Zangerigheid Haydn valt bij Bruggen uiteen

Concert: Orkest van de Achttiende Eeuw o.l.v. Frans Bruggen. Programma: Haydn, Symfonie nr. 104, 'Salomon'. Beethoven: Ouverture 'Coriolan' en Vijfde Symfonie. Gehoord: 26/11 Grote Zaal, Concertgebouw, Amsterdam.

Zo verrassend als Haydns laatste symfonie, de Salomon uit 1795, gecomponeerd is, zo saai klonk de uitvoering ervan door Frans Bruggen en zijn Orkest van de Achttiende Eeuw. Dat was op zichzelf weer een verrassing, want saaiheid is wel het laatste wat je van dit orkest en zijn dirigent zou verwachten.

Na een krachtige inzet van het geheimzinnige Adagio waarmee de symfonie wordt ingeleid, verzandde het orkest in een nogal temerige mineur-lyriek. Hierin miste de opmerkelijk transparante samenklank van het orkest haar uitwerking door de trekharmonica-achtige frazeringen van de strijkers.

Overtuigender klonk na de generale pauze het speelse Allegro met zijn pregnante ritmiek, niet in de laatste plaats door het uitmuntende spel van de blazers. Maar tijdens het expressieve Andante bleven de strijkers opnieuw steken in het even beproefde als bloedeloze recept van de authentieke muziekpraktijk: weinig of geen vibrato, tonen die aanzwellen en weer afnemen alsof ze door een blaasbalg geproduceerd worden. Het voor de hand liggende gevolg is dat zangerige melodielijnen per definitie uiteenvallen in kortademig gezucht en gesteun. Had Haydn het zo bedoeld, dan zou hij heus wel op iedere langere noot in de partituur een crescendo en een decrescendo hebben aangetekend. Dat deed hij echter niet, dus wanneer rapen de barokviolisten en hun collega's op de altviool en de cello nu eindelijk eens de moed (en de lange adem) bijeen om een afgeronde melodielijn van het begin tot het eind door te laten zingen?

Wel mooi in dit deel waren de roffel van de paukenist, die gelijk de donder uit de verte kwam aanrollen, de verfijnde dynamiek en het haarzuivere spel van de blazers. Raakte het Orkest van de Achttiende Eeuw al beter op dreef tijdens de afsluitende Finale spirutuoso, vanaf de venijnige opening van Beethovens ouverture Coriolan werd de avond plotseling toch nog reuze spannend. In een fiks tempo trok de heroische Coriolanus ten strijde en aangezien de door de strijkers gesymboliseerde vrouwen zich in deze ouverture huilend voor zijn voeten dienen te werpen, was het bovenbeschreven gezucht en gesteun dit maal effectief.

Prachtig was daarna de even markante als enerverende vertolking van Beethovens Vijfde symfonie, met zijn grimmig pulserende noodlotsmotief. Dank zij de rusteloze motoriek van deze symfonie verdween nu ook het laatste restje temerigheid naar de achtergrond. Frans Bruggen vuurde zijn musici aan tot compacte spanningsbogen vol dramatische accenten en felle dynamische contrasten.