Huiswerk maken

'Helpen met huiswerk', Leo Sanders, uitgeverij Intro, ISBN 9026619618,fl. 17,50 'Huiswerk maken', Leo Sanders, uitgeverij Intro, ISBN 9026619634,fl. 7,90

Twee moeders bij elkaar op theevisite. Beide met een zoon in drie atheneum, waar deze week een proefwerk Frans is gemaakt. De ene moeder vertelt dat ze een zeven voor het proefwerk had. ' Oh ja?', reageert de ander. ' Ik had maar een vijf. Toch hadden we alles heel goed doorgenomen.' Voor deze moeders, maar ook voor vaders en leraren is er nu 'Helpen met huiswerk, tips voor leraren en ouders'. Moeders kunnen er in lezen dat zij aanwijzingen moeten geven in plaats van het huiswerk zelf te maken. Leraren dat ze het gebrek aan motivatie, concentratie en planning bij hun leerlingen kunnen oplossen door 'huiswerkbeleid' te voeren.

Het boekje is geschreven door Leo Sanders, al meer dan 35 jaar leraar en schooldecaan. Daarnaast is de auteur vice-voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Schooldecanen en hoofdredacteur van Dekanoloog, het vakblad voor deze beroepsgroep. Sanders kent zijn onderwerp dus van nabij, wat ook blijkt uit 'Huiswerk maken', een boekje dat aansluit bij 'Helpen met huiswerk' maar bestemd is voor de leerlingen zelf. Op een voor leerlingen overtuigende manier zet Sanders hierin uiteen hoe je huiswerk moet aanpakken - en dat je het moet aanpakken.

Want dat er heel wat mis kan gaan bij huiswerk, mag bekend zijn. Het staat niet goed in de agenda, de radio leidt af en veel leraren blijven steken in vage aanwijzingen als 'jullie moeten het beter leren' of 'leer vooral de hoofdzaken'. In de praktijk vindt iedere leerling het wiel opnieuw uit. Vaak gaat het goed, vaak ook niet. Zo begint ongeveer 80 procent van de leerlingen met maakwerk, en is dus al minder fit als het op leerwerk aankomt. Ongeveer een kwart maakt eerst het huiswerk voor de vakken die het gemakkelijkst zijn. Meestal besteden deze leerlingen hier onevenredig veel tijd aan. Van woordjes leren heeft bijna niemand kaas gegeten. Bijna de helft van de leerlingen verdeelt ze in groepjes, en leert die groepjes een voor een. Ze onthouden alleen de eerste groepjes.

Sanders vindt dat vooral leraren schuldig zijn aan deze ' problemen die leerlingen heel hun leven meeslepen en tal van studenten doen mislukken in het vervolgonderwijs.' Volgens Sanders is met name het gebrek aan enig beleid in het huiswerk de reden dat leerlingen ondermaats presteren. ' Huiswerk wordt beschouwd als een taak van de leerling, waarbij de leraar zich alleen bemoeit met de controle van het resultaat. Als dat slecht is, doet hij er vervolgens niets mee.' Sanders stelt dat leraren aan het begin van de les het huiswerk moeten opgeven, om er tijdens de les zo nu en dan op terug te komen. Aan het einde van de les zouden de leerlingen alvast aan het huiswerk moeten beginnen, zodat de leraar kan zien wat er fout gaat.

Onder 'huiswerkbeleid' verstaat Sanders afspraken over een gezamenlijke aanpak van het huiswerk. Niet langer geeft de ene leraar veel huiswerk en de andere weinig, of is men het binnen een taalsectie oneens over hoe woordjes geleerd moeten worden. In Sanders ideale school houden leraren rekening met de hoeveelheid huiswerk die hun collega's geven. Ook weten alle leerlingen wat de bedoeling van hun huiswerk is en hoe ze het het beste kunnen maken.

Voor ouders zijn vooral de laatste hoofdstukken interessant. Het enige hoofdstuk dat zich expliciet op hen richt ('ouders en leerlingen') is een wat wollige verhandeling over aanleg (' wat er niet in zit kan er niet uitkomen'), interesse en intelligentie (' de mate van intelligent handelen wordt beinvloed door de wisselwerking tussen aanleg en omgeving'). Maar elke ouder heeft belang bij de adviezen die Sanders geeft voor het bestuderen van een tekst (hoofdstuk vijf). Volgens hem moeten leerlingen van grote teksten een schema maken, dat ze vervolgens invullen tot een samenvatting. Op deze manier onderscheiden ze hoofd- en bijzaken en leren ze niet hele stukken tekst ' knal uit het hoofd'.

Woordjes leren (hoofdstuk zes) moet hardop, dus zonder radio aan. De woordjes opschrijven of opnemen op een cassetterecorder is nog beter. ' Dat laatste is de beste manier om jezelf te overhoren', staat in 'Huiswerk maken', het boekje voor de leerlingen zelf. ' Je hoort het dan zelf als je onzin vertelt'. Ouders wordt op het hart gedrukt hun kinderen niet direct na het leren te overhoren (' een leerling die de woordjes meteen laat overhoren krijgt ten onrechte het idee dat hij ze kent').

In het boekje staat verder allerlei wetenswaardigs over de literatuurlijst, nut en onzin van studielessen, de slechte uitwerking van persoonsgebonden kritiek (' snap je het nu nog niet?'), faalangst, de subjectiviteit van cijfers, gemeenschappelijke proefwerken en huiswerkvrij onderwijs. 'Huiswerk maken' behandