Staking Deutsche Reichsbahn complete verrassing; Een deel van de Duitse pers trekt fel van leer tegen de spoorwegstakers

BERLIJN, 27 nov. - Op het Westberlijnse Bahnhof Zoo hebben de stakende werknemers van de Oostduitse spoorwegen zich veilig achter de gesloten hekken opgesteld, om de veelal boze reizigers uit te leggen waarom er geen treinen rijden. Op het Oostberlijnse Hauptbahnhof ontbreekt zo'n hek, en het is ook niet nodig. De Oostberlijnse klanten van de Deutsche Reichsbahn ergeren zich wel, maar tonen tegelijkertijd begrip. 'Zonder reden legt niemand het werk neer', meent een passant. 'We hebben allemaal die problemen', zegt een ander. Alleen, als de staking zou worden uitgebreid tot de stedelijke S-bahn van Berlijn, dat zou te ver gaan. Dan kan de Oostberlijner niet op tijd op zijn werk komen, en dan vreest hij straks, bij de 'rationalisatie' van zijn bedrijf, als een der eersten te worden ontslagen.

De succesvolle staking bij de 'Deutsche Reichsbahn', zoals de Oostduitse spoorwegen heten, maakt enorme indruk. Bescherming tegen massa-ontslag en een dienstregeling voor het optrekken van de salarissen tot Westduits niveau, eist het Oostduitse spoorwegpersoneel. Dat is vermoedelijk de wens van elke werknemer in de voormalige DDR, waar deskundigen in 1991 een effectieve werkloosheid van minstens drie miljoen mensen (op een werkende bevolking van negen miljoen) verwachten. De door velen verwachte 'hete herfst' in de voormalige DDR is uitgebleven. Het beeld van de Oostduitse werknemer wordt tot nu toe door gedweeheid gekenmerkt: met de vage belofte dat over een paar jaar betere tijden zullen aanbreken, laat hij vrijwel zonder protest zijn vaste arbeidscontract in een tijdelijk omzetten, of zich - in het geval van ambtenaren - op een 'wachtlijst' zetten, zodat voor hem of haar straks zelfs geen ontslagvergunning meer noodzakelijk is.

Dat beeld lijkt met de spoorwegstaking in een klap verdwenen. Het enthousiasme onder het spoorwegpersoneel heeft zelfs hun van oorsprong Westduitse vakbond GdED verrast. Op de gisteren uitgedeelde vlugschriften is nog sprake van 'mogelijke hinder voor de reizigers'. Het aanvankelijke plan was om de treinverbindingen tussen West- en Oost-Duitsland te verbreken, om het verschil in arbeidsvoorwaarden te beklemtonen. Maar al vier uur na het begin van de acties was zondagavond duidelijk, dat tot nader order nauwelijks meer een trein zal rijden in de voormalige DDR. De stakers lieten gisteren alleen wat goederentreinen met voedsel voor Oost-Europa door. Ook de S-bahn en andere strikt lokale treinen zijn nog in bedrijf.

De weinige reacties uit Bonn maken duidelijk dat de Oostduitse spoorwegstaking, minder dan een week voor de Bondsdagverkiezingen, een uiterst pijnlijke verrassing is. Minister van verkeer, Zimmermann, merkte op dat de staking 'de desolate toestand van de economie in de nieuwe Bondslanden nog zal vergroten'. De president-directeur van de Deutsche Reichsbahn, Heinz Klemm, die in verband met de staking ijlings uit Berlijn naar Bonn was gevlogen, noemde na een gesprek met de minister de staking 'onverantwoord' en 'een negatief signaal voor de ontwikkeling van de nieuwe bondslanden'. In een duidelijke poging solidariteit met de spoorwegwerkers tegen te gaan, laakte Klemm ook dat zijn personeel 'voorrechten opeist die andere ambtenaren in de nieuwe bondslanden niet hebben'. Bij het spoor wordt nu al meer verdiend dan door andere voormalige DDR-burgers, aldus Klemm, wel zo'n 1500 D-mark per maand.

De enige meer begripsvolle reactie kwam gisteren van Manfred Stolpe (SPD), premier in het nieuwe Bondsland Brandenburg. 'De staking is de uitdrukking van sociale zorg die velen voelen-', meende hij, 'en moet als signaal ernstig worden genomen'.

