PLO en vredeskamp Israel nog ver uiteen

AMSTERDAM, 27 nov. - Voor het eerst sinds het uitbreken van de Golfcrisis hebben een Israelisch parlementslid en een naaste adviseur van PLO-voorzitter Arafat elkaar ontmoet. Beiden verklaarden dat - wat er ook in het Midden-Oosten door de Iraakse invasie in Koeweit veranderd moge zijn - hun politieke doel, de stichting van een Palestijnse staat naast Israel, onveranderd is.

Zij waren het er ook over eens dat de Golfcrisis wel degelijk van invloed is op het Israelisch-Palestijnse conflict, hoewel zij dat verband op verschillende manieren uitlegden. Tevens waren zij het met elkaar eens (en daarmee impliciet met Saddam Hussein, die zulks al in april voorstelde) dat alle massa-vernietigingswapens uit het Midden-Oosten dienen te verdwijnen.

Maar zij verschilden wezenlijk van mening hoe de houding van de PLO ten aanzien van Irak moet worden uitgelegd. Evenmin kwamen zij tot overeenstemming over de onmiddellijk te nemen, praktische stappen opdat de staat Israel en de toekomstige staat Palestina in vrede, veiligheid en harmonie met elkaar samenleven. Hun uiteenzettingen versterkten de indruk dat de PLO en het Israelische 'vredeskamp', alle goede bedoelingen ten spijt, nog mijlen van elkaar verwijderd zijn en in feite een dialoog van doven, gelardeerd met een reeks van verwijten, voeren.

De ontmoeting had zaterdag plaats in Amsterdam, waar dr Nabil Sha'ath, hoofd van de politieke commissie van het parlement van de PLO, gedurende enkele uren deelnam aan een symposium over de toekomstige Israelisch-Palestijnse relatie en de daarmee verbonden veiligheidsaspecten - dit allemaal in het licht van de Golfcrisis die een extra hypotheek heeft gelegd op de toch al ernstig verstoorde Israelisch-Palestijnse verhoudingen. Nabil Sha'aths tegenhanger was Ran Cohen, die namens de links-liberale Burgerrechtenpartij Rats zitting heeft in het Israelische parlement.

Nabil Sha'ath kwam pas op het laatste moment, omdat de PLO het politieke gehalte van de Israelische deelnemers eigenlijk te laag vond. Maar het huidige politieke klimaat in Nederland is sinds de door de Palestijnen zo toegejuichte Iraakse invasie in Koeweit uiterst problematisch voor Yasser Arafat geworden. Daarom zou het zeer onverstandig van de PLO zijn geweest af te zien van een publieke gelegenheid om haar boodschap van (betrekkelijke) gematigdheid en vredesbereidheid te verkondigen.

De organisatoren van het symposium wilden aanvankelijk de veiligheidsaspecten van een Israelisch-Palestijnse regeling onder de loupe nemen. Maar onder druk van de huidige politieke situatie besloten zij de Golfcrisis in de beschouwingen mee te nemen. Dat kwam het emotionele gehalte van het symposium zeer ten goede.

De gebruikelijke Palestijnse en Israelische deelnemers aan dit soort vredesbijeenkomsten zijn de afgelopen jaren wat moe van elkaar geworden. De Palestijnse deelnemers constateren dat het Israelische vredeskamp mooie bedoelingen mag koesteren, maar totaal niet in staat is gebleken om die bedoelingen in politieke feiten te vertalen.

Van hun kant merken de Israelische voorstanders van een Palestijnse staat op dat de PLO-leiding niet die noodzakelijke maatregelen neemt die geloofwaardig de vredelievende doelstellingen van de Palestijnse staat onderstrepen. 'Daardoor', zo zeggen zij, 'wordt onze positie in Israel ernstig aangetast.'

Tevergeefs betoogden Ran Cohen en andere Israelische sprekers dat het wel heel moeilijk voor hen is om aan een Israelisch-Joods publiek de PLO als onderhandelingspartner te verkopen, zolang diezelfde PLO geen afstand heeft genomen van Saddams dreigementen om Israel met gifgas te vernietigen. Zij probeerden duidelijk te maken dat het - gezien het collectieve geheugen van het Israelische volk - niet zo simpel is door het beslagen glas van een gasmasker vredesmogelijkheden te onderkennen. Het standaardantwoord van de Palestijnse sprekers luidde dat Arabische chemische wapens het logische antwoord zijn op Israels nucleaire wapens.

Angsten

Ook ditmaal weigerden de Palestijnen, zoals in voorgaande vredessymposia, de Israelische angsten te bespreken. Niet alleen omdat zij meer vertrouwen hebben in de politieke effectiviteit van Amerikaanse en/of Europese buitenstaanders dan van hun huidige Israelische gesprekspartners, die niet over politieke macht beschikken. Maar ook omdat Israels repressieve maatregelen tegen de intifadah, de verschuiving naar rechts van de Israelische regering en de steeds slechtere vooruitzichten op zelfs maar het begin van een vredesregeling hun het gevoel hebben gegeven dat zij - en niet Israel - worden bedreigd in hun directe toekomstmogelijkheden, dat zij - en niet Israel - de zwakkere partij zijn, en dat daarom zij - veel meer dan Israel - veiligheidsgaranties nodig hebben. Vandaar, dat zij geen rekening wensen te houden met de tactische problemen van het Israelische vredeskamp.

Op hun beurt slaagden de Israelische sprekers er niet in de Palestijnse zorgen te sussen over de immigratie van Sovjet-Joden. Zij kunnen zeggen dat immigratie van vervolgde en bedreigde joden de hoeksteen is van Israels bestaansrecht en dat deze joden voor het overgrote deel niet naar de bezette gebieden zullen gaan. Maar dat overtuigt de Palestijnen geenszins. Want die zijn er zeker van dat met deze immigratiegolf, die een van de grootste in de geschiedenis van het zionisme wordt, nieuwe voldongen feiten worden geschapen in en voor de bezette gebieden, waardoor de vooruitzichten op een onafhankelijke Palestijnse staat met de maand afnemen.

Nog maar een half jaar geleden stelde Nabil Sha'ath tegenover deze krant dat de PLO geen bezwaar kan koesteren tegen de Sovjet-immigratie, zolang men van Israelische kant geen bezwaar maakt tegen het recht van de Palestijnse vluchtelingen om naar hun Palestijnse staat terug te keren. Ditmaal zei hij niets over dit onderwerp, dat de gemoederen in Palestijnse en Arabische kring nog eens extra heeft verhit.

Hij herhaalde slechts wat de PLO de afgelopen maanden voortdurend tegenover Westerse gesprekspartners heeft betoogd en wat vriend en vijand van de PLO maar niet willen geloven: dat de leiding van de PLO, in tegenstelling tot de gefrustreerde en wanhopige Palestijnse massa's, niet de kant van Irak heeft gekozen. De organisatie weigerde alleen de invasie en de annexatie van Koeweit officieel te veroordelen omdat zij in het belang van de vrede 'geen smerige taal wil gebruiken'.

Nabil Sha'ath stelde dat men de PLO 'niet op haar woorden, maar op haar daden moet beoordelen'. En hij sprak opnieuw de diverse berichten tegen, die zowel uit Koeweitse als uit niet-Koeweitse bron komen, dat duizenden PLO-strijders, behorende tot de groepen van Abul Abbas en van het Arabische Bevrijdingsfront, de Iraakse bezettingstroepen in Koeweit actief in hun repressie terzijde staan. Tevens ontkende hij dat de PLO op enigerlei wijze Irak bij het ontduiken van de sancties helpt.