Politiek gevecht om voedsel in USSR; Weldoeners bondgenoten van de KGB

MOSKOU, 28 nov. - De Nederlandse weldoeners die zich een maand voor Kerstmis op de voedselhulp voor de Sovjet-Unie hebben gestort zijn in het land dat ze zo graag door de winter willen helpen niet alleen symbolen van humaniteit, maar bovenal figuranten in een spijkerharde politieke strijd. Wier bondgenoten ze in dat gevecht zijn is nog niet helemaal duidelijk. Maar een ding is wel zeker: de KGB is er een van, althans formeel. Want het is de staatsveiligheidsdienst die tot taak heeft om de kerstpakketten uit West-Europa te beschermen tegen de 'mafia'.

De Opperste Sovjet van de Unie heeft de KGB eind vorige week zelfs zwart op wit opdracht gegeven om bij de distributie van de hulpgoederen 'effectief de strijd aan te binden met economische sabotage'.

De KGB laat zich dat maar al te graag aanleunen. Woordvoerders van de dienst verschijnen regelmatig op de televisie om hun licht te laten schijnen over de 'toestand', en maken meteen van de gelegenheid gebruik om zich het imago van stabiele kracht aan te meten.

Het was niet de eerste keer noch de laatste maal dat het woord 'sabotage' viel. Sabotage is het sleutelwoord geworden in het politieke gevecht om de voedselvoorziening dat nu al maanden aan de gang is en dat door ten minste zes partijen wordt gevoerd. Behalve de staatsveiligheidsdienst spelen ook de centrale bureaucratie van de Unie (de ministeries), de agrarische sector, de verschillende republieken, de gemeenteraden van de grote steden en de politici een prominente rol.

Kern is de strijd om de uitvoerende macht. De eerste aanleiding is de record-oogst van dit jaar, waarvan niemand zegt te weten waar hij is gebleven.

Pag. 13: Voedselhulp aan Sovjet-Unie is inzet van spijkerharde politieke strijd; Het is als in 1921, toen de bolsjewieken de leveranties naar de Wolga afsneden

De tweede aanleiding is de 'overgang naar de markteconomie' die bijna iedereen graag zo snel mogelijk zou willen effectueren maar waarvoor nagenoeg niemand volledige verantwoordelijkheid kan of wil nemen. En ondertussen blijft de vraag open of er inderdaad honger dreigt. Met als gevolg dat er na elk signaal dat er weer een tekort ('deficit') op een essentieel produkt of genotsmiddel dreigt, onmiddellijk lange rijen verschijnen voor de winkels waar ze verkocht zouden moeten worden.

In theorie zou er niet veel meer aan de hand hoeven zijn dan vorig jaar, zo zei vice-premier Leonid Voronin gisteravond voor de televisie, ware het niet dat de leveranciers (de staatsboerderijen en republieken) hun contractuele verplichtingen niet nakomen en de bevolking in haar 'opgewonden' koopwoede de staatswinkels overspoelt. Maar de regering, voegde hij er bij wijze van geruststelling aan toe, zou er met 'scherpe controle' voor zorgen dat alle contracten zouden worden nagekomen en het volk deze winter dus te eten heeft. Het is wellicht ook waar. Volgens Stanislav Sjatalin, lid van de Presidentiele raad van Gorbatsjov en tevens warm pleitbezorger van een radicale 'shock-therapie' die de Sovjet-Unie naar de markt moet leiden, heeft de speciale voedselcommissie die de president heeft ingesteld inderdaad voor voldoende 'voedsel- en energievoorraden' gezorgd. 'Het volk zal deze winter overleven', aldus Sjatalin die toch niet kan worden aangemerkt als steunpilaar van de Moskouse bureaucratie. Hetzelfde zei de Russische minister van landbouw onlangs. De 134 miljoen ton graan die Rusland nu heeft, zijn voldoende om de bevolking te voeden en van drank te voorzien.

Voronin staat met zijn verklaring van gisteravond niettemin symbool voor meer: voor de bureaucratische partij die macht suggereert maar deze niet meer heeft. In het interview met Voronin, waarvoor de televisie een kwartiertje extra zendtijd had ingeruimd, bleef namelijk een groot deel van het economische probleem verscholen. Het voedseltekort is vooral een distributieprobleem. Nu de centrale staat het laatste restje greep op de markt heeft verloren, heeft zich in razendtempo een officieus distributienetwerk kunnen ontwikkelen dat zich onttrekt aan elke controle. De telegrammen vanuit Moskou dat er op uur x een trein met y goederen naar plaats z moet rijden, haalden nooit veel uit. Maar nu zijn ze helemaal een farce geworden. En omdat ook geld geen serieuze rol meer speelt - de economie draait meer en meer op ruilhandel in tastbare goederen - kan dit proces niet gecorrigeerd worden.

Het heeft de sovchozen en kolchozen (de collectieve boerderijen: de tweede partij) in ieder geval de kans geboden om hun oogsten naar eigen goeddunken te gebruiken. Nadat de regering-Ryzjkov dit najaar aankondigde dat de tot nu toe zwaar gesubsieerde prijzen voor levensmiddelen fors verhoogd zouden worden, wisten de boerenbedrijven helemaal zeker dat het lucratiever was om een deel van hun opbrengsten achter te houden tot het moment dat er meer voor betaald zou worden. Want waarom zouden ze, nu de markteconomie in aantocht is, hun oogsten op de valreep nog tegen dumpprijzen van de hand doen?

