Kritiek op effecten van nieuwe woonsubsidies

DEN HAAG, 29 nov. - De gemeentebesturen van Amsterdam en Rotterdam vrezen dat de uitwerking van de nieuwe subsidieregelingen in de volkshuisvesting zeer nadelig zal zijn voor de laagstbetaalden.

In een brief aan de Tweede Kamer tonen ze zich zeer geirriteerd over het overleg dat zij daar met staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) over voerden.

Volgens berekeningen van de steden zal 85 procent van de nieuwbouw in de oude wijken en 65 procent van de gerenoveerde woningen onbetaalbaar worden voor mensen met een minimuminkomen. De financiele risico's voor gemeenten, huurders en verhuurders worden zo groot dat de stadsvernieuwing onuitvoerbaar zal blijken, vrezen Amsterdam en Rotterdam.

Zij zeggen alternatieve voorstellen te hebben gedaan die het Rijk niet meer geld kosten, maar waarover desondanks geen overeenstemming mogelijk bleek. De Rotterdamse wethouder Vemeulen verwijt Heerma 'een halsstarrige houding'. Hij omschrijft het overleg met diens ambtenaren als 'achteraf volstrekt zinloos' en stelt dat dit door het ministerie wordt gebruikt 'om illusies te wekken die fata morgana's blijken te zijn'.

De nieuwe regelingen zijn gebaseerd op het Besluit woninggebonden subsidies. De gemeenten krijgen meer zeggenschap over de besteding van het geld en de subsidies worden meer op de kopers of huurders gericht dan op de woningen zelf. Deze hoofdlijnen worden door de gemeenten onderschreven; met de uitwerking zijn ze het echter zo oneens dat ze aankondigen niet te zullen meewerken zolang hun eigen voorstellen niet serieus worden genomen. Ze bepleiten een veel geleidelijker overgang naar het nieuwe systeem en meer flexibiliteit in de regels.

De Gehandicaptenraad vreest dat er door de nieuwe regeling vanaf 1992 onvoldoende geld beschikbaar komt voor het aanpassen van woningen. De COSBO (overlegorgaan van ouderenbonden), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Nationale Woningraad delen die zorg, zo blijkt uit een gezamenlijke brief aan Heerma.