Van der Stoel: missie heeft geen enkel politiek mandaat; Strikt genomen treden we slechts op namens de familie

DEN HAAG, 27 nov. - 'Wij zijn geen politici die ons aan iets of iemand kunnen binden. Wij treden niet op namens het parlement of de regering; wij kunnen ons dus ook niet namens parlement of regering aan iets binden', zegt oud-minister van buitenlandse zaken, mr. M. van der Stoel, lid van de humanitaire missie die klaar staat om naar Bagdad te reizen.

'Strikt genomen treden wij zessen slechts op namens de familie van de gijzelaars. Wij zullen natuurlijk zorgvuldig luisteren naar politieke uitspraken, maar we kunnen daar geen standpunt over innemen.'

Van der Stoel achtte het vanmorgen op zijn kamer in het gebouw van de Raad van State niet uitgesloten dat er nadere voorwaarden uit Bagdad komen. Hij zou echter weigeren verklaringen vooraf af te leggen zoals de Belgische delegatie van parlementariers op verzoek van het Iraakse parlement heeft gedaan. 'Wij zijn ook geen parlementaire delegatie, wij zijn oud-politici zonder politieke functie.'

Van der Stoel geeft toe dat de missie door de uitvoerige discussies erover een sterke politieke lading heeft gekregen. 'Maar de fractievoorzitters onder leiding van de heer Brinkman hebben er geen twijfel over laten bestaan dat het om een humanitaire missie gaat, die als het ware de steun heeft van de overgrote meerderheid van de fracties. Wij krijgen geen opdracht mee van het parlement. Als de delegatie toestemming krijgt om naar Irak te gaan, zal zij naar bevind van zaken moeten handelen. Onze wens is natuurlijk om met mensen op beslissingsniveau te spreken. Dat is dus president Saddam Hussein, want hij neemt de beslissingen.'

In een eerder stadium van de gesprekken over het sturen van een Nederlandse delegatie naar Irak heeft de oud-bewindsman geweigerd als delegatieleider op te treden. 'Ik hoopte dat de secretaris-generaal van de Verenigde Naties een afgezant zou kunnen sturen, die zich met de gijzelaars zou kunnen bezighouden. Ik wilde dat niet met nationale missies doorkruisen. Daarna zijn weken voorbij gegaan waarin de ene missie na de andere naar Bagdad afreisde.'

Het keerpunt in zijn denken kwam toen de voltallige Tweede Kamer zich op het standpunt stelde dat er toch een eigen humanitaire missie moest gaan. 'Als de Kamer zo'n unaniem standpunt inneemt en vervolgens een beroep op je doet, kun je niet weigeren.' Bovendien nam de Nederlandse regering een soort 'gedoog-standpunt' in. Van der Stoels eerdere argument dat dergelijke delegaties Saddam Hussein in zijn standpunt zouden doen volharden, werd naar zijn zeggen 'uitgehold door de veelheid aan missies'.

'Als onze missie in Bagdad aankomt, is ons doel vrijlating van de gijzelaars. Onze vurige wens is natuurlijk tegelijkertijd dat er geen oorlog komt. Daar zullen immers altijd vele onschuldige mensen het slachtoffer van worden. Dat een oorlog moet worden vermeden, daarover heerst ook consensus binnen de Nederlandse bevolking, want uiteindelijk bestaan er in Nederland voor het volk van Irak alleen maar gevoelens van vriendschap', aldus Van der Stoel.

De delegatie van de drie oud-bewindslieden De Jong, Witteveen en Van der Stoel en de overige leden, ds. Wouters van het familiecomite, ir. Tjittes van het Rode Kruis en jhr. De Beaufort, griffier van de Tweede Kamer, die meegaat als secretaris, is gistermiddag voor het eerst bijeengekomen. Een delegatieleider is niet formeel aangewezen, maar gezien de ancienniteit gaat Van der Stoel ervan uit dat oud-premier De Jong dat zal zijn. 'Tijdens deze bijeenkomst bleek dat wij onafhankelijk van elkaar allemaal tot dezelfde conclusie zijn gekomen, namelijk dat onze missie een strikt humanitair karakter heeft en dat wij over geen enkel politiek mandaat beschikken.'

Niet bekend