EXPOSITIE IN STUDIO MUSEUM IN HARLEM; De verbeelding van de blues

The Blues Aesthetic: black culture and modernism'. T/m 30 dec. in The Studio Museum in Harlem, New York, 144 West 125th Street. Inl. 09-1212 864 4500.

Het Studio Museum in Harlem ziet het als zijn missie de 'kunst en kunstvoorwerpen van Zwart Amerika en de Afrikaanse Diaspora te verzamelen, te documenteren en te onderwerpen aan een kritische analyse'. Daarnaast beijvert het zich voor de 'mainstreaming' van Afrikaans-Amerikaanse kunstenaars, die in de officele kunstwereld' zwaar ondervertegenwoordigd zijn. Het beschermen en bewaren van een cultuur enerzijds en streven naar integratie anderzijds, dat houdt een zekere ambivalentie in. Diezelfde ambivalentie kenmerkt ook de door Richard J. Powell georganiseerde tentoonstelling: 'The Blues Aesthetic: Black Culture and Modernism'. Er zijn 76 werken van 35 kunstenaars uit de twintigste eeuw te zien, zwarte zowel als blanke, bekende en onbekende. Een gedeelte van het werk documenteert rechtstreeks, veelal met foto's, de wereld van de blues en haar coryfeeen, of is een commentaar op de sociale onderdrukking, waar de bluesmuziek uit voortkwam. Curieus is bijvoorbeeld de met roze veertjes versierde pop op een speeldoos (ca. 1925, anoniem), Josephine Baker voorstellend, die qua houding en opstelling meteen aan een ballerina van Degas doet denken. Opmerkelijk is een avant-Mapplethorpe foto van een naakte zwarte man (Paul Robeson), door Nikolas Muray gemaakt in 1929. Bij een ander gedeelte van het werk moet je veel moeite doen om nog een relatie met het thema blues te ontdekken, behalve dat in sommige gevallen het onderwerp zwart is en/of de kunstenaar van Afrikaans-Amerikaanse afkomst. Gegevens die, hoop je juist, bij de beoordeling van de kwaliteit van het kunstwerk, van ondergeschikt belang zijn.

De twee mooiste kunstwerken op de tentoonstelling zijn door vrouwen gemaakt. 'Guy with Doo-Rag' van Coreen Simpson is een reusachtige zwart-wit foto (90 bij 150 cm) van het gezicht van een jongen met een hoofdband. De stoere dracht verheelt niet dat zijn gezicht vooral kwetsbaarheid uitdrukt. Margo Humprey's 'The History of Her Life Written Across Her Face' bestaat uit een groot zelfportret, waarover kleine plaatjes getekend zijn, die een rebus vormen. Het Studio Museum in Harlem wordt vaak verweten dat het een excuus zou zijn voor andere musea voor moderne kunst om verder niets aan zwarte kunstenaars te hoeven doen. Inderdaad: het Whitney Museum of American Art zou de aangewezen gastheer - met meer prestige - hebben kunnen zijn voor deze tentoonstelling. Men moet echter ook niet de belangrijke rol onderschatten die het alternatieve circuit in het algemeen speelt bij de doorstroming van kunstenaars. Bovendien trekt het Studio Museum in Harlem bezoekers die in SoHo, het MoMa en Whitney nog ver in de minderheid zijn. Door dit museum in Harlem wordt misschien ook het aanbod van zwarte kunstenaars op den duur groter. Integratie in de Amerikaanse kunstwereld van deze kunstenaars is een kwestie van lange adem. Per slot van rekening en te oordelen naar wat er in andere musea hangt, bestond de Amerikaanse kunst, blank, zwart, mannelijk of vrouwelijk - een uitzondering daargelaten - tot in het begin van de jaren vijftig uberhaupt niet. En bovendien, wat tegen de verdrukking in groeit wordt vanzelf mainstream: luister maar naar de blues. '

    • Reineke Hollander