Rustende boer mag niet langer op 'zijn' erf wonen

BEST, 27 nov. - Potplanten en nette gordijntjes sieren de ramen en geven de voormalige stal het aanzien van een bungalow. Als hun zoon over twee jaar het bedrijf overneemt, willen de Brabantse veehouder M. Hulsen (63) en zijn vrouw (56) er hun intrek nemen. Hulsen is nog een van de weinigen. De provincie Brabant heeft besloten dat oudere boeren voortaan niet meer bij hun kinderen op het erf mogen wonen.

In de langwerpige aanbouw van de boerenwoning van het echtpaar Hulsen, even buiten de bebouwde kom van het dorp Best, woont voorlopig zijn oudste zoon Marinus (27). Maar over twee jaar moet die 'maar gaan fietsen'. Zoon Paul (21), nu student aan de Hogere Agrarische Landbouwschool, neemt het middelgrote veebedrijf met veertig melkkoeien, dertig fokstieren en 330 varkens over.

De Raad van State heeft onlangs besloten dat 'rustende boeren' niet langer woonruimte mogen bouwen bij hun kinderen op het erf. Dit was toegestaan onder de voorwaarde dat het onderkomen direkt aan- of in de bestaande woning of bedrijfsgebouw kwam. Zo kon het oudere echtpaar de jonge boer in zijn beginjaren assisteren bij de bedrijfsvoering. De Raad van State constateerde dat deze oplossing - de 'tijdelijke woonruimte-regeling rustende boer' - niet als tijdelijk werd opgevat. In de praktijk bleef het 'rustende' echtpaar er de rest van hun leven wonen. De bebouwing bleef na de dood van de ouders staan. Deze woningen bedreigen volgens de provincie het plattelandskarakter. De regeling werd afgeschaft.

De Brabantse boer Hulsen kreeg in 1988 nog gemakkelijk een vergunning voor de verbouwing van de toen vervallen stal. Waarschijnlijk omdat zijn uit 1951 stammende boerderij 'volgens de gemeente historische waarde heeft'. Zoon Jan (25), die voor dierenarts studeert, heeft inmiddels voor de oprit al een blauw straatnaambord laten maken met daarop 'Rustende boerlaan'.

Hulsen denkt door zijn voortdurende aanwezigheid zijn praktijkervaring beter te kunnen overbrengen op zijn zoon: 'Als een koe plotseling iets mankeert, weet ik zelf wat er aan de hand is. Voordat de veearts komt, kan ik al gericht zelf bepaalde spuiten geven.' Paul: 'Ik zou op de veearts wachten.'

Hulsen, die oud-voorzitter is van de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond (NCB), vindt de beslissing strijdig met de overheidsgedachte 'dat oude mensen zo lang mogelijk zelfstandig moeten blijven. Als zij bij hun kinderen wonen kunnen zij makkelijk hulp krijgen.' Hij meent dat de toekomstige 'rustende boeren' financieel nadeel zullen ondervinden van de nieuwe situatie. 'De verbouwing van mijn stal kostte 25.000 gulden', zegt Hulsen. 'Als ik een ander huis had moeten kopen of huren was ik veel meer kwijt geweest. Dat geld had uit mijn bedrijf moeten komen. Dat zou extra ongunstig zijn geweest voor mijn zoon Paul, te meer omdat bedrijfsuitbreiding niet meer is toegestaan.'

Dat boeren worden gedwongen de plek waar zij hun hele leven hebben gewerkt te verlaten, vindt Hulsen het meest vervelend. 'En alternatieve woonruimte voor boeren in de dorpskern is veelal niet voorhanden', zegt hij. 'Bovendien zijn de meeste onderkomens voor-de-rustende-boer door hun ligging op het erf ongeschikt voor anderen. Welke boer wil dat nou, burgers op de stoep?'

Het feit dat gepensioneerde boeren niet op hun erf mogen wonen, zal geleidelijke bedrijfsovername bemoeilijken. De overname gebeurt meestal via een maatschap tussen ouder en kind. De vertrekkende boer werkt in vele gevallen nog jaren op de boerderij.

Ook boer Hulsen zal niet ineens ophouden. 'Als je je hele leven hebt gezwoegd, kun je niet plotseling stoppen. Paul zal de koeien melken. Ik sta waarschijnlijk een uurtje later op. Misschien neem ik eens een middagje vrij, mijn vrouw zal wat vaker winkelen.'

Er is een uitzondering op de regel die boeren verbiedt op het erf te blijven wonen. Op grond van artikel 17 van de Wet Ruimtelijke Ordening kan de rustende boer nog een bouwvergunnning krijgen voor een nieuw onderkomen in de bestaande woning. Maar die bebouwing moet na vijf jaar weer worden afgebroken. 'Dat is toch pure kapitaalvernietiging', zegt Hulsen.