Kroonjuwelen inhuldiging koning Willem II 150 jaar oud; Pronk wiste Belgische smet uit

Op 28 november 1840, vandaag anderhalve eeuw geleden, speelde zich in de Nieuwe Kerk in Amsterdam een bijzondere plechtigheid af: de inhuldiging van koning Willem II. Het interieur van het kerkgebouw was met ongekende pracht en praal gestoffeerd. Voor de troon lagen op een zogenoemde credenstafel een kroon, een scepter, een rijksappel en een exemplaar van de grondwet die op kussens de kerk waren binnengedragen. Naast de troon waren een rijkszwaard en een rijksvaandel opgesteld. De koning hield een korte toespraak en de tekst van de grondwet werd voorgelezen. Vervolgens legden Willem II, de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer en de leden der Staten-Generaal de door de grondwet voorgeschreven eden af. De plechtigheid werd besloten met een preek door de oudste predikant van Amsterdam, een gebed en een psalmvers.

Wat kan de verklaring zijn voor deze luisterrijke enscenering die in zo schrille tegenstelling stond tot de eenvoudige plechtigheid in paleis Het Loo, waar Willem I, ver van hoofdstad en de residentie, afstand had gedaan van de troon? Dat was een sobere bijeenkomst geweest, niet plechtiger dan de ondershandse verkoop van een huis zoals Thorbecke snerend opmerkte.

Willem II was iemand die wel op ostentatieve pracht en praal was gesteld. Zijn vrouw, de tsarendochter Anna Paulowna, was dat zeker ook. Wie het imposante paleis aan de Newa in Leningrad heeft gezien weet hoe groot de overgang naar het bescheiden paleisje aan de Kneuterdijk in het kleinsteedse Den Haag voor haar moet zijn geweest. De nieuwe koning wilde ook graag zoveel mogelijk anders doen dan zijn vader. Maar er is meer. Het nationale koningschap kon nog niet bogen op een traditie.

Toen de oudste zoon van de overleden stadhouder Willem V in november 1813 in Nederland terugkeerde was al spoedig duidelijk dat hij geen Willem VI zou zijn. De grondwet van 1814 gaf hem de titel van soeverein vorst (koninklijke hoogheid). Als zodanig werd hij onder de naam Willem I in Amsterdam ingehuldigd: de leden van de Staten-Generaal huldigden en ontvingen hem als vorst. De inhuldiging werd gehouden in de Nieuwe Kerk omdat men aan de bijeenkomst een godsdienstig karakter wilde geven. Met het oog op de vereniging met de Zuidelijke Nederlanden nam Willem I op 16 maart 1815 de koninklijke waardigheid aan (majesteit). De grondwet werd gewijzigd en de Oranjevorst in Brussel gehuldigd. De inhuldiging in de open lucht sloot aan bij een Zuidnederlandse traditie. Voor deze gelegenheid waren kroonjuwelen gemaakt die op een credenstafel werden getoond: symbolen van het koningschap en de kerstening ervan door het katholicisme. Van een kroning was echter geen sprake. Na afloop van de openbare plechtigheid op het Koningsplein ging de koning in optocht naar de Sint Goedele Kerk waar hij de mis bijwoonde. Buiten het officiele programma om bezocht hij daarna een protestantse kerkdienst.

Ten gevolge van de Belgische revolutie in 1830 viel de Grootnederlandse staat van Noord en Zuid uiteen. Die politieke crisis bracht ook het koningschap in het geding. Paste de koninklijke waardigheid wel bij het sterk verkleinde grondgebied? De oudrepublikeinse geest werd vaardig over Hollandse regenten die discussieerden over een mogelijke terugkeer naar het stadhouderschap.

Jarenlang heeft Willem I Belgie als onafhankelijke staat niet willen erkennen. Hij hield rekening met de mogelijkheid van een Europese oorlog die hem de gelegenheid zou bieden om Zuid-Nederland te herwinnen. Maar het uitblijven van deze oorlog, het langzaam toenemende verzet tegen die koppige politiek en het probleem om de kostenverslindende uitgaven voor leger en marine te blijven financieren brachten de koning tot het inzicht dat hij zijn volharding moest opgeven. Na moeizame onderhandelingen werd in 1839 met Belgie een verdrag gesloten. De daaropvolgende procedure ter herziening van de grondwet, die immers voor de Grootnederlandse staat had gegolden, bracht de vorst nieuwe tegenslagen. Ook hier liep zijn koppig volhouden op een desillusie uit. De Tweede Kamer wist allerlei concessies af te dwingen waaronder die van een vorm van ministeriele verantwoordelijkheid.

Terzelfder tijd ondervond Willem I nog een teleurstelling. Hij was sedert een paar jaar weduwnaar en wilde hertrouwen met een katholieke hofdame van Zuidnederlandse origine die de Oranjes in 1830 trouw was gebleven. Een golf van protestants nationaal besef spoelde over het kleine koninkrijk. Onder druk van de publieke opinie besloot de koning van het huwelijk af te zien. Door zijn huwelijksplan had hij een groot deel van zijn populariteit verspeeld. Ontgoocheld besloot Willem I te doen wat hij al eens eerder had overwogen: hij abdiceerde. Na zijn abdicatie zou hij hertrouwen.

Deze gang van zaken had de positie van de monarchie bepaald niet geschraagd. De grootse inhuldiging van Willem II moet nu mede worden gezien als een bevestiging van het nationale koningschap. De goedkope, verguld koperen kroonjuwelen van 1815 konden daarbij geen dienst doen. Zij herinnerden te veel aan de ondankbare, trouweloze Belgen en de crisis van 1830 ten gevolge waarvan in regentenkringen ook de monarchie ter discussie was gesteld. Van verguld zilver werden nieuwe regalia vervaardigd die de legitimering van het koningschap moesten symboliseren.

De troonsafstand en inhuldiging van 1840 staan aan het begin van wat nu een traditie kan worden genoemd. Abdicaties vinden niet plaats in een vergadering van de Staten-Generaal maar in kleine, eenvoudige bijeenkomsten. Inhuldigingen spelen zich af in een verenigde vergadering van de Eerste en Tweede Kamer waarbij de kroonjuwelen zijn tentoongesteld. Zij hebben een theatraal aspect en symboliseren het koningschap van de Oranjes. Dat koningschap hoeft thans niet meer bevestigd of gelegitimeerd te worden, ondanks of misschien wel dankzij het paradoxale gegeven dat de meeste Nederlanders eerder orangisten dan monarchisten zijn.