Universiteiten gaan akkoord met invoering van onderzoekscholen

ROTTERDAM, 28 nov. - De universiteiten zijn bereid een stelsel van onderzoekscholen op te zetten. Dat moeten hoogwaardige instituten worden waar het toponderzoek en de opleiding van jonge onderzoekers worden gebundeld. De universiteiten sluiten daarbij vergaande taakverdeling en concentratie van het onderzoek niet uit.

Dit blijkt uit het commentaar van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) op een rapport over de onderzoekscholen, 'Vorming in vorsen', dat een commissie onder leiding van de Rotterdamse hoogleraar dr. A. H. G. Rinnooy Kan vorige maand uitbracht aan minister Ritzen van onderwijs.

De Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KNAW) en de Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid (RAWB) hebben er echter weinig vertrouwen in dat de universiteiten zelf selectief genoeg zijn om te beslissen waar de onderzoekscholen worden gevestigd. Zij vinden dat externe deskundigen dat moeten doen. De RAWB stelt voor om de eigen voorzitter en zijn collega's van de KNAW en de Nederlandse organisatie van Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) daarmee te belasten. In hun commentaar aan de minister stellen de universiteiten voor zich te laten adviseren door de Akademie en NWO.

De commentaren dienen als voorbereiding voor het standpunt dat de minister moet innemen over het advies van de commissie-Rinnoy. Ritzens reactie wordt begin volgend jaar verwacht.

Universiteiten en Akademie vinden verder dat de minister er rekening mee moet houden dat in de toekomst ook buiten de onderzoekscholen onderzoekers moeten kunnen worden opgeleid. Dat zal met name in kleine vakgebieden het geval zijn. Daar is het opzetten van een afzonderlijk onderzoekinstituut - de kern van de voorgestelde onderzoekschool - niet doelmatig.

Volgens de universiteiten blijft het nodig dat in alle vakgebieden voortdurend jonge onderzoekers worden opgeleid, om in de behoefte aan nieuw personeel te voorzien. Ook de Akademie waarschuwt ervoor de scholen enkel aan toponderzoek te koppelen. Volgens haar moet het nieuwe stelsel van onderzoekersopleidingen in het algemeen bijdragen aan het instandhouden van degelijk onderzoek. Het Nederlandse onderzoek kenmerkt zich bij internationale vergelijking immers op een breed terrein door een hoog wetenschappelijk niveau, aldus de Akademie.

In haar reactie constateert de VSNU dat de commissie-Rinnooy Kan terecht van mening is dat de senior-onderzoekers in de onderzoekscholen onderwijs moeten blijven geven aan studenten in de eerste fase. Daarom kan het in een aantal gevallen ook de voorkeur verdienen de staf van verschillende universiteiten te laten samenwerken, in plaats van deze fysiek aan een universiteit te concentreren. Wel moeten de universiteiten garanderen dat de scholen een zelfstandig wetenschappelijk en financieel management kunnen voeren en staf en promovendi kunnen selecteren. Hoeveel onderzoekscholen er komen, is nog onzeker.