Brussel luidt noodklok over visbestanden EG

BRUSSEL, 29 nov. - De EG-commissaris voor visserijzaken, Manuel Marin, heeft de noodklok geluid over de Europese visbestanden. In de Noordzee dreigen kabeljauw en schelvis uit te sterven, in de meer oostelijke wateren sprot en haring. Er zal snel en hard moet worden ingegrepen om te voorkomen dat sommige visbestanden worden uitgeroeid.

Op een persconferentie gisteren in Brussel zei de EG-commissaris dat de visserijvloot in de EG veertig procent te groot is. De EG-commissaris heeft de Europese visserijministers om een 'breed debat' gevraagd over de visserijpolitiek.

Om de visbestanden te redden moet er minder gevist worden. Er moeten schepen uit de vaart worden genomen of er moet een 'stillegregeling' komen waarbij de vissersschepen b.v. 20 dagen op zee zijn en vervolgens tien dagen in de haven moeten blijven, zo vindt Marin. Aan zulke regelingen zou de Gemeenschap mee moeten betalen. De vis moet meer met rust worden gelaten anders kan ze zich niet 'reproduceren'. Niemand haalt het in zijn hoofd om een drachtige ree af te schieten. Maar vis krijgt nauwelijks of nooit de gelegenheid om zich te vermenigvuldigen, aldus Marin.

Volgens Marin is het visserijsysteem dat de EG tot nu toe hanteert niet slecht. Jaarlijks wordt vastgesteld hoeveel vis er van de verschillende soorten gevangen mag worden. Het quotasysteem verdeelt die hoeveelheden over de EG-landen. De zwakke plek is de controle op de vangsten. Maar daar dragen de lidstaten de verantwoordelijkheid voor, zo zei hij. Om de controle te verbeteren denkt de EG-commissie aan een satellietsysteem. Daar zijn al proeven mee genomen en dat blijkt voortreffelijk te werken, aldus Marin. Bij een satellietsysteem zou elk vissersschip een 'zwarte doos' aan boord moeten hebben.

Nauwelijks een week geleden haalde Marin in de Europese visserijraad bakzeil met een voorstel om de mazen in de netten te vergroten. De EG-ministers konden het daar niet over eens worden. Grotere mazen in de netten is een goede zaak voor de vis maar een slechte voor de vissers, zo zei de Nederlandse minister Bukman (landbouw en visserij) toen. De Gemeenschap produceert per jaar bijna acht miljoen ton vis, ofwel 7,5 procent van de totale wereldproduktie. In de EG zijn er 300.000 vissers actief. Maar twee miljoen Europeanen vinden werk in industrieen die rechtstreeks met de visserij te maken hebben (scheepsbouw, de visverwerkende industrie enz.). Economisch stelt de visserij niet echt veel voor. Het aandeel van deze bedrijfstak in het bruto nationaal produkt van de EG-landen varieert van 0,2 tot 1,1 procent. (ANP)