Taalbarriere bedreigt Nederlanders in EG

AMSTERDAM, 27 nov. - Nederlandse zakenlieden dreigen hun kennisvoorsprong op het gebied van talen te verliezen, juist nu Europa de binnengrenzen slecht en kennis van moderne talen belangrijker is dan ooit.

Dat constateert dr. C. Koster, directeur van het Taalcentrum van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij sprak gisteren op een door het Taalcentrum georganiseerde bijeenkomst over taal- en cultuurproblemen in de zakenwereld.

'In het voortgezet onderwijs staan de moderne vreemde talen onder druk. De opmars van moderne vakken als informatica, de grote nadruk op exacte vakken als voorwaarde voor later maatschappelijk succes: het zijn bedreigingen voor de beheersing van de moderne vreemde talen.'

Een onderzoek dat het Taalcentrum in 1988 hield onder personeelsfunctionarissen van 231 bedrijven met meer dan honderd werknemers, geeft aan dat 89 procent van de ondervraagden zich veelvuldig van het Engels bedient, 53 procent van het Frans en 64 procent van het Duits.

Tachtig procent van ondervraagde personeelsfunctionarissen zegt dat het personeel moeite heeft met bepaalde aspecten van de vreemde taal. Dat varieert van een gebrek aan woordenschat (25 procent) of een tekort aan 'taalvaardigheid' (22,3 procent) tot een gebrek aan 'gespreksvaardigheid' (21,8 procent) en te weinig kennis van de grammatica (18,2 procent). De grootste problemen doen zich voor bij het Frans, gevolgd door het Duits en het Engels.

De problemen lijden volgens Koster tot 'vermijdingsgedrag'. 'Nederlandse ingenieursburo's bijvoorbeeld hebben in alle wereldregios's een marktaandeel van 6 procent. In Latijns Amerika is dat slechts 1,8 procent. Omdat het te ver weg is? Nee, omdat ze daar Spaans spreken.'

De Nederlandse investeringen in het buitenland mogen dan tussen 1973 en 1985 zijn gestegen van 45 naar 145 miljard, de ontwikkeling van de kennis van vreemde talen en culturen heeft daarmee geenszins gelijke tred gehouden.

Zowel in Groot-Brittannie als in Frankrijk zijn scholieren inmiddels verplicht om ten minste een vreemde taal in hun vakkenpakket op te nemen en in Duitsland zijn dat er zelfs twee. In Nederland is alleen het Engels verplicht.

Koster bespeurt bij Nederlanders bovendien een misplaatste zelfingenomenheid. 'Het Dutch accent in het Engels is zeer herkenbaar. Het geeft Nederlanders het imago van hoekige, onbuigzame gesprekspartners. We laten ons gauw vleien als een Engelsman zegt dat ons Engels excellent is. Maar dat betekent niets. Dat zegt een Engelsman tegen iedereen die hij kan verstaan.'

De taalwetenschapper mag in dit verband graag het waargebeurde verhaal aanhalen van de Nederlandse personeelschef die een sollicitante uit Frankrijk beleefd in het Frans ontving. Hij bood haar een kopje thee aan, en nodigde haar uit met de woorden 'venez dans ma chambre'. In het Frans wordt chambre alleen gebruikt voor slaapkamer.