Misdaad per computer blijkt aanzienlijk

ROTTERDAM, 27 nov. - Computercriminaliteit komt in Nederland in aanzienlijke mate voor. De omvang ervan zal naar verwachting verder toenemen. Daders zijn moeilijk op te sporen en slachtoffers zijn nauwelijks bereid om aangifte te doen.

Dit staat in het rapport Computercriminaliteit in Nederland, dat door F. Charbon en H. Kaspersen is geschreven in opdracht van het Platform Computercriminaliteit. Omdat er zo weinig aangifte wordt gedaan benaderden de onderzoekers ruim 2500 organisaties met een vragenlijst. Een derde stuurde verwerkbare antwoorden terug. Van deze 845 organisaties hadden er 179 wel eens met computercriminaliteit te maken gehad, sommige meer dan eens. Slechts in 17 van de 375 gevallen werd aangifte gedaan (4,5 procent).

Softwarepiraterij is verreweg de meest voorkomende vorm van computercriminaliteit (193 gevallen), zo blijkt uit het onderzoek. Hiervan wordt vrijwel nooit aangifte gedaan. Dat geldt ook voor het zich onbevoegd toegang verschaffen tot een computer - 'kraken' - en voor het toebrengen van schade aan gegevens of programma's (respectievelijk 53 en 59 gevallen).

De meest genoemde redenen om geen aangifte te doen waren dat men interne sancties of andere maatregelen afdoende achtte en dat er slechts geringe schade was. Verder speelde bij veel organisaties een rol dat de dader onbekend was, zodat een uitgebreid onderzoek nodig zou zijn. Inbreken in een computersysteem zonder schade aan te richten is trouwens nog niet strafbaar. Angst voor openbaarheid en een slechte naam voor de organisatie werd ook vaak genoemd als reden om geen aangifte te doen, vooral door banken en automatiseringsbedrijven. De organisaties die wel aangifte deden zijn in meerderheid tevreden over de afwikkeling ervan, schrijven de onderzoekers, maar het aantal aangiften is te gering om verregaande conclusies te trekken. Slechts een organisatie vond dat haar aangifte tot teveel publiciteit had geleid.

Van fraude en valsheden met behulp van een computer wordt relatief vaak wel aangifte gedaan: in 7 van de 12, respectievelijk 4 van de 14 aan de onderzoekers gemelde gevallen. De gemiddelde schade bedroeg voor de gevallen waarvan die bekend was 200.000 gulden.

De onderzoekers signaleren dat het opsporen van daders van computercriminaliteit steeds moeilijker wordt: de juridische mogelijkheden van politie en justitie houden geen gelijke tred met de technische mogelijkheden van daders. Zo worden gegevens die via een telefoon- of datalijn van de ene naar de andere computer wordt gestuurd steeds vaker versleuteld. Daardoor worden de gegevens onleesbaar voor onbevoegden, maar ook voor justitie, zelfs als die de bevoegdheid krijgt gegevensverkeer 'af te luisteren'. Nu mag justitie alleen gesprekken afluisteren.