Kamer biedt 'knelgevallen' geen hoop

DEN HAAG, 29 nov. - Een meerderheid van de Tweede Kamer ziet geen mogelijkheden om melkveehouders te helpen, die zijn gedupeerd door de superheffing. Het betreft ongeveer zeventig zogenoemde knelgevallen. Alle juridische oplossingen zijn uitgeput, luidde de conclusie gisteren tijdens de evaluatie van de Superheffingsregeling door de Kamercommissie van lanbouw en minister Bukman.

De regeling is in 1984 door de EG-ministers van Landbouw ingevoerd om het Europese melkoverschot in te dammen. De 'knelgevallen' hebben destijds door omstandigheden als bij voorbeeld ziekte geen of een te klein melkquotum gekregen. Een gezonde bedrijfsvoering is daardoor voor hen niet mogelijk. De meeste 'knelgevallen' zijn uitgeprocedeerd en hadden hun laatste hoop op de Kamer gevestigd. 'Het probleem zal zich nu vanzelf wel oplossen', aldus woordvoerster A. Marinus van de noodlijdende boeren. 'We gaan failliet, dus over een paar jaar is er geen knelgeval meer over.'

Bukman liet de Kamer weten dat wat hem betreft alles is gedaan wat gedaan kan worden. Door de knelgevallen alsnog extra melkquotum te geven, is de kans groot dat het ministerie wordt overstelpt met aanvragen van duizenden andere boeren die ook een groter melkquotum willen, aldus de minister.

De meeste fracties in de Kamer steunen Bukman in die opvatting. Alleen Groen Links, gesteund door SGP en RPF, stelde voor een commissie van wijze mannen te benoemen, die de individuele gevallen beoordeelt en besluit over het al dan niet toedelen van melkquotum.