Zwaluwzwerftocht

Vogels, tijdschrift voor vogelbescherming nr. 60 (nov/dec 1990). Uitgave van de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels, Driebergseweg 16C, 3708 JB Zeist, 03404-25406. Minimumcontributie fl.35, - per jaar.

Hoe ver vliegt de boerenzwaluw, naar welk land en waarom? Vragen, die bioloog Ben van den Brink als kind al bezig hielden. In januari 1988 greep hij zijn kans. Samen met twee Westduitse biologen ging hij op zwaluwonderzoek in Botswana en in het jongste nummer van Vogels, het tweemaandelijks tijdschrift van Vogelbescherming, brengt hij verslag uit van zijn zwerftocht door dit land, waar over de zwaluwbevolking nog praktisch niets bekend was. ' In de Okavango-delta in Noord-Botswana ontdekten we een reusachtige slaapplaats van naar schatting een half miljoen boerenzwaluwen, ' schrijft Van den Brink, ' en later, meer naar het oosten een nog grotere slaapplaats. We ringden bijna 4000 vogels en onderzochten er enkele honderden op rui, conditie, maten en gewichten. Er was echter geen enkele geringde vogel bij, die een aanwijzing zou kunnen geven over de herkomst van de dieren.'

De boerenzwaluw broedt niet in Afrika, maar gebruikt zijn verblijf daar alleen om te ruien. De meeste vogelsoorten hebben een maand of twee nodig om hun versleten verenpak te vervangen, bij zwaluwen echter kost dat bijna een half jaar. Zwaluwen leven van insekten, die ze al vliegend vangen, en om in de rui zo min mogelijk vliegkracht te verliezen, vernieuwen ze hun vleugelveren een voor een en daarvoor kiezen ze de insektenrijkdom van de Afrikaanse zomer uit.

Ringonderzoek wijst uit, dat Engelse zwaluwen bij voorkeur ruien in Zuid-Afrika, de Middeneuropese wat noordelijker daarvan. De Russische en Siberische populaties trekken via oostelijk Afrika zuidwaarts tot in Zambia en Mozambique, waar ze zich mengen onder naar schatting 120 miljoen Europese en Aziatische soortgenootjes. Maar waar zitten de Nederlandse boerenzwaluwen? Van hen ontbrak tot nog toe elk spoor.

De eerste terugmeldingen van geringde vogels uit Botswana worden met spanning tegemoet gezien. Ook in Zeist, waar de Vogelbescherming de oplage van haar huisblad de afgelopen vijf jaar bijna zag verdubbelen, van 35.000 exemplaren begin 1986 naar zo'n 60.000 nu. Het blad ligt in circa 1.600 boekwinkels en wordt aan 55.000 leden thuisgestuurd.

In een redactioneel commentaar wordt de moderne landinrichting gehekeld. Anno 1990 is een miljoen hectare op de schop genomen, ruim een half miljoen hectare in uitvoering en een zelfde oppervlak in voorbereiding. Rijke weidevogelgebieden, schrijft de belangenvereniging grimmig, maken plaats voor diep ontwaterde biljartlakens met alleen nog meeuwen en kraaien. Wie heeft zo zijn geboortestreek onder het mom van vooruitgang niet ecologisch zien ontwrichten?

Volgens de Landinrichtingswet, die in 1985 werd ingevoerd als opvolger van de uit 1924 daterende en door natuurbeschermers fel bekritiseerde Ruilverkavelingswet, zouden de belangen van natuur en landschap voortaan beter worden behartigd. In de praktijk komt van een evenwichtige belangenafweging echter niets terecht, alleen al omdat agrarische belangenvertegenwordigers in de besluitvormende organen sterk zijn oververtegenwoordigd. De stroom van kritiek was aanleiding voor het instellen van de Commissie Multifunctionaliteit Landinrichting (CMLI), die onlangs een opmerkelijk advies uitbracht. Bestuurlijke belemmeringen moeten worden weggenomen en natuur en landschap moeten in alle fasen van voorbereiding en uitvoering meer aandacht krijgen. Bovendien moeten er veel meer terreinen voor natuurbescherming worden aangekocht. Zo niet, zegt Vogelbescherming, dan moet het woord natuurbescherming maar snel weer uit de naam van het ministerie van landbouw en visserij verdwijnen.

Verder in Vogels ondermeer een bijdrage van Herman Meekes van de vakgroep Natuurbeheer van de Landbouwuniversiteit over de vraag, hoe vogels zullen reageren op de klimaatveranderingen als gevolg van het broeikaseffect. Bepleit wordt, om in Europa een netwerk van natuurgebieden te ontwikkelen, waarbinnen vogels en andere diersoorten zich geleidelijk kunnen verplaatsen als het klimaat verandert. Als de wereld warmer en droger wordt, komen vooral steltlopers, eenden en moerasvogels waarschijnlijk in problemen.

Onder de titel 'Moerasvogels van Europa' schreef de emeritus-hoogleraar K. H. Vous een encyclopedie-achtige serie van 36 portretjes. In dit nummer het laatste, over de Rotgans, die nu eenmaal alles tegen heeft. Ongastvrije broedgebieden, vernietigende ijstijden, de zeegrascatastrofe en dan ook nog eens de winterjacht in Nederland (waar toch bijna een op de drie huishoudens volgens Keek op de Week een groepje triplex gansjes voor het raam heeft staan).

En voor wie tegen zoveel vogeilleed niet opgewassen is, is in elk geval de rubriek 'Vogelaars kijken' van Gerard Ouweneel van harte aanbevolen.