Literaire Tijdschriften

Kilo's en pagina's

A. F. Th. van der Heijden is in november 'schrijver van de maand' in de HPU-uitgave Boekenkrant, een nogal futiel blad dat met een enkel artikel en heel veel boekbesprekingen probeert de Nederlandse uitgevers bij te benen. Het zat ter introductie korte tijd bijgesloten in HP/De Tijd, maar erg levensvatbaar ziet het er niet uit. Van Van der Heijden werd een voorpublikatie opgenomen uit Advocaat van de hanen, het vierde deel van de romancyclus 'De tandeloze tijd' dat een dezer dagen dan eindelijk verschijnt. (Deel drie, Sneeuwnacht in september, is nog niet voltooid). De Boekenkrant nam ook een zogenoemde 'napublikatie' op: een fragment uit de roman De draaideur die Van der Heijden in 1979 publiceerde onder het pseudoniem Patrizio Canaponi. Een oppervlakkig vraaggesprek completeert het portret van de 'schrijver van de maand'.

Meer body heeft het Van der Heijden-nummer van Bzzletin. Negen artikelen, een interview en een bibliografie geven hier een betere indruk van de auteur.

Ter verheldering: A. F. Th. van der Heijden (Geldrop, 1951) publiceerde als Patrizio Canaponi een verhalenbundel (Een gondel in de Herengracht; 1978) en een roman, De draaideur, beide bekroond. Onder eigen naam verschenen tot nu toe drie delen in de roman fleuve 'De tandeloze tijd': de proloog De slag om de Blauwbrug (1983), Vallende ouders (1, 1983) en De gevarendriehoek (2, 1985). Advocaat van de hanen, het vierde deel, ligt bij de drukker; het derde, Sneeuwnacht in september, is nog niet af. 'Het wordt nu een reeks die met me meegroeit', antwoordt de schrijver laconiek op vragen van vertwijfelde critici en fans die willen weten wanneer hij nu de als trilogie aangekondigde romans voltooit. Tussendoor schreef hij de romans De sandwich (een requiem, 1986) en het met vier verschillende omslagen en een daaraan gekoppelde prijsvraag verschenen Het leven uit een dag (1988), dat vertaald werd in het Fins, Zweeds en Duits. 'Als ik De sandwich lang genoeg onder me had gehouden was het ook een deel in de romancyclus geworden', zegt de schrijver dan ook nog eens in Bzzlletin.

Hij sprak met Joost Niemoller over zijn op stapel staande Advocaat van de hanen (die net als de andere delen afzonderlijk te lezen is). Het boek gaat over een wekenlange alcoholische euforie van 'kwartaaldrinker' mr. Ernst Quispel, die wordt afgezet tegen een ellendige gebeurtenis: de gauw in de doofpot gestopte dood van punker-kraker Killian Noppen in een Amsterdamse politiecel. Het boek is gebaseerd op de realiteit: de affaire Hans Kok, een overleden kraker die gered had kunnen worden als hij op tijd een doktersbehandeling had gekregen voor zijn overdosis methadon plus alcohol (en misschien het begin van een longontsteking).

Er is in Advocaat van de hanen straatrumoer te over, maar is er ook sprake van engagement?

Van der Heijden zelf zegt hier dat hij niet zozeer een politieke boodschap heeft, maar dat hij scherp wilde belichten hoe blase de moderne mens is, blase door onechte en aangeprate genietingen. Hij schrikt, begrijpelijk, voor de kwalificatie 'geengageerd'. Aardig is dat elders in Bzzlletin Jaap Goedegebuure polemiseert met Ton Anbeek, die Van der Heijden indeelde bij de realisten. De realiteit levert de schrijver alleen maar rekwisieten, stelt Goedegebuure: 'De verdichting van anekdotische details uit de werkelijkheid, de symbolische dimensie van situaties en personages, en de groteske vertekening verlenen Van der Heijdens romanuniversum eerder mythische dan realistische trekken.'

