Nannie in Nederland

Hadden we maar een Margaret Thatcher in de Nederlandse politiek, schreef E. J. Bomhoff maandag op deze pagina. Een prettig controversiele stelling, want, zoals de auteur zal weten, is de vandaag afgeloste Britse eerste minister velen in dit land tot diep in de vezels vreemd. Bovendien hebben we geen functie en nog geen kandidaat die een reprise op korte termijn plausibel maken. Maar niettemin, het is een oproep waar meer in zit dan een eerste hoongelach kan afdoen.

Bomhoff verwijt premier Lubbers dat hij Haar koppige daadkracht niet heeft opgebracht om vaker hoofd- en bijzaken te onderscheiden. Bijvoorbeeld door duidelijk te maken dat hij hervorming van de Rijksdienst in navolging van de toenmalige regeringscommissaris Tjeenk Willink jaren geleden al essentieel vond. Door volstrekt duidelijk te maken dat de herziening van het sociale stelsel onder De Koning niet mocht verzanden. Door niet over alles en nog wat met de 'sociale partners' te gaan zitten meieren, terwijl het parlement gekozen en gemachtigd is met de regering zaken te doen.

De verzuchting is begrijpelijk, de kritiek maar ten dele. Het zou een mooie boel worden als de minister-president hier over alles en nog wat een uitgesproken mening zou ventileren. Je ziet wat er van komt als Lubbers zich met de rechtsstaat inlaat - afgelopen weekeinde zelfs heel moedig in het hol van de leeuw, de vereniging van rechtspraak en het openbaar ministerie.

Dan blijkt voor de zoveelste keer dat hij een fundamenteel gebrek aan gevoel voor recht heeft. De scheiding der machten is geen hobby voor vierdejaars rechten studenten. Bovendien hebben wij een minister van justitie voor dit soort onderwerpen.

De ruzie met de minister van buitenlandse zaken over wie Nederland in den vreemde vertegenwoordigt is nog vers en maar tijdelijk opgelost. Nu dit weer. Zou Van den Broek na ontvangst Lubbers' Europese energieplan direct omhelsd hebben en door zijn buitendienst van harte aan de man laten brengen? Als het een goed plan is, zal hij zich wel over zijn formele verbazing hebben heengezet.

Wij hebben een zo sterke traditie van collectief bestuur, dat de eventuele lessen van het fenomeen Thatcher niet alleen op de minister-president van toepassing verklaard kunnen worden. Waarschijnlijk zijn er elementen in haar mentaliteit die het hele openbare besluitvormingsleven in Nederland raken. Tips die hier het afgelopen decennium zijn genegeerd omdat wij ons gemakshalve voorhouden dat zij een mal gecoiffeerde dame is in een land vol vreemde types die uit een tv-serie zijn weggelopen.

Er is veel dat niet hoeft te worden gekopieerd van het thatcherisme. Hoe meer de middelbare scholen hier op comprehensive schools gaan lijken, hoe duidelijker dat is. De verwaarlozing van het openbaar vervoer in Engeland heeft ieder jaar dat Zij er geen gebruik van maakte en geen aandacht aan besteedde groteskere vormen aangenomen. Ook daar hoeven wij geen boodschap aan te hebben.

Maar de door Thatchers mannen en Smit-Kroes beklonken vrijmaking van het luchtruim boven de Noordzee heeft wel iets nuttigs teweeggebracht: lagere prijzen, meer keus en betere service. De mentaliteitsverandering bij British Airways voor en na privatisering is commercieel een succes geworden en voor de klant merkbaar geweest.

Thatchers prikkels hebben ook de stoot gegeven tot nieuwe diensten in de lucht, zoals die van British Midland, waar alle passagiers fatsoenlijk behandeld worden, zonder beledigingsklasse achterin om de dure business class te rechtvaardigen. De KLM mag al jaren zelfstandig zijn, maar kan van beide Noordzee-concurrenten iets opsteken. Nou ja concurrenten, de prijzen zijn nagenoeg gelijk.

Dienstverlening is een van de terreinen waar Nederland relatief heeft stilgestaan. Er is iets mis in een land als het je vaak overkomt dat restaurant- en winkelpersoneel eerst een gesprek afmaakt voordat de wachtende klanten, bij wijze van gunst, worden geholpen. Die praktijk heeft niets met het opheffen van klasseverschillen, de bevordering van de mensenrechten of democratische arbeidsverhoudingen te maken, maar met meligheid, gebrek aan concurrentie.

De triomf met de zondagse openstelling van de openbare bibliotheek in Leiden heeft laten zien dat er iets begint te dagen. De vakbonden, die voor de werknemers opkomen, waren tegen. Contract is contract, was hun bezwaar. Op zichzelf terecht. Des te grootmoediger dat zij bereid zijn geweest door middel van een raadpleging van hun leden er achter te komen dat de meerderheid het een goed idee vindt. Het publiek had dat allang duidelijk gemaakt door te komen lezen en lenen.

Niemand pleit in Nederland voor afbraak van de verzorgingsstaat of zware beknotting van de verzekerde risico's waarvoor iedereen premie heeft betaald. Er zijn alleen waarheden als koeien waar niet over wordt gepraat. Lubbers, Woltgens en Kok nemen mondjesmaat een voorschot. Binnen de regeringspartijen wordt met huiver en ontzag gepiekerd over de bezuinigingen die in het vroege voorjaar nodig worden.

Waar iedereen vast over kan nadenken is de wijd en zijd ingeslopen comfortabele vergaderonzin, het later komen en vroeg weggaan, het eindeloos rommelen met uren en bonnen, het doorschuiven van verantwoordelijkheid op ieder niveau - omdat het resultaat nooit echt dichtbij zichtbaar wordt.

Dat was een deel van de boodschap waar Thatcher, bijna als een kinderjuffrouw, haar landgenoten mee heeft bestookt. Niemand vond het leuk. Het is een wonder dat zij elf en een half jaar haar gang heeft kunnen gaan.

Gezien onze traditie moeten we niet naar zo'n nannie zoeken. Gewoon de SER, het Landbouwschap en de Stichting van de Arbeid vragen een unaniem advies uit te brengen over de vraag: hoe komen we af van laat-corporatistische structuren die uitingen zijn van een vervet harmoniemodel dat welvaart en welzijn van de Nederlandse bevolking bedreigt?