De Deutsche Reichsbahn is een schoolvoorbeeld voor de problemen in de Oostduitse economie. Deze opvolger van de vooroorlogse Duitse spoorwegen - vandaar de naam - bedient met 260.000 personeelsleden een net dat slechts de helft is van dat van de Westduitse Bundesbahn, waar evenwel ook 260.000 mensen werken. Op de vooroorlogse, in veel gevallen uit het begin van de eeuw daterende infrastructuur is in de DDR decennia lang roofbouw gepleegd, met als gevolg een zorgwekkende toestand van veel trajecten en bruggen, die de snelheid van de treinen drukken. Bijna overal groeit tussen de rails overdadig struweel. De incomfortabele, veelal snikhete of ijskoude wagons en de verwaarloosde perrons worden bevolkt door een overmacht aan conducteurs, perronchefs en sous-chefs in vooroorlogs aandoende uniformen.

Pas in de jaren zestig heeft de Reichsbahn ernst gemaakt met de omschakeling van kolen- naar diesellocomotieven. Pas in de jaren tachtig is een begin gemaakt met elektrificatie op doorgaande trajecten. Sinds de invoering van de D-mark in de DDR heeft de Reichsbahn te maken met een door de directie niet nader gespecificeerde omzetverlaging. Door de drastische vermindering van de industriele produktie in Oost-Duitsland neemt het goederenvervoer af, en steeds meer reizigers lijken de reis per nieuwaangeschafte 'West'-auto over de verstopte Oostduitse wegen te verkiezen. Algemeen bestaat de indruk dat het op stations en in treinen de laatste maanden bijzonder onveilig is geworden.

Over de mogelijkheden tot herstel hullen betrokkenen zich in vaagheid. Over de investering die benodigd is om de Reichsbahn voor volledige ineenstorting te behoeden, doen schattingen tussen 50 en 100 miljard D-mark de ronde. De directie, die er prat op gaat ondanks de recente omzetdaling nog niemand te hebben ontslagen, heeft bij het begin van de staking gezegd dat er 68.000 ontslagen moeten vallen. De vakbond verdenkt de directie van 125.000. In het verenigingsverdrag tussen de Bondsrepubliek en de DDR is bepaald dat Reichsbahn en Bundesbahn een bedrijf zullen worden, maar de directie van de Bundesbahn laat weten dat zij de tijd daarvoor nog lang niet gekomen acht.

De werknemers van de Reichsbahn zijn echter enkele maanden geleden, na de opheffing van hun DDR-vakcentrale, massaal toegetreden tot de Westduitse spoorwegvakbond GdED (Gewerkschaft der Eisenbahner Deutschlands) en plukken nu de vruchten van 'twintig jaar ervaring met bescherming tegen saneringsplannen', zoals stakingsleider Rolf Hofmann het glimlachend uitdrukt. Hij wijst op het bij de Bundesbahn bestaande natuurlijk verloop van 14.000 personeelsleden per jaar, en meent dat hetzelfde verschijnsel in Oost-Duitsland een bruikbaar instrument voor personeelsinkrimping is. De geldende redenering dat salarisverhoging en aanpassing van de lonen in de voormalige DDR aan het Bondsrepublikeinse niveau gelijke tred moeten houden met de toename van de arbeidsproduktiviteit, wijst Hofmann af. 'We zijn hier niet in India. Als men het technologisch niveau van de Oostduitse spoorwegen op Westduits niveau wil brengen, dan horen daarbij ook vergelijkbare lonen'.

De eerste reacties op straat in West-Berlijn doen vermoeden dat de Westduitse publieke opinie weinig op heeft met de nieuwe Oostduitse eisen. 'En wie moet dat betalen, als ze straks allemaal hetzelfde als wij gaan verdienen?', meent een winkelier. 'Wij toch zeker?'. Een ander meent 'dat het Wirtschaftswunder bij ons alleen maar mogelijk is geweest dankzij samenwerking tussen de vakbonden en de werkgevers. Zo moet het in de voormalige DDR nu ook gaan'. Maar die reactie gaat voorbij aan het feit dat de Westduitse vakbonden, die nu ook Oostduitse vakbonden zijn, zeer weinig voelen voor het bestaan van een reservoir aan laagbetaalde krachten binnen het verenigde Duitsland.

Een deel van de Westduitse pers trekt fel van leer tegen de Oostduitse stakers. Het anders niet onserieuze 'Heute Journal' van de ZDF had gisteravond bijna uitsluitend oog voor een wenende gestrande reizigster. Het rechtse Springer-blad 'BZ' trok een vergelijking met de Sovjet-blokkade van West-Berlijn in 1948. Voor hongersnood hoeven de Westberlijners evenwel niet te vrezen: 85 procent van de bevoorrading bereikt de stad sinds jaar en dag per vrachtwagen. De Bundeswehr heeft al toegezegd het vervoer van postpaketten te zullen verzorgen. Particuliere busondernemingen beleven gouden tijden aan het vervoer tussen Berlijn en Westduitse steden als Hamburg en Hannover - een vorm van stakingsbreking, waarheen de stakende employes aan Bahnhof Zoo nochtans behulpzaam de weg wijzen.