Reuzenstormen op Saturnus verschijnen om de dertig jaar

Op de planeet Saturnus woedt een storm en wel een zo hevige dat hij vanaf de aarde te zien is. Hij werd eind september ontdekt door astronomen van de Las Cruces-sterrenwacht (New Mexico) als een kleine witte vlek op 12 graden noorderbreedte op de planeet. De vlek werd groter en bovendien steeds meer in de rotatierichting van de planeet uitgerekt, zodat hij eind oktober de gehele evenaar bestreek. Het gaat om een gigantisch stormgebied, vergelijkbaar met de Grote Rode Vlek op Jupiter (die al bijna vier eeuwen bestaat) en de Grote Donkere Vlek die Voyager 2 in augustus 1989 op Neptunus ontdekte.

In de afgelopen twee eeuwen zijn er zo'n twintig witte vlekken op Saturnus waargenomen, maar slechts vier ervan behoorden tot de categorie 'groot' en bleven vele weken bestaan. Zij verschenen in 1876, 1903, 1933 en 1960, alle op het noordelijk halfrond, maar geen enkele werd zo groot als die van nu. De grote vlekken verschijnen met een opmerkelijke regelmaat, om de 27 tot 30 jaar, hetgeen vrijwel overeenkomt met de tijd waarin Saturnus om de zon draait: 29,5 jaar. Bovendien verschenen de vlekken alle rond de tijd dat het op het noordelijk halfrond van Saturnus hartje zomer is. Het ligt daarom voor de hand te veronderstellen dat de stormcomplexen worden veroorzaakt door een mechanisme dat samenhangt met de (extra) verwarming van de atmosfeer.

Niet bekend

Astronomen (en zeker ook amateurs) zullen Saturnus de komende maanden nauwlettend in de gaten blijven houden, om te kijken op welke manier de storm weer verdwijnt. Helaas worden de waarnemingsomstandigheden snel ongunstiger. Nu is de planeet in onze streken nog 's avonds laag in het zuidwesten te zien (in het sterrenbeeld Sagittarius). Midden december verdwijnt hij in de gloed van de zon, om pas eind februari weer tevoorschijn te komen: aan de ochtendhemel. Voor waarnemers op het zuidelijk halfrond duurt de onzichtbaarheidsperiode wat korter. Hopelijk zal de storm niet al tijdens die periode gaan liggen.