De malligheid overleefd

Zastava Iljitsja (Het Iljitsj Bastion). Regie: Marlen Choetsiev. Met: Valentin Popov, Nikolaj Goebjenko, Stanislav Ljoebsjin. Amsterdam, Rialto.

Het einde van de lange rij 'bevrijde' verboden of vergeten Sovjet-films komt in zicht. De meeste van de films uit de Chroesjstjov-periode, alle geschreven door Gennadi Sjpalikov, die het laatste Filmfestival Rotterdam te voorschijn haalde, zijn nog steeds de moeite waard, ook al lijkt hun inhoud gedateerd.

De grootste censuurproblemen kende wel de film Zastava Iljitsja, die de filmstudent Sjpalikov in 1960 op 23-jarige leeftijd schreef, en die een jaar later geregisseerd werd door de in Moskou wonende Georgier Marlen Choetsiev (1925). De titel verwijst naar een buitenwijk van de Russische hoofdstad, waarvan de straten en pleinen een hoofdrol spelen, zoals in de Franse 'nouvelle vague', maar ook letterlijk naar het bastion van Iljitsj (Lenin). Zoals men zich in 1962 bij ons druk maakte over de vrijmoedigheid van naoorlogse jongeren in de documentaire Mensen van morgen, en zoals in Engeland theater en film het gebrek aan idealisme van dezelfde generatie verwerkten in wat de burgerij het 'gootsteen-realisme' doopte, zo baarden de kinderen van de oorlog en de er op volgende geboortegolf ook de Sovjet-autoriteiten zorgen. Niemand minder dan partijleider Chroesjstsjov persoonlijk had de in 1962 voltooide film Zastava Iljitsja bekeken, gewogen en te licht bevonden. Had de brandweer al bezwaren gemaakt tegen een scene, waarin gedanst wordt bij kaarslicht, de hoogste politieke autoriteit was vooral geschokt door een droomsequentie, waarin een van de drie 'nozems' om wie de film draait, zijn in de Grote Patriottische Oorlog gesneuvelde vader ontmoet en hem vraagt hoe hij leven moet. De vaderfiguur blijft het antwoord schuldig, waarop een scene volgt met drie soldaten van toen die door de straten van nu lopen en eindigen bij het mausoleum van Lenin. Chroesjtsjov zou letterlijk gezegd hebben: 'Volgens de makers van de film moeten jongeren zelf beslissen hoe zij willen leven, is het onnodig de raad van de vaders te vragen; maar gelooft U niet hiermee elke grens overschreden te hebben?'

Dat waren de problemen aan het begin van de jaren zestig, die de gezapige regenten van de jaren vijftig in het Westen en het Oosten gelijkelijk wakker schudden uit hun naoorlogse wederopbouw- en maatschappelijke latentieperiode. Maar bij ons volgde het Maagdenhuis, bij hun Brezjnev. Sjpalikov maakte in 1974 een einde aan zijn leven, toen hier Nieuw Links zo ongeveer zijn eerste ministerspost in ontvangst nam.

Choetsiev koos al eerder eieren voor zijn geld. De afkeuring van Chroesjtsjov maakte het onmogelijk de film niet te wijzigen. Een verkorte versie kwam onder de titel Ik ben twintig (Mne dvadtsat jet) in 1964 uit. Het documentaire verslag van een lange ondergrondse dichtersavond - met de toenmalige rebel Jevtoesjenko - was verdwenen en de overleden vader gaf nu wel uitgebreid antwoord. Ik ben twintig was desondanks een baanbrekende film, die ook op buitenlandse festivals prijzen won.

Nu de oorspronkelijke versie boven water gekomen is, vallen vooral de overeenkomsten op met westerse tegenhangers. Bertrand Bliers interviewfilm met jongeren schokte door de titel Hitler? Connais pas!, een onaanvaardbare schending van het taboe dat De Oorlog de ultieme toetssteen was van goed en kwaad. Maar ook de verschillen lopen in het oog. De jongeren uit Moskou ruiken net zo enthousiast aan hun vrijheid en zijn net zo vastbesloten om alles anders te gaan doen als in het westen, maar hun gevoel voor continuiteit lijkt groter. Daarbij gaat het eerder om een affiniteit met historische tradities die iets verder terug gaan dan die vermaledijde oorlog. Een schitterend moment in Zastava Iljitsja is als op een feestje de jazzmuziek even plaats maakt voor de plaat van een oud volksliedje. Aarzelend begint een meisje mee te zingen, en hoewel sommige moderne jongens een beetje verveeld rond blijven kijken, is er plotseling toch een soort magische verbondenheid met het verleden, met het gevoel tot een cultuur te behoren, die stalinisme, dooi, stagnatie, perestrojka en allerlei andere malligheid wel overleven zal.

In de bijna drie uur die de originele versie van Zastava Iljitsja duurt zijn zulke momenten zeldzaam. Aan de rest van de film heeft de tand des tijds driftig geknaagd. Het blijft voer voor historici en sociologen, maar om de uitbreng van een meer dan vijf en twintig jaar oude film te rechtvaardigen, zou iets meer tijdloze kwaliteit gewenst zijn.