Veel 'soevereine' Sovjet-republieken (de derde partij in het politieke gevecht) hebben die ontwikkeling vervolgens nog versterkt door, in het kader van hun nationale onafhankelijkheidsstreven, te bepalen dat de onder het oude regime vastgestelde leveranties niet zouden worden nagekomen. Oezbekistan sloot zo ten dele zijn grenzen. Maar ook grote en belangrijke republieken als de Oekraine (ooit de graanschuur van de Unie), Wit-Rusland en Letland plegen 'contractbreuk', zo luidt de klacht van vice-voorzitter Tserniovanov van het Staatscomite voor de voedselvoorziening.

De gevolgen daarvan zijn beland bij de grote steden, de vierde partij in het politieke gevecht. Vroeger hadden steden als Moskou en Leningrad een geprivilegieerde positie. De staatsbureaucratie probeerde er altijd zoveel mogelijk voor te zorgen dat de metropolen redelijk voorzien waren. Nu ze dat niet meer kan, grijpt de schaarste om zich heen. De bestuurders van de steden, sinds dit voorjaar in handen van niet-communistische meerderheden die uiteraard nog onervaren zijn in de praktijk van het dagelijkse bestuur, staan derhalve met hun rug tegen de muur. Zij spreken van een omgekeerde 'blokkade' om hen politiek onder druk te zetten. De oekaze van het ministerie van posterijen aan de postkantoren in de provincie om geen pakjes meer met voedsel voor Moskou aan te nemen en te verzenden, illustreert dat. Loco-burgemeester Sergej Stankevitsj van Moskou maakte een paar dagen geleden zelfs gewag van 'economische oorlog'. Een tiental districten rondom de hoofdstad hebben Moskou volgens hem nu afgesneden van zuivelprodukten, met als gevolg dat de stad maar voor drie dagen reserves in huis heeft. Sindsdien staan er rijen voor de winkels waar melk wordt verkocht.

En elke rij is een politiek feit, dat wordt gebagatelliseerd dan wel met beide handen aangegrepen, met name door de vijfde partij (de communisten). De Moskouse partij-organisatie, die nu buiten de directe macht staat, laat bijvoorbeeld geen gelegenheid voorbijgaan om het nieuwe stadsbestuur als incompetent af te schilderen. Het centrale partijorgaan Pravda probeert zich eveneens tot megafoon van de stem des volks te maken. 'De mensen zijn moe van het politieke geklets', aldus een instemmend aangehaalde briefschrijver uit Nizjni Novgorod in de krant van gisteren. 'Genoeg spelen, geef brood', schreeuwde de Pravda het parlement van Rusland toe dat dezer dagen onder leiding van Boris Jeltsin in voltallige vergadering bijeen is gekomen. Een tekst die overigens identiek was aan de kop ('Geen spelen meer, maar brood') die het radicale perestrojka-weekblad 'Moskou Nieuws' vorige week op zijn voorpagina zette.

Omgekeerd beantwoorden de 'progressieve krachten' dit met even scherpe verwijten. In navolging van de Moskouse gemeenteraad concludeerde de nationale parlementarier Vladimir Tichonov onlangs dat er een politiek spelletje wordt gespeeld met de voedselvoorziening. Volgens hem was de oogst weliswaar groot maar is vijftien procent al verloren gegaan, omdat men niet in staat is de produkten fatsoenlijk op te slaan. Met de groente en het fruit is het nog slechter gesteld. Zestig procent zou al bedorven zijn. De centrale macht maakt hiervan misbruik en grijpt dit nu aan om zijn greep op 's lands economie te herstellen. Het is als in 1921, aldus Tichonov, toen er in feite ook voldoende graan was, maar de bolsjewieken, om politieke redenen, de leveranties naar niet onder hun controle staande gebieden bij de Wolga afsneden.

In dit klimaat gedijen de angst en het cynisme. Die hulp uit het Westen zal wel weer bij de 'relaties' blijven hangen, is de verwachting. Om deze scepsis de kop in te drukken, heeft de Moskouse loco-burgemeester Stankevitsj aangekondigd dat de Mossovjet, de gemeenteraad van Moskou, speciale commissies in het leven zal roepen om toe te zien op de ordentelijke distributie van het voedsel. De gemeenteraadsleden zelf zullen de handelshuizen en grossiers controleren, aldus Stankevitsj. En Jeltsin riep de Russische parlementariers gisteren op de eerste dag van het Congres van Volksafgevaardigden op om de 'politieke strijd' te laten rusten. 'Hoe voeden we het volk, dat is nu de enige belangrijke kwestie', aldus de man die vorige week nog nadrukkelijk tegen president Gorbatsjov polariseerde.

Maar op straat is dat nog niet doorgedrongen. 'Honger', het woord komt je, als je op straat loopt, van vele kanten tegemoet. 'In de oorlog was het veel erger. Je weet niet waarover je het hebt', roept een oude vrouw op het Poesjkin-plein tegen een man van een jaar of dertig. 'Wat heb ik met de oorlog te maken', antwoordt hij. Achter hen probeert een koopman Malboro-sigaretten te verkopen. Twee maanden geleden deden die nog veertig roebel per pakje. Nu moeten ze twintig roebel kosten. Er zijn geen klanten. De paradox van de schaarste.