Buitelingen en blote benen in dansstuk over seksualiteit

Voorstelling: Matrix, door Shusaku en Dormu Dance Theatre; choreografie en decor Shusaku Takeushi; muziek: Kees van Zelst; Gezien: 27/11 Stadsschouwburg Concordia, Breda. Nog te zien: 30/11 Haarlem, 2/12 Dordrecht, 4 t/m 9/12 Amsterdam. Daarna tot april 1991 tournee. Gezelschap: Dendy Dance; choreografieen van Mark Dendy, Austin Hartel en Murray Louis. Gezien 24/11, Stadsschouwburg Concordia, Breda.

Het Dansfestival Breda presenteerde als derde premiere van Nederlandse bodem Matrix van het Shusaku en Dormu Dance Theatre. Het werk van de al jaren in Nederland werkende Japanse artistiek leider en choreograaf Shusaku Takeushi heeft als terugkerende kenmerken de mooi opgebouwde vaak verstilde sfeer, verfijnde beelden die veelal een wrange ondertoon hebben, goed geconstrueerde inventieve bewegingsfrases en muziek die de totaliteit aanvult en ondersteunt.

Ook in het nieuwe werk zijn al die elementen aanwezig. Uitgangspunt voor Matrix is een gebeurtenis binnen de Takeushi-familie in de jaren vijftig. Een gerespecteerde 86-jarige weduwe sprak op haar sterfbed de laatste woorden uit: ik zou wel weer eens lekker willen neuken. De haar omringende keurige familieleden waren diep geschokt. De grote rol die seksualiteit in een mensenleven speelt kwam plotseling en onverbloemd aan het licht. Shusaku wil in Matrix aanduiden dat het taboe op het spreken over en beleven van seksualiteit niet alleen voortkomt uit maatschappelijke normen maar ook uit angst en terughoudendheid van de mens zelf. In Matrix wordt dit thema hoofdzakelijk versluierd vormgegeven, al wordt het tere gaas soms flink gescheurd.

Voor de pauze verloopt het allemaal traag, zeer traag. Er zijn mooie en ook intrigerende beelden van vrouwen, manoeuvrerend in en met witte dekbedden. Er zijn voorzichtige, onzekere confrontaties met schuchtere heren, kleine kreetjes van de uitvoerenden gaan onmerkbaar over in volle zang (op de band). Er is wel beweging maar het wordt geen dans. Die komt pas na de pauze aan bod. De drie vrouwen zitten dan eerst nog veilig doch gefrustreerd onder de dekens van hun bedden, maar dan wordt er met veel energie gebuiteld en gesprongen. Lange blote benen flitsen door de lucht en men duikt op de verende matrassen. Als de drie mannen hun plaats innemen, ontstaat een vitaal acrobatisch aandoend spel. In hoog tempo werpen ze zich in volle vaart op de bedden en in elkaars armen en springen ze als uitgelaten jonge honden over elkaar heen. De inmiddels in zwarte, superkorte strakke jurkjes gestoken meisjes mengen zich in het spel. De onzekerheid lijkt voorbij. Dan verstilt de actie. Een voor een verschijnen de dansers geheel ontkleed. Met de rug naar de zaal gericht krommen en strekken zij de naakte lijven en omstrengelen zichzelf. Men is weer alleen.

Als geheel is de goed uitgevoerde produktie wat onevenwichtig. Dat geldt met name voor het eerste deel, waarin de subtiel uitgewerkte beelden niet voldoende blijven boeien en het bewegingsmateriaal summier is.

Esthetiek en verfijning zijn geen begrippen die de choreografieen van Mark Dendy dekken. Deze Amerikaan was in 1988 met zijn groepje te gast in het Springdance Festival. Dat werd een zodanig fiasco dat het bij een voorstelling bleef, de overige werden afgelast. Ook nu kan ik er niet veel positiefs over melden. Dendy houdt te veel van bloot en overdrijving. En al zijn werken hebben een neiging tot persiflage, waarbij het vaak onduidelijk blijft of het wel altijd als zodanig bedoeld is. De onhandige, amateuristisch aandoende bewegingen zijn bij vlagen charmant door de vitaliteit waarmee hij en zijn drie medewerkers ze uitvoeren, maar je bent er gauw op uitgekeken en wanneer het dramatisch wordt is het ronduit genant. Van verschil tussen mannen en vrouwen wil Dendy niets weten. Iedereen doet dezelfde bewegingen en draagt dezelfde kleren: witte rokjes, strakke tricots of minieme slipjes.

Het interessantst waren twee verstilde acrobatische duetten, gemaakt en gedanst door het koppel Lisa Dalton en Austin Hartel.