Keuze Tories voor de jongste kandidaat is troostprijs voor Margaret Thatcher; Premier John Major is aardig, degelijk en saai

LONDEN, 28 nov. - John Major, de nieuwe premier van Groot-Brittannie, had zichzelf vanmorgen een 'fry-up' als ontbijt beloofd: bacon en eieren en bloedworst en tomaat. Dat was om het feit te vieren dat hij nauwelijks twee weken geleden - laat staan elf jaar geleden bij zijn aantreden als Lagerhuislid - niet had kunnen dromen dat uitgerekend hij de legendarische Margaret Thatcher zou opvolgen. Een week geleden nog maar riep Thatcher bij terugkomst uit Parijs: 'Ik vecht door, ik vecht om te winnen'. Een dag later kwam ze daar noodgedwongen van terug. Op hem, John Major, net als op zijn vriend en collega Douglas Hurd, hadden Lagerhuisleden grote druk uitgeoefend om in dat geval kandidaat voor het leiderschap te worden en vooral die ambitieuze, zichzelf verheffende en voor veel collega's niet te pruimen Michael Heseltine niet te laten winnen. Toen Major 'ja' zei, lag Heseltine met 152 stemmen voor in de eerste ronde. In zes dagen bleek die voorsprong omgezet in 131 stemmen voor Heseltine, 185 voor Major en slechts 56 voor Hurd.

Douglas Hurd kon er grappen over maken ('Ik weet een goede plot voor mijn nieuwste boek'), want hij houdt de baan van Foreign Secretary, die hij eigenlijk het meest begeert. Michael Heseltine kon vanmorgen als ontbijt zijn teleurstelling herkauwen; een levenslange ambitie om Eerste Minister van zijn land te worden is definitief tot droombeeld verworden. Heseltine zelf gaf grootmoedig en uiterlijk onbewogen zijn nederlaag toe, enkele minuten na het bekend worden van de uitslag van de tweede ronde, maar op het gezicht van zijn vrouw Anne was de bittere teleurstelling af te lezen. Zo dicht was de uitdager van Margaret Thatcher bij de vervulling van zijn droom geweest. Nu ligt zijn politieke toekomst in handen van de man wiens kandidatuur hij door gedurfd optreden heeft mogelijk gemaakt: de Prime Minister John Major.

In een van de talrijke opiniepeilingen die de laatste maanden over de neergang in populariteit van de Conservatieve Partij zijn gehouden, werd 'de man in de straat' een maand geleden een foto van John Major voorgehouden. Wisten de ondervraagden wie dit was? De helft gaf een negatief antwoord. 'Mr Nice Guy', 'Mr Average Next Door', de man die zo beleefd en hoffelijk gevonden wordt door al degenen die met hem te maken hebben, verbleekte tot vrijwel doorzichtig grijs naast markantere collega's in een kabinet dat door zijn voorzitster overschaduwd werd.

'Het is iets heel opwindends om leider van de Conservatieve Partij te worden en in het bijzonder opwindend om een van de opmerkelijkste leiders die de partij gehad heeft, op te volgen', zei John Major gisteravond keurig maar saai in zijn eerste reactie. Hij poseerde, geruime tijd na het bekend worden van de uitslag, met zijn lichtelijk onwillige echtgenote Norma, voor toen nog Downing Street 11 (de ambtswoning van de minister van financien) voor de fotografen. Boven, achter de vitrage van Downing Street 10, was onmiskenbaar de omtrek van het kapsel van Margaret Thatcher zichtbaar. Zij keek met welbehagen neer op de troostprijs voor haar aftocht, de man die in haar ogen het meest van alle kandidaten 'continuiteit' van haar erfgoed garandeert. Zoals Heseltine, met zijn uitgesproken ideeen en onuitwisbare persoonlijkheid, voortzetting van de chaos en wanorde in de partij zou hebben betekend, zo stond Major, kalm, redelijk en vooralsnog 'grijs' genoeg om geen weerstanden op te roepen, voor rust.

Dat 21 parlementariers meer dan vorige keer uiteindelijk hun stemmen aan Heseltine onthielden en dat 185 van de 372 zich in de tweede ronde voor Major uitspraken, had behalve met de antipathie tegen Heseltine, ook te maken met de professionele campagne van het Major-kamp. De laatste opiniepeilingen wezen uit dat Heseltine's claim, dat de Conservatieven alleen onder zijn leiding de algemene verkiezingen kunnen winnen, niet langer waar was, omdat Major hem in dat opzicht had ingehaald.

In hun kieskringen werden Lagerhuisleden dit weekeinde geconfronteerd met woedende reacties over de manier waarop mevrouw Thatcher is heengezonden en de manier waarop Heseltine, door haar uit te dagen, daarbij geacht werd zijn handen te hebben vuil gemaakt. Nu alle drie kandidaten bovendien hadden beloofd 'iets' te doen aan de gehate poll tax - zij het dat Heseltine daarin het verst was gegaan - was er geen reden meer om niet op Major, jong, aardig en een huidige lieveling van althans het Conservatieve Partijcongres in oktober, hun stem uit te brengen.

John Majors eigenschap om uit het niets tevoorschijn te komen bepaalde zijn bliksemcarriere. Op de een of andere manier - was het ambitie of professioneel geluk - was hij altijd op het juiste moment op de juiste plaats. En werd zodoende de juiste man.

De race naar de top begon vorig jaar toen hij als lieveling van premier Thatcher de in ongenade gevallen Sir Geoffrey Howe mocht opvolgen als minister van buitenlandse zaken. Majors loopbaan als Foreign Secretary was kort. Toen Nigel Lawson zijn biezen pakte als minister van financien, vroeg Thatcher hem terug te keren naar het departement dat hij toen tot voor drie maanden onder Lawson gediend had als staatssecretaris van begrotingszaken, en daar de leiding over te nemen. In die functie werd het de taak van Major steeds opnieuw aan het Britse volk uit te leggen waarom het zo slecht ging met de Britse economie, waarom de inflatie steeg en de hypotheekrentes omhoog gingen, en waarom het nodig was de buikriem aan te halen om het tij te doen keren.

Majors grote verdienste is geweest dat hij Margaret Thatcher in oktober van dit jaar zover wist te brengen dat zij toetreding van Groot-Brittannie tot het EMS (het Europese systeem van wisselkoersen) toeliet. Omdat hij tegelijkertijd de bankrente met een procent verlaagde tot 14 procent werd hij op het Conservatieve partijcongres bejubeld als de man die redding uit benauwenis kon brengen. Bij een inflatie van 10,9 procent, een record handelstekort en een beginnende recessie, beloofde Major tot gisteren een verbetering ten goede in de zomer van het volgend jaar. Of die wissel op de toekomst terecht getrokken blijkt, zal in grote mate bepalen of de allerwege uitgebroken euforie over zijn benoeming, vandaag, zal voortduren wanneer hij langer dan een paar maanden premier is. In april 1991 glijden de nieuwe poll tax-aanslagen bij de burgers door de bus, in mei volgen gemeenteraadsverkiezingen, volgende maand worden er spijkers met koppen geslagen over Europese integratie en in januari begint misschien het gevecht in de Golf.