Kok: volgend jaar vaart zetten achter interne markt EG

BRUSSEL, 29 nov. - In het jaar 1991, wanneer het voorzitterschap van de Europese Gemeenschap wordt vervuld door Luxemburg en Nederland, zullen zoveel mogelijk knopen doorgehakt moeten worden om het programma van de interne markt op 1 januari 1993 klaar te krijgen. Van de Benelux-landen wordt dan ook een initiatiefrijke rol verwacht.

Dat zei gisteren de Nederlandse vice-premier en minister van financien, Wim Kok, in een rede in Brussel voor de Nederlandse Kamer van Koophandel voor Belgie en Luxemburg. De Nederlandse minister ging in zijn rede vooral in op de ingrijpende veranderingen waarvoor de Europese Gemeenschap staat na de definitieve afrekening 'met de politieke, ideologische en militaire grenzen die ons continent al te lang verdeeld hebben gehouden'.

Maar ook stond hij uitvoerig stil bij de toekomstige ontwikkelingen binnen de Europese Gemeenschap, de vorming van een Economische en Monetaire Unie (EMU) en de Europese Politieke Unie (EPU), waarover volgende maand intergouvernementele conferenties worden gehouden in Rome.

Kok wees erop dat in de huidige eerste fase van de EMU - die op 1 juli dit jaar is begonnen - de interne markt moet worden voltooid, wat 'tot het eind van 1992 nog het nodige werk' zal opleveren. Hoewel al meer dan 60 procent van de maatregelen in het Witboek - het programma dat voor de interne markt moet worden afgewerkt - is aangenomen, moet nog een groot aantal belemmeringen worden opgeheven op het gebied van het personenverkeer, de interne verzekeringsmarkt, de transportmarkt. Ook moeten de fiscale regimes van de lidstaten nog wordn geharmoniseerd. 'In de loop van 1991', zo zei Kok, 'zullen onder Luxemburgs en Nederlands voorzitterschap zoveel mogelijk knopen moeten worden doorgehakt. Als er eind 1991 nog onvoldoende vorderingen zijn gemaakt wordt het immers zeer problematisch om de finale datum van 1 januari 1993 te halen.' Immers, zo zei de Nederlandse minister, de lidstaten hebben 'door de bank genomen toch zeker wel een jaar nodig om de genomen besluiten op te nemen in hun nationale wetgevingen. Pas als dat gebeurd is, is de interne markt een feit.'

Kok meende dat de omstandigheid dat Luxemburg en Nederland volgend jaar het voorzitterschap van de EG bekleden 'eens te meer' uitnodigt 'tot een initiatiefrijke rol van de Benelux-landen en tot het nemen van initiatieven in een zekere gezamenlijkheid als dat kan'.

De twee intergouvernementele conferenties hebben volgens Kok gemeen dat ze de overdracht moeten regelen van belangrijke bevoegdheden die nu nog behoren tot de nationale soevereiniteit. Daaraan zijn volgens de minister gevaren verbonden: 'De middelgrote en kleinere lidstaten dienen van het gegeven doordrongen te zijn dat een beperking van hun autonomie niet zonder risico's is voor hun positie.' Wanneer nationale bevoegdheden worden overgedragen aan de Gemeenschap zullen op gemeenschapsniveau voorzieningen moeten worden getroffen voor een 'adequate democratische controle'. Hoe dat precies zou moeten gaf Kok niet aan, maar wel zei hij 'huiverig' te zijn voor het oprichten van nieuwe instituties, zoals de Fransen hebben gesuggereerd.

Wat betreft de besluitvormingsprocedure in de Gemeenschap pleitte Kok voor een 'tussenvorm tussen unanimiteit en de huidige vorm van besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid'. Daardoor zou voorkomen kunnen worden dat kleinere lidstaten worden overstemd.

Kok zei wat betreft de EMU te hopen dat de wisseling in het leiderschap van de Britse regering ertoe zal bijdragen dat Groot-Brittannie zich spoedig zal 'bekeren' tot de rest van de lidstaten.