'Je had een opzegtoontje en je hebt geen woord over de film buiten Amerika verteld.'

Op de Scholengemeenschap Durendael in Oisterwijk zijn de schoolonderzoeken begonnen. Arno van Beurden (16, 5-HAVO) moet voor Nederlands een spreekbeurt houden. Het zal wel weer een marteling worden, te oordelen naar dat witte gezicht.

'Eerst was ik nog niet zenuwachtig, dat komt pas als iedereen de klas binnenkomt. Ik ben wel bang dat ik straks iets vergeet. Ik heb gekeken tot hoever ik het kan vertellen en waar ik het niet meer weet, heb ik de tekst opgeschreven. Ik heb hem in stukken gedeeld, want helemaal uit mijn hoofd leren lukt toch niet.'

De spreekbeurt gaat over de geschiedenis van de film, geen onderwerp waar Arno's speciale belangstelling naar uit gaat.

'Waar ik me echt voor interesseer, mag niet. Ik zit op turnen. Ik zou het wel over turnen willen doen, maar dat mag niet van hem. Je moet hier op school uit bepaalde punten kiezen: actualiteiten, kunst, communicatie. Daar zat verder niks bij. Over sport in het algemeen zou misschien nog mogen, maar niet over een sport die je doet. Nou ja, film gaat ook wel.'

Arno haalt zijn schouders op. Hij maakt een gelaten indruk en hij mompelt. Dat kan straks niet hoor, mompelen, dan moet hij desnoods maar wat schreeuwen.

'Echt wel', mompelt Arno.

Ik schud medelijdend mijn hoofd.

'Ik vind deze spreekbeurt niet het ergste. Het is veel erger als het in een buitenlandse taal moet. In het Duits een boekje navertellen, dat is pas erg. Dit kan ik ook niet, maar dit is toch minder erg. Het is een oefening in spreken voor publiek. Maar dat heb ik misschien nooit nodig. Ik wil naar de sportacademie.'

Ik hou mijn hart vast als Arno begint, maar de eerste zinnen komen er verstaanbaar uit:

'Ik denk dat jullie allemaal wel eens naar de bioscoop bent geweest, maar dat jullie niet allemaal weten hoe de film is ontstaan. Over het ontstaan van de film ga ik het nu hebben.'

Voor alle duidelijkhied leest Arno op welke aspecten hij zal behandelen. Het zijn er erg veel.

'Het ontstaan van de stomme film. Op 28 december 1895 werd de eerste openbare filmvoorstelling gegeven door de cinematograaf Lumiere. Het programma bestond uit een aantal zeer korte films met onder andere het binnenkomen van een trein op het station.'

Ik voel mijn aandacht verslappen. Arno lijkt de tekst op te lezen van een onzichtbaar papier en zo te horen was het handschrift niet erg duidelijk. Hij stamelt een beetje. Ik kijk naar zijn gestalte en stel me voor hoe trefzeker en mooi hij vermoedelijk is, wanneer hij aan het werk is op de brug met ongelijke leggers.

'Eerst dacht men dat de film alleen kon dienen als een middel om beelden vast te leggen, maar later zag men in, dat de film goed kon dienen als volksvermaak op kermissen en jaarmarkten.'

Moeizaam worstelt Arno zich door de spreekbeurt.

'Vier jaar geleden bestond Hollywood honderd jaar. Toen werden er parties en shows georganiseerd waar vele mensen aan deelnamen. Toen bleek eens te meer dat ze in Hollywood nog steeds de bruisendste, beste, chicste boeiendste filmmakers van de wereld zijn.'

Het zit erop.

Nu komt de beoordeling, die wordt uitgesproken door een jury van drie leerlingen, met de leraar als beslissende macht. Ze beoordelen de spreekbeurt op presentatie, verstaanbaarheid, tempo, formulering, opbouw en inhoud en ze zijn meedogenloos. De leraar windt er ook geen doekjes om:

'Je had een opzegtoontje en je hebt geen woord over de geschiedenis van de film buiten Amerika verteld. Er vielen veel pauzes, dat deed afbreuk aan je tempo.'

'Ik vond de zinnen ook raar, ' zegt een jurylid.

Maar de cijfers vallen mee. Een zeven, een zes en een zeseneenhalf, zegt de jury. Een zeseneenhalf, zegt de leraar.

'Ik ben blij met dat punt, ' zegt Arno na de les, 'Ik vond het zelf niet erg goed gaan. Thuis ging het beter.'

'Wat vind je van zo'n jury?', vraag ik voorzichtig. Arno haalt zijn schouders op. 'Ze zouden net zo goed niks kunnen zeggen, want de leraar maakt toch zelf uit wat voor punt hij geeft. Dit is een schoolonderzoek, dus hij mag het de klas geeneens laten doen.'

'Was je extra zenuwachtig omdat deze spreekbeurt voor je eindexamen telt?', vraag ik. Arno haalt weer zijn schouders op.

'Het was gewoon een spreekbeurt. Net als vorig jaar.'