Rekers vrienden

Op een symposium in Leeuwarden kwam de vraag aan de orde of het haalbaar zou zijn om twee Friese dagbladen, de Leeuwarder Courant en het Friesch Dagblad, voortaan in de Friese taal te doen verschijnen. Nee, zei Hylke Speerstra, hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant, dan zouden we meer dan de helft van onze lezerskring verliezen 'en wij willen niet als de Haagse voetbalclub ADO sterven in schoonheid'. Een gedurfde opmerking, want ADO als Haagse voetbalclub op amateurbasis bestaat nog wel degelijk en de profs hebben jaren geleden een fusie met Holland Sport aangegaan en zijn nooit in de vernieling geweest - al hebben ze wel slechte tijden meegemaakt, terwijl de FC Den Haag zojuist met 2-0 van Feyenoord won en op de vierde plaats van boven staat, in de eredivisie!

Onder de naam ADO is de club in de oorlogsjaren twee maal landskampioen geweest. Een van de trouwste spelers, Ben Tap, overleed onlangs. Sommige anderen, zoals spil Aad van Kampen gingen hem voor. ADO had in die tijd en ook veel later toen Theo Timmermans, Mick Clavan, Carol Schuurman, Hennie den Engelse, Lex Rijnvis en zoveel andere knappe voetballers het Zuiderpark bevolkten, een overwegend technisch elftal, maar in schoonheid gestorven is het niet. Sommige vergelijkingen gaan mank, de mijne een enkele keer niet uitgezonderd.

Maar al te dol slaat tegenwoordig Jan Reker, de trainer/coach van Roda JC om zich heen. Hij is een vol-ijverig man, die soms aardige initiatieven ontwikkelt welke slechts zijdelings met zijn coaching in Kerkrade te maken hebben. Zo haalde hij - op zichzelf terecht - zijn collega's uit het betaalde voetbal bij elkaar op een weekend waarin de competitie toch vrijwel stillag. Dat er slechts negentien van de zevenendertig kwamen opdagen pleit niet tegen de organisator. Eerder zegt het iets van de geringe behoefte aan eenheid bij de wegblijvers. Achteraf kunnen die evenwel wijzen op enkele volstrekt onzinnige uitlatingen van Reker himself. Die poneerde de stelling dat je nooit anti-voetbal moet spelen tegen een ploeg welke door een bevriende trainer wordt getraind. Reker zei dat Sef Vergoossen van MVV een vriend van hem was en dat hij tegen MVV onder Vergoossen nooit beton-voetbal zou spelen.

De voetbalwereld volgens Reker zit dus zodanig in elkaar dat je de tegenstanders in vrienden en niet-vrienden verdeelt en aan de hand daarvan bepaalt welke tactiek moet worden gespeeld. Op bezoek bij een niet-vriend van Reker valt niet te verwachten dat Roda JC eraan zal meewerken van die wedstrijd een spectaculair festijn te maken. Hoe het elftal van die niet-vriend in elkaar steekt schijnt daarbij geen rol te spelen: Reker mag die bepaalde trainer niet en dus gaat bij Roda de deur in het slot en mogen de toeschouwers zich bekocht voelen. Het is de onzin gekroond en het lijkt ook niet te kloppen met het beeld dat Reker uitdraagt als moderne, wat speelse, vooruitstrevende trainer van net-geen-topclub. Maar diezelfde Reker heeft het in een uitwedstrijd (halve finale Nederlandse beker) tegen de FC Utrecht op het vlak van weigeren-te-voetballen destijds zo bont gemaakt, dat Nol de Ruiter die toen de Stichtse ploeg coachte, na afloop weigerde de toenmalige PSV-trainer een hand te geven. Wie De Ruiter kent als een van de aardigste oefenmeesters in het vaderlandse voetbal is geneigd om aan te nemen dat Reker het die dag wel heel bont maakte.

Gelukkig is soms een begin van rechtvaardigheid in voetbal te bekennen. Die eerste halve finale eindigde in 0-0 en PSV dacht thuis de zaak wel even te zullen klaren. Maar in Eindhoven werd het 2-2 en de FC Utrecht benutte de strafschoppen beter. Zo kreeg een trainer die weigerde uit zijn schulp te kruipen (want dat schijn je in uitwedstrijden niet te hoeven doen) het lid op de neus. Maar als Vergoossen ('een vriend van mij') tegenover hem had gestaan zou hij fris en vrolijk ten strijde zijn getrokken. Ik hoop dat Reker vele vrienden telt onder zijn collega's.