Voor Saddams ondergang is geen uitgebreide en lange oorlog nodig

Wat al te gemakkelijk liet de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Baker zich voor de Amerikaanse troepen in Saoedi-Arabie tot de uitspraak verleiden, dat 'we de gelegenheid hebben deel te nemen aan de vestiging van een geheel nieuwe internationale orde'. In werkelijkheid is de positie, waar de Verenigde Staten in de Golfcrisis in terecht zijn gekomen ruim drie maanden na de Iraakse overval op Koeweit veel hachelijker dan Washington zegt of (misschien) beseft.

Saddam Hussein speelt zijn kwaadaardige diplomatieke spel met een behendigheid en meedogenloosheid, waar zelfs Hitler en Stalin nog van hadden kunnen leren. Hij schrok er niet voor terug buurstaat Koeweit te annexeren inclusief bevolking en rijkdommen. Hij schrikt er ook niet voor terug met dreigementen, terreur en het 'spel' met de gijzelaars zijn tegenstanders voortdurend voor onmogelijke keuzen te plaatsen: wie weigert op 'zijn aanbod' tot het vrijlaten van gijzelaars in te gaan, is onmenselijk; wie erop ingaat versterkt de positie van Irak in de crisis. Zijn troepen hebben zich, na de snelle eerste reactie van Amerika, voor de grens met Saoedi-Arabie ingegraven. Op deze wijze plaatst hij de Verenigde Naties en de Verenigde Staten voor de onmogelijke keuze tussen offensieve actie of smadelijke aftocht.

De resoluties van de VN en de uitspraken van de Amerikaanse regering eisen de onvoorwaardelijke terugtocht van Irak uit Koeweit en zetten die uitspraken kracht bij door het embargo en de aanwezigheid van een formidabele troepenmacht. Het grote probleem echter is, dat Saddam Hussein deze eisen opvat als louter krachtige taal en het embargo interpreteert als onwil om geweld te gebruiken.

Uitstel

Het besef, dat een militaire operatie tegen Irak meer weg zal hebben van de oorlogen in Korea en Vietnam, dan de operaties in de Falklands of Panama, zijn waarschijnlijk de oorzaak, dat een besluit tot ingrijpen steeds weer wordt uitgesteld met het besluit meer troepen te zenden, die dan meer tijd nodig hebben daar te arriveren. Het past ongetwijfeld in het Amerikaanse militaire denken pas tot offensieve actie over te gaan, als het militaire overwicht voldoende is om zeker te zijn van de overwinning. Het risico is echter, dat Saddam Hussein het uitstel opvat als onwil geweld te gebruiken.

Daar komt bij, zoals de The Economist al op 4 augustus schreef, dat men zich moet afvragen of de hedendaagse democratieen nog wel bereid zijn op zo grote schaal oorlog te voeren. Voor de Westeuropese democratieen is het antwoord, met uitzondering misschien van Engeland, ontkennend evenals voor de (nog niet democratische) Sovjet-Unie. Voor Amerika zelf, lijkt het antwoord minder zeker te worden, naarmate de crisis langer duurt, het Congres zich er meer in gaat mengen en bisschoppelijke brieven verschijnen over de morele verwerpelijkheid van meer dan een beperkte oorlog. Arabische steun in geval van oorlog blijft onberekenbaar en zal uiteenvallen, als het Saddam Hussein lukt Israel in de oorlog te betrekken.

De onmogelijke keuze tussen aanval of aftocht heeft Amerika zich laten opdringen. De machtiging, die de Verenigde Staten nu van de Veiligheidsraad pogen te verkrijgen zonodig geweld te gebruiken, is nauwelijks een uitweg uit dit dilemma. De Veiligheidsraad kan namelijk niet meer doen, dan de leden die daartoe bereid zijn, toestaan of aanbevelen geweld te gebruiken, zoals dat in 1950 in de Koreaanse oorlog is gebeurd. In 1950 waren vele leden met Amerika daartoe bereid, omdat het ging om het algemeen geachte belang communistische agressie te weerstaan. Nu de 'Koude Oorlog' voorbij is, ontbreekt juist dit algemeen geachte belang en laat men de taak liefst grotendeels aan Amerika over. Een militair optreden door de Veiligheidsraad krachtens artikel 42 van het Handvest kan alleen, als lidstaten troepen aan de Veiligheidsraad ter beschikking hebben gesteld volgens artikel 43 van het Handvest. Zover is de 'nieuwe orde' na de 'Koude Oorlog' nog niet.

Na een korte periode, waarin het ernaar uitzag, dat spoedig geweld zou worden gebruikt om de Iraakse troepen uit Koeweit te verdrijven, is er nu weer sprake van uitstel voor enige weken of maanden. Die tijd zal vooral moeten worden gebruikt om weg te komen uit de doodlopende straat van Saddam Hussein, die eindigt in aanval of aftocht.

Moreel

Hoewel de berichten over de uitwerking van het embargo tegenstrijdig zijn, mag men niet de mogelijkheid uitsluiten, dat het Iraakse vermogen oorlog te voeren geleidelijk wordt aangetast. Ook de wetenschap, dat de formidabele troepenmacht die in Saoedi-Arabie is samengetrokken in geval van oorlog zeker tot een Iraakse nederlaag zal leiden, kan het moreel van de Iraakse troepen danig gaan aanvreten. Er zijn dus wel degelijk mogelijkheden om weg te komen uit de doodlopende straat van Saddam Hussein.

Het VN-embargo kan worden versterkt door een militaire strategie gericht op isolatie van Irak: versterking van de alliantie met Egypte en Turkije en een poging, met behulp van deze twee landen, Jordanie tot een koerswijziging te brengen. De druk op Irak om de gijzelaars vrij te laten kan worden opgevoerd. Irak kan duidelijk gemaakt worden, dat het operationeel maken van zijn chemische wapens of verdere stappen in de vervaardiging van atomaire, biologische of chemische wapens zullen worden beantwoord met gerichte militaire acties. Over vermindering van de troepensterkte in Saoedi-Arabie kan worden onderhandeld, op voorwaarde dat Iraakse eenheden uit Koeweit eveneens en gelijktijdig worden teruggetrokken en ontbonden. Het is niet ondenkbaar, dat Saddam Hussein - evenals hij met Iran deed - plotseling zal besluiten Koeweit te ontruimen. De Verenigde Naties dienen dan het embargo onverkort te handhaven totdat er een regeling is getroffen voor herstelbetalingen en een aanzienlijke reductie in de Iraakse strijdkrachten.

Tegenover een wrede dictator als Saddam Hussein, die oorlog voert tegen de hele wereld en zijn eigen volk, moet vooral de politiek-psychologische strijd worden opgevoerd. Op een of andere manier moeten zijn strijdkrachten en de Iraakse bevolking worden doordrongen van de absurditeit van zijn politiek en van de zinloze offers, die hij vraagt om Koeweit te behouden en zijn onmogelijke Saladin-droom te realiseren.

Nieuwe orde

De 'nieuwe internationale orde', die de komende jaren wellicht in Europa zal worden gevestigd, kan de komende maanden in het Midden-Oosten niet met geweld worden afgedwongen. Uiteindelijk zal alleen de Arabische wereld zelf in staat zijn een uitweg te vinden uit de vicieuze cirkels van politiek geweld en religieus fanatisme, op straffe van terugval in armoede, ellende en isolatie.

De boodschap van de Verenigde Naties en Amerika na het einde van de Koude Oorlog zal niet kunnen zijn, dat de volkerengemeenschap voortaan bereid is overal agressie met geweld te keren. Zij kan wel zijn dat oorlog tegen het eigen volk en agressie tegen buurstaten in naam van welke droom of ideologie ook, tot de ondergang van zijn aanstichters zal leiden. Amerika en de Verenigde Naties kunnen en moeten een politiek voeren van geduldige standvastigheid. Saddam Hussein is geen Hitler of Stalin en Irak is een kleine, zwakke staat en geen grote mogendheid. Voor Saddams onvermijdelijke ondergang is geen oorlog op grote schaal of een beleg van decennia nodig.