Nederlandse bedrijven door EG-regels minst beschermd

AMSTERDAM, 28 nov. - Beursgenoteerde ondernemingen in Nederland zullen bij invoering van de huidige voorstellen voor nieuwe Europese richtlijnen het minst van alle lidstaten beschermd zijn tegen vijandige overnemingen. Dat staat in een vandaag verschenen studie die is gemaakt in opdracht van de Amsterdamse beurs en de Vereniging van effecten uitgevende ondernemingen (VEUO).

Volgens de vergelijkende studie, die werd verricht door het adviesbureau Coopers en Lybrand, verdwijnen door de voorgestelde Europese richtlijnen de belangrijkste technische constructies die nu toegestaan zijn ter bescherming van het zittende management tegen vijandig gestemde aandeelhouders. Nederland zou zelfs een nog liberaler klimaat krijgen dan Groot-Brittannie door het volledig ontbreken van een wettelijk kader voor overnemingen.

Als gevolg hiervan zouden er 'abnormale winstmogelijkheden' voor beursovervallers ontstaan en dreigt de Nederlandse economie op de langere termijn minder stabiel te worden als gevolg van het verlies van invloed dat het management op de onderneming heeft. Dit in tegenstelling tot andere landen binnen de EG, waar de bedrijfstop kan rekenenen op de steun van grootaandeelhouders.

De effectenbeurs en de VEUO beraden zich op een gezamenlijk standpunt naar aanleiding van het rapport. Dat zal waarschijnlijk begin volgend jaar worden geformuleerd. Volgens mr. R. A. E. de Haze Winkelman, directeur van de Vereniging van effectenbezitters, ontwijkt het rapport de prinicipiele vraagstelling over de zeggenschap in beursgenoteerde ondernemingen door 'technische' bescherming (zoals het uithollen van het stemrecht van de aandeelhouder) op een lijn te stellen met bescherming door middel van grootaandeelhouders die het management gunstig gezind zijn.

'Het gaat uiteindelijk om de zeggenschap van de aandeelhouders bij beursgenoteerde ondernemingen', aldus De Haze Winkelman. Het doet volgens hem daarbij niet ter zake of die aandelen vervolgens in handen zijn van een bepaalde aandeelhouder. Volgens de VEB-directeur vertoont het rapport 'subjectieve trekjes'. 'Als dit rapport aanleiding is om in Brussel aan te dringen op het instandhouden van de huidige situatie, dan steken de beursgenoteerde ondernemingen in Nederland hun kop in het zand', aldus De Haze Winkelman.