoort het handhaven van een behoorlijk niveau van procesvoering. Maar het behoort ook tot het algemeen belang dat een rechter tijdens een strafproces geen douceurtjes aan een verdachte uitdeelt wanneer daar geen werkelijke noodzaak tegenover staat.

Bij 'vormfouten' gaat het altijd om de keuze tussen onrecht en onrecht: de beslissing dient uit te vallen ten gunste van wat de rechter - die een inspanningsverplichting heeft om de in het geding zijnde belangen op een evenwichtige manier tegen elkaar af te wegen - als het minste onrecht beschouwt. Een factor die bij de belangenafweging niet buiten beeld kan blijven, is terug te voeren op de vraag hoe de geloofwaardigheid in de rechtspraak overeind kan blijven. Want het is in de publieke opinie wel diezelfde rechter die een moordenaar op vrije voeten heeft gesteld en op een ander moment de stakende taxichauffeurs op Schiphol of de blokkades opwerpende boeren nog met gezag moet kunnen toespreken. De publieke verontwaardiging nuanceert niet.

Advocaten

Behalve rechters dienen ook advocaten met gevoel voor nuance om te gaan met de gevolgen van wat er tijdens een strafproces misloopt. Wie in zwembroek aan de rand van een tropisch zwembad tegenover de pers uitroept dat hij zat te wachten tot de zaak fout liep, zet de publieke opinie op het verkeerde been. Het getuigt niet van wezenlijk begrip voor de gekwetste gevoelens, wanneer advocaten - ook als zij het gelijk aan hun zijde hebben - zich gedragen als de jager die triomferend poseert met een been op de neergeschoten buffel. Het is in strijd met de waardigheid van hun beroep en bovendien een absolute miskenning van de effecten die de foutenjagerij op de lange duur teweegbrengt. Naarmate de advocatuur vaker op zoek gaat naar het succes op de korte termijn en dat publiekelijk bejubelt, is de kans groter dat het effect op de lange termijn volkomen averechts uitpakt. De overheid kan veel hebben, maar zij is er erg gevoelig voor als zij belachelijk wordt gemaakt. Het gevolg zou wel eens kunnen zijn dat in internationaal verband krachten worden gemobiliseerd om via nieuwe protocollen de werking van internationale verdragen te beperken. De nationale wetgever staat trouwens nu al in de startblokken. Wie nu te luid feest viert, heeft straks helemaal niets meer te vieren.

    • T. M. Schalken