Bzzlletin bevat stukken over het sterk afwijkende Canaponi-proza, over voorpublikaties, jeugdlectuur en zijn 'losse' romans. Onmiskenbaar het best geschreven zijn de dagboekaantekeningen van Van der Heijden zelf, genoteerd in een 'gastenboek'. Introspectie ('Lafheid. Sexuele halfslachtigheid. Drankzucht en bijkomende vetzucht. Leugenachtigheid. Twistgierigheid en de neiging tot querulantisme, voor zover dat niet hetzelfde is. Geestelijke en lichamelijke luiheid ... ') en goede voornemens ('Eenvoudige zinnen niet schuwen') tekenen hier, moedwillig natuurlijk, het beeld van een onhandige maar o zo aardige man met aandoenlijke tekortkomingen - 'Op deze plaats zweer ik mijn uiterste best te zullen doen deze zaken optimaal te verwezenlijken: tien pagina's per dag erbij, 2 kg. per maand eraf.'

Bzzlletin 179. Uitg. Bzztoh, 96 blz.; fl. 12,50

Hommage aan Faverey

Zo klinkt Gerrit Krol in 'Meesters over de tijd (1)' over zijn eigen schrijverschap: 'Literatuur is niet veel anders dan dromen op papier. Aan de waarde ervan kun je twijfelen. Je hoeft maar van je boek op te kijken om te weten hoe zelden die dromen in staat zijn ook maar iets te veranderen aan een wereld die ons niet bevalt. Daarom is het des te verwonderlijker hoe makkelijk we ons door wat we lezen laten overtuigen en meenemen. Blijkbaar hebben die twee werelden niet veel met elkaar te maken en zal 'elke overeenkomst slechts op toeval berusten.' Het komende jaar is Krol gastschrijver van Tirade. Beeldend kunstenares Marlene Dumas draagt een jaar lang (zes nummers) tekeningen met tekstjes bij.

Hans Faverey (1933-1990) wordt in Tirade herdacht met een hommage van 24 gedichten, geschreven door bewonderende collega-dichters. Redacteur Tomas Lieske schreef bovendien een stuk over zijn laatste bundel Het ontbrokene, en dichtte 'Ach, woedende centaur, moderne/ mens vol paardevlees en hoeven, / acht Favery die zich vele malen/ leger maakte om dat woord.'

K. L. Poll schreef, zelf in het besef van de naderende dood, over het voortleven van de dichter in zijn werk - 'Er blijft, naast de pijnen van de halve ondergang, / wat zich onttrekt, zich drijvend geniet./ De lekkernij van het tweede leven.'

Tirade 330, uitg. Van Oorschot, 93 blz. fl. 17,50

Bloomsbury leeft voort

Zojuist verschenen bij een imprint van Octopus Books (imp. Nilsson en Lamm) een groot en dik boek over Bloomsbury, de groep schilders, schrijvers en ontwerpers die zo veel prestige afdwong: Leonard en Virginia Woolf, Vanessa Bell, Duncan Grant, Roger Fry, Lytton Strachey, E. M. Forster en anderen. Het boek Bloomsbury (328 blz. f. 131,25) wordt gekraakt in het onlangs opgerichte tijdschrift van de Charleston Trust. Deze stichting beheert sinds 1980 het voormalige woonhuis en ontmoetingspunt, bomvol kunst, van Vanessa en Clive Bell en Duncan Grant. In het tweede nummer van The Charleston Magazine benadrukt Richard Shone juist de onderlinge verscheidenheid van de 'Bloomsberries', biografische informatie over het clanleven overschaduwt al te vaak de individuele beoordeling. Zo ook in Bloomsbury, dat het helemaal moet hebben van het (ruime) plaatwerk.

Dit halfjaarlijkse tijdschrift, dat ook bij de gratie van de groep bestaat, ziet er prachtig uit, met goede reprodukties van Fry, Grant en Bell. De artikelen gaan dit keer over de politieke visie van de Woolfs, over Gwen Raverat, en een onbekende boekbespreking van Virginia Woolf. Quentin Bell (1910) schreef 'The Meanderings of a Memoirist' - gezellige kout over de beperkte betrouwbaarheid van het menselijk geheugen en daarmee van de autobiografie. 'I have been an art critic and I am not proud of it. I feel that nearly all criticism is an uncertain business.' Zijn biografie van zijn tante Virginia Woolf bestempelt hij als 'acuraat en waarheidsgetrouw'.

The Charleston Magazine 2, 1990, 56 blz., (L) 3,50. gratis voor donateurs en Friends of Charleston. The Charleston Trust, nr Firle, Lewes, East Sussex BN8 6LL Great Britain.