Dodelijk virus verlamt platte Zeeuwse oester

YERSEKE, 29 nov. - De Fine de Zelande, alias 'ostrea edulis', oftewel de platte Zeeuwse oester, waarvoor fijnproevers grif vier tot vijf gulden per stuk plegen te betalen, is vrijwel dood. Lang leve de platte oester! Hij wordt dezer dagen aangevoerd vanuit Ierland al kleven er gewichtige milieutechnische bezwaren aan zijn gewenningsproces in de Zeeuwse wateren.

Vingen de zestien Zeeuwse oesterkwekers - vijftien in Yerseke en een te Bruinisse - vorig jaar in de Grevelingen nog tien miljoen stuks van deze voorbeeldige delicatesse, dit seizoen, dat tot april loopt, zullen het er nog maar enkele honderdduizenden zijn. Oorzaak: bonania ostrea, een dodelijk virus dat de spieren van het diertje verlamt, waardoor het zijn schalen loslaat en wegspoelt.

'Nadat de platte oester in 1982 al in de Oosterschelde door de bonania werd uitgeschakeld, heeft het virus nu ook toegeslagen in de Grevelingen', verzucht visserijbioloog Renger Dijkema van het Rijksinstituut voor Visserijonderzoek in Yerseke. 'Er wordt bijna niet meer gevist. Hier in Zeeland is het vrijwel gebeurd met de teelt van de platte oester.' Geen geringe strop, want 90 procent van de Zeeuwse oogst werd vorig jaar nog voor 16,6 miljoen gulden uitgevoerd naar andere Europese landen.

Toch kan de bezoeker van gerenommeerde restaurants als de Oesterbeurs in Yerseke nog altijd volop gegratineerde, gepocheerde, dan wel rauwe oesters nuttigen. Want de Fine de Zelande mag dan vrijwel zijn verdwenen, zijn plaats wordt in rap tempo ingenomen door de platte oester uit Ierland, waar de bonania ostrea veel minder heeft huisgehouden.

'Dit seizoen importeren wij er al twee a drie miljoen', vertelt P. Verwijs, voorzitter van de Vereniging van oesterkwekers en exporteurs in zijn luxe kantoor in Yerseke. 'De Ierse oester is mooi blank van buiten en goed gevuld van binnen. Ik mag ze gaarne eten en ik proef nauwelijks verschil met de Zeeuwse.' Het prijsniveau doet hem evenzeer deugd. 'Vorig jaar kregen wij afhankelijk van de grootte tachtig cent tot twee gulden per oester, nu ligt het niveau door de schaarste op 1,20 tot drie gulden. En markt is er genoeg. Blijkbaar is oestereten nog exclusiever geworden.'

De platte oester uit Ierland wordt na aankomst voor enkele weken gedeponeerd in de zogeheten oesterputten, bassins die zich uitstrekken langs de Oosterscheldedijk. In die periode kunnen de beestjes wennen, een Zeeuws aroma opdoen en zichzelf van zand en darminhoud bevrijden, alvorens te worden verkocht in mandjes versierd met zeewier.

Niettemin kleeft er aan de laatste metamorfose van de 120-jarige oesterteelt in Yerseke een ingrijpende schoonheidsfout, die haar toekomst kan bederven. De oesterputten waarin de Ierse schelpdieren hun laatste dagen slijten, mogen namelijk wel worden gevuld met water uit de Oosterschelde, maar dat mag niet meer terug om besmetting van het buitenwater met mogelijk gevaarlijke uitheemse organismen te voorkomen. Wat te doen?

Een grondige zuivering van het water met chloor en ultraviolette straling - waarna het weer op zee kan worden geloosd - lijkt een voor de hand liggende optie. Maar die vergt een miljoeneninvestering. Dus wisten de invloedrijke oesterkwekers hun gemeentebestuur en het waterschap Zuid-Beveland te bewegen tot een omstreden besluit: voorlopige permissie om het zoute zeewater uit de oesterputten te lozen op de riolering. Dat gaat om zo'n 450 kubieke meter per etmaal.

Staat zoiets niet haaks op een verantwoord milieubeleid waartoe de overheden zich hebben verplicht? Worden zulke lozingen op de riolering ook niet verboden door reglementen ven de Europese Gemeenschap die over een half jaar van kracht worden? 'U moet dit zien als een tijdelijke noodmaatregel', vertelt desgevraagd burgemeester Verbree van Reimerswaal, waaronder Yerseke ressorteert. 'De riolering gaat er niet stuk van en het enige bezwaar is dat de rioolzuivering zou kunnen worden ontregeld. Maar daarom hebben wij de hoeveelheid te lozen zeewater ook gereguleerd.'

Volgens de burgervader loopt de speciale permissie slechts tot het einde van het oesterseizoen - maart/april - en moeten de kwekers daarna onverwijld zuiveringsinstallaties aanschaffen.

Woordvoerder Haarlem van het Waterschap Zuid-Beveland verklaart: 'In principe zijn we er niet voor om dergelijke hoeveelheden zeewater te verwerken. Alleen bij wijze van noodgreep hebben we een speciale toestemming gegeven. Die loopt tot 1 januari aanstaande en geen dag langer.'

P. Verwijs, voorman van de oesterkwekers, blijkt niet onder de indruk. 'Een complete zuiveringsinstallatie zou ons veertien miljoen gulden kosten, om nog niet te spreken over de exploitatiekosten. In geen honderd jaar.' Wat dan? Verwijs: 'Wij vragen en krijgen gewoon een nieuwe loosvergunning op de riolering. Burgemeester Verbree staat achter ons.'

En als die permissie er toch niet komt? 'Dan verhuizen we naar Belgie. ' Maar de EG gaat per 15 mei 1991 toch ook zulke lozingen verbieden? Verwijs: 'Als ik zie hoe onze collega's in Belgie, Frankrijk en Spanje met de regels omgaan, ben ik niet pessimistisch.'