Winnetou in de Koude Oorlog

Van twee geheime arsenalen wordt door de storm de camouflage afgeblazen. De verbaasde controleurs van Gladio Nederland stellen vast dat het derde 'door onbekenden' is leeggestolen. De Koude Oorlog, praktisch al drie jaar afgelopen, is nu in Parijs officieel voorbij verklaard. Nergens ter wereld maakt een mogendheid nog aanstalten ons land te bezetten. Niettemin vindt de Tweede Kamer het noodzakelijk de verzetsorganisatie in rudimentaire vorm, sluimertoestand, rompformatie te laten voortbestaan. Ze heeft zich 'in haar kritiek beperkt'. Het is dus nog altijd mogelijk dat na de volgende voorjaarsstorm nieuwe verklaringen noodzakelijk zullen zijn, want dat is immers het wezen van zulke geheime fenomemen: degenen die er alles van weten kunnen dat niet vertellen. Als het geheim verloren gaat, is de organisatie verloren.

De volgende oorlog begint min of meer - in zijn strategie, tactiek en techniek - waar de vorige is opgehouden. Dat komt doordat de verbeeldingskracht van de nieuwe militairen niet verder reikt dan de praktijk van de oude. De vernieuwers krijgen pas een kans als de strijd in volle gang is. Geldt dat ook voor de verzetsbeweging? Gladio, of zoals het hier heet, O. en I. (dat menigeen nog aan O. en O. zal doen herinneren), is kennelijk geinspireerd door het verzet in de Tweede Wereldoorlog, maar het voorbeeld is slecht bestudeerd. Gewapend of ongewapend verzet is om te beginnen altijd gepolitiseerd. Het weerspiegelt de politieke en godsdienstige opbouw van de maatschappij waaruit het voortkomt. Er is niet zoiets als een partijloos, neutraal, algemeen vaderlands verzet. Tussen 1940 en 1945 was het Nederlandse verzet bijgevolg verzuild. De communisten, internationaal georganiseerd, gingen pas meedoen nadat Moskou in 1941 het teken had gegeven. Die verscheidenheid maakt het al moeilijk om in vredestijd een verzetsbeweging op touw te zetten.

Bovendien ontstaat verzet spontaan in een voorhoede van de bevolking, nadat die heeft ervaren dat het werkeloos ondergaan van een bezetting niet meer te verdragen valt. Niemand kan voorspellen waaruit die voorhoede tevoorschijn zal komen en wanneer de grens van het werkeloos verdragen zal zijn bereikt. De verzetsbeweging heeft een onverwachte samenstelling en in vredestijd kan niet worden bepaald wanneer het moment van actie zal zijn aangebroken - evenmin als trouwens het moment van collaboratie voor een andere groep die we de voor de gelegenheid de achterhoede noemen. Het is dus voorbarig om, zoals de heer Lubbers heeft gedaan, in vredestijd van 'goede Nederlanders' te spreken die nu aan het hoofd van O. en I. zouden staan. 'Goed' in dit verband is een kwalificatie die pas kan worden uitgedeeld als het zo ver is, en hetzelfde geldt voor 'fout'. Wie nu de indruk maakt, van top tot teen 'goed' te zijn, kan zich onder een bezetting als 'fout' of tot helemaal niets ontpoppen. Wie had kunnen voorzien wat de heer De Geer in 1940 zou gaan doen?

Het valt gemakkelijk te begrijpen hoe organisaties als Gladio zijn ontstaan. In het einde van de jaren veertig en begin vijftig werd de Koude Oorlog beschouwd als een voorlopig geweldloze en daarna misschien feitelijke voortzetting van de Tweede Wereldoorlog. De communisten werden beschouwd als de nieuwe vijfde colonne, veel gevaarlijker dan die van Hitler. Atoomspionage, Pontecorvo, Fuchs, de coup in Praag en de Koreaanse oorlog leverden de bewijzen. Stalin heeft geen aanval op West-Europa ondernomen, maar intussen hadden de regeringen van het Westen besloten dat wat ons tussen 1940 en 1945 in de bezette gebieden was overkomen, geen tweede keer zou mogen gebeuren. Links werd algemeen verdacht, ook brave sociaal-democraten, vervuld van trouw aan de NATO. De aanstaande verzetsbeweging kreeg daardoor vanzelf een rechtse signatuur.

Daarbij kwam dat toenmalig rechts niet alleen, zoals veel andere politieke en godsdienstige stromingen, Moskou als de doodsvijand zag, maar ook een vaak slecht verborgen eerbied had voor de 'toegewijdheid', de 'ideologische overtuiging' en vooral de 'daadkracht' van de communisten. Anticommunisme van rechts ging gepaard met een afkeer van de 'parlementaire praatcolleges' en het 'gebrek aan discipline' dat men in de westelijke samenlevingen ontwaarde. Het slappe, verwende Westen had een eigen ideologie nodig en een hardheid waardoor men de communisten pas goed partij zou kunnen geven. In die sfeer en onder die politieke omstandigheden zijn de Gladio-achtige organisaties ontstaan. Ik heb er geen bewijzen voor, maar het lijkt me mogelijk dat in Nederland de aansluiting bij het antiparlementarisme van het Militair Gezag en clubs als Rijkseenheid gemakkelijk tot stand kon komen. In die kringen propageerde men het verbieden van sommige linkse kranten en beperking van de parlementaire macht. Er heerste al een straffe censuur in het leger. Als er over 'goed' en 'fout' in de Koude Oorlog wordt gesproken, moet dan ook niet het antiparlementarisme van rechts eens worden nagemeten?

In het kamerdebat over Gladio - O. en I. is nu weer in volle ernst gesproken over het aankweken van 'geestelijke weerbaarheid'. Tegen wie nog? Door wie? Hoe? Wat voor soort weerbaarheid? Het doet onweerstaanbaar denken aan de voornemens die de Morele Herbewapening een jaar of twintig, dertig geleden nog met het Nederlandse volk had. Uit het complex als geheel spreekt een wantrouwen tegen de kracht van de parlementaire democratie in de vorm die we er nu sinds bijna een halve eeuw met redelijk succes opna houden.

In Italie en Belgie wordt Gladio nu verbonden met rechts-extremistische acties. Het zou geen wonder zijn als in Frankrijk verbindingen waren met de in het openbaar ter ziele gegane OAS, het geheime leger van de ontspoorde generaals. In Nederland hebben de gladiatoren geen kwaad gedaan, behalve dan dat ze slordig zijn omgesprongen met hun arsenalen. Ze zijn evenmin een factor van betekenis in de politiek geweest als hun tegenvoeters, de meelopers van links.

Rechts en links zoals die begrippen in de Koude Oorlog werden opgevat, bestaan niet meer. De vijand is failliet. Als men nu iemand vraagt of hij wel voldoende geestelijke weerbaarheid heeft, stelt hij de wedervraag: waar bemoeit u zich mee? Alle omstandigheden waaronder Gladio is ontstaan, zijn verdwenen. Waarom Gladio zelf dan niet? Wat nu overblijft is een restantje indianengedoe, belachelijk en jammer van het belastinggeld.