Politiek gevecht om voedsel in USSR; Spliterwten uit Lelystad voor Dmitrov

LELYSTAD, 28 nov. - De Nederlandse kerstpakketten voor Dmitrov, een 200.000 zielen tellend Russisch district ten noorden van Moskou, zullen een sobere inhoud hebben. Geen fijngesneden zalm en geroosterde amandelen, maar elementaire voedingsmiddelen als meel, rijst, macaroni, gedroogde bonen, spliterwten, olie en ham in blik.

Mirjam van Diepen stalt de artikelen bij wijze van voorbeeld uit op de grote ronde tafel in de Statenzaal van het provinciehuis te Lelystad. Ze weet waarover ze praat: kortgeleden keerde ze met haar man, die akkerbouwer is, en twee kinderen terug van een langdurig verblijf in het Russische district.

Dinsdagmiddag vijf uur. Han Lammers, commissaris der koningin in Flevoland, heeft een schare prominente bewoners van de polderprovincie bijeengeroepen om te beraadslagen over voedselhulp aan de Sovjet-Unie. De actie, die deel moet uitmaken van de landelijke campagne onder leiding van ex-minister van landbouw Braks, is gericht op Dmitrov: zowel de stad van die naam als de omringende nederzettingen. Flevoland heeft een speciale vriendschapsband met die streek en zond al twee boeren naar het dorp Trechsvyatskoe om mee te helpen de agrarische bedrijfstak te hervormen. Achtergrond van het project: hoe leren we de Russen een moderne, op Westerse leest geschoeide akkerbouw op te zetten.

Maar daar gaat het nu niet om. De kennisoverdracht moet tijdelijk plaats maken voor daadwerkelijke hulp, want ook in Dmitrov is volgens ingewijden de nood hoog gestegen. K. E. Nawijn, hoofd economische zaken van de provincie en net terug van een bezoek aan het district: 'De rijen voor de winkels zijn verdwenen, omdat er absoluut niets meer te koop is.'

Pag. 13: Kerstpakketten voor Dmitrov; Er is een stuurgroep, een projectgroep en een contactgroep

Mirjam van Diepen kan het volmondig beamen. 'Een kerstpakket voor Dmitrov' heet de actie, maar als het aan haar ligt, gaat er ook speelgoed - sterk en duurzaam - naar het beproefde gewest en warme kinderkleding, 'want ze dragen daar de meest schamele afdankertjes'. Verder medicijnen en geld natuurlijk. De provincie heeft zojuist het goede voorbeeld gegeven door 100.000 gulden opzij te leggen.

Ieder in de zaal, van kerkbestuurder tot secretaris van de Lionsclub, mag zijn duit in het zakje doen. Een vertegenwoordiger van de organisatie Lelystad helpt Polen: 'Wij hebben onze handen vol aan Polen, maar als u expertise op het gebied van hulpverlening nodig hebt, zijn wij beschikbaar.' De gezamenlijke boerenbonden van Flevoland roepen hun leden op 25 gulden of meer te storten. Een meisje van de lokale omroep: 'Wij zorgen graag voor de publiciteit met een speciale jingle: Flevoland helpt Rusland.'

Een operatiezuster van het Zuiderzeeziekenhuis oppert voorzichtig: 'Ik kan wellicht op persoonlijke titel van dienst zijn.' De Kamer van Koophandel: 'Wij zullen onverwijld onze achterban activeren.' Padvinders en Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers staan klaar voor hand- en spandiensten en de representant van een Novib-achtige club belooft zijn aandacht tot de Tweede wereld uit te breiden.

De toezeggingen gaan richting Lammers als hoofd van een stuurgroep. Er is ook een project- en een contactgroep: naar goed Hollands gebruik wordt niets aan het toeval overgelaten. Het storten van geld kan nu beginnen en doorlopen tot de kerst. De inzameling van de pakketten gebeurt op 7 en 8 december in kerkgebouwen en een week later zullen de vrachtwagens (meer dan tien) naar Dmitrov vertrekken om er rond de twintigste te arriveren.

Wie gaan er mee? De eerste die zich aanmeldt, is Willy van Liere uit de Noordoostpolder: 'En hetzelfde geldt voor mijn man.' Willy en Wim vormen een van de twee boerenechtparen die de toestand in Dmitrov uit eigen, langdurige waarneming kennen en daarom als nuttige distribuanten of zelfs kwartiermakers gelden. Mirjam van Diepen, die het basispakket samenstelde, blijft niet achter en vanaf een back-bench roept haar man, Wijnand Bok, dat ze natuurlijk ook op hem kunnen rekenen.

'Inderdaad, de nood in Dmitrov is hoog gestegen', vertelt Wijnand in een onderonsje. 'De normale opbrengst aan aardappels, kool en wortelen is amper voor de helft gehaald. Door zware regenval zijn de akkers veranderd in modderpoelen, en vorstschade doet er nog een schep bovenop. Bovendien is de ventilatie hopeloos verouderd, zodat de oogst in de schuren wegrot. Ik wist dat er een hongersnood zou uitbreken, maar dacht dat het later zou gebeuren, in februari of zo.'

Wijnand behoort tot degenen die, los van de tekorten, de Russische mafia aansprakelijk stellen voor de voedselcrisis: 'Je moet het gezien hebben om erover te kunnen oordelen en dat kan ik nu. Het is een onvoorstelbare troep, letterlijk en figuurlijk. Het wemelt er van de ritselaars die de zwarte markt beheersen en slechts een doel voor ogen hebben: rijk worden door chaos. Het achteroverdrukken van voorraden is dagelijkse praktijk. Het gerucht gaat dat ze vrachten prima voedsel in de bossen hebben gedumpt om alles in het honderd te laten lopen. Ik weet niet of het waar is, maar ik herinner me wel een typisch voorval in een winkel. Een vrouw met een kind kon geen melk krijgen, maar zo'n Rus met harde valuta in zijn portefeuille wel. Dat zijn schrijnende dingen.'

Zou er ook zoiets als demotivatie meespelen? Wijnand: 'Ja, wat wil je. Ze hebben mensen uit de steden weggeplukt om met de hand aardappels te rooien. Ambtenaren van ministeries, employes van allerlei instituten tot en met redacteuren van de Pravda, mensen zoals u. En die staan nu ver van Moskou in de bagger te roeren. Nou, dan wil je je neus wel eens snuiten natuurlijk.'

In de zaal sluit Lammers zijn rondgang langs verenigings- en bedrijfsleven af. Er volgt een slotverklaring: 'Wat ik uit Dmitrov hoor, doet me denken aan wat wij in de hongerwinter hebben meegemaakt. We moeten die mensen een hart onder de riem steken. We hebben een vriendschapsband met Dmitrov, daarbij past een vriendschapsgebaar.'

    • F. G. de Ruiter