Simons: ziekenfonds wordt niet te machtig

DEN HAAG, 28 nov. - Ziekenfondsen krijgen volgens staatssecretaris Simons (volksgezondheid) niet te veel macht als vanaf volgend jaar hun verplichting vervalt om contracten af te sluiten met vrije beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg. Er komt juist meer evenwicht in de verhoudingen en er zijn voldoende waarborgen dat die balans aan de veilige kant blijft, aldus de staatssecretaris.

Simons probeerde vandaag ongerustheid bij de Tweede Kamer hierover weg te nemen tijdens de behandeling van het wetsvoorstel dat de beperking van de contracteerplicht regelt. Het wetsvoorstel, overgenomen van het vorige kabinet, maakt het contractpartners ook mogelijk te onderhandelen over de tarieven van de hulpverlening. Die tarieven worden nu nog centraal vastgesteld. In de voorstellen van het kabinet gelden die tarieven als maximum. Bestaande contracten blijven nog drie jaar geldig, voor nieuwe contracten treedt de nieuwe situatie direct in.

De huidige verplichting van ziekenfondsen om met alle in hun werkgebied werkzame beroepsbeoefenaren overeenkomsten te sluiten, beperkt volgens het kabinet hun mogelijkheden kosten te beheersen en doelmatigheid en kwaliteit van de zorg te bevorderen. Landelijke overeenkomsten moeten plaatsmaken voor individuele overeenkomsten die verzekeraars en hulpverleners met elkaar kunnen sluiten. Daarin worden onder meer afspraken gemaakt over prijs, kwaliteit en omvang van de zorg. Simons voelde niets voor het voorstel van de Kamerleden Van Otterloo (PvdA) en Tuinstra (CDA) om algemene voorwaarden over kwaliteit vast te leggen in landelijke overeenkomsten.

Het wetsvoorstel sluit aan bij de veranderingen die het kabinet in het stelsel van ziektekostenverzekeringen wil doorvoeren. De rode draad in die 'stelselherziening' is dat de overheid minder centraal wil regelen in de gezondheidszorg. Partijen krijgen de komende jaren meer bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

Een meerderheid van de Kamer is bang dat vooral kleinere beroepsgroepen, bijvoorbeeld verloskundigen, in onderhandelingen met de ziekenfondsen niet machtig genoeg zijn om gunstige contracten te sluiten. De verloskundigen zouden uit de markt kunnen worden geprijsd door huisartsen en vrouwenartsen, die voor hun inkomen niet volledig afhankelijk zijn van bevallingen. Volgens Simons hoeft de Kamer niet bang te zijn dat er een vrij spel van maatschappelijke krachten onstaat waarbij 'de zwakke beroepsbeoefenaren het loodje zullen leggen'. De verzekeraar krijgt weliswaar meer vrijheden, maar die worden nadrukkelijk begrensd door de plicht een aantal in de wet vastgelegde verstrekkingen aan de verzekerde te bieden, aldus Simons.