Bengaalse president Ershad roept de noodtoestand uit

NEW DELHI, 28 nov. - President Ershad van Bangladesh heeft gisteravond de noodtoestand uitgeroepen. In een toespraak via de staatsradio en de televisie zei Ershad dat hij 'de nationale economie wil redden van de misleidende en destructieve politiek' van de oppositie.

Door de afkondiging van een 'Besluit tot Regering tijdens Noodtoestand 1990' werden met onmiddellijke ingang fundamentele politieke rechten opgeschort, alle onderwijsinstellingen gesloten, censuur ingesteld en werd de rechterlijke macht beknot. In de grote steden werd een uitgaansverbod ingesteld en verschenen paramilitaire troepen in de straten. Een aantal politici van de oppositie kreeg huisarrest, onder hen de belangrijkste leiders, Sheikh Hasina Wajed en Begum Khaleda Zia.

De instelling van de noodtoestand kwam na vier dagen van gewelddadige botsingen tussen de politie en aanhangers van de drie oppositiepartijen. De 'Nationale Awami League', de 'Bangladesh Nationalist Party' en de militante 'All-Party Students Union' (APSU). Zondag pleegde een rivaliserende groep studenten die was uitgesloten van het oppositiefront een aanval op de kantoren van de APSU, op de campus van de universiteit van Daca, die spoedig veranderde in een slagveld.

Er werden twee mensen gedood en meer dan honderd gewond tijdens de gevechten die zich daarna uitbreidden naar de straten van de hoofdstad en naar andere steden in het land. De hevigheid van de gevechten dwong de regering af te zien van plannen voor 'een grote nationale bijeenkomst' op maandag, waarmee zij had willen reageren op de onrust. Maar aangezien Ershad niet in staat was een politiek antwoord te vinden voor de spanningen, nam hij uiteindelijk zijn toevlucht tot de uiterst harde maatregelen.

De gebeurtenissen van de laatste dagen lagen in het verlengde van de gezamenlijke woede van de drie belangrijkste politieke allianties over de politiek van Ershad. De campagne begon op 10 oktober met een demonstratie waarin het aftreden van de president werd geeist.

In oktober volgend jaar zijn er presidentsverkiezingen en Ershad streeft naar een tweede ambtstermijn van vijf jaar. De oppositie denkt dat deze verkiezingen met Ershad als zittende president een farce zullen zijn en dat hij op die manier vrijwel zeker is van een overwinning.

Na een aantal stakingen en boycots hebben de drie groepen, die gewoonlijk zeer verschillende opvattingen hebben, gisteren een gezamenlijk plan aangekondigd waarbij een neutrale interimregering vrije en eerlijke verkiezingen moet voorbereiden. Het geweld op de universiteit van Dhaka heeft Ershad nu in de gelegenheid gesteld om de noodtoestand af te kondigen waardoor hij hoopt de kracht van de actie tegen zijn regering te kunnen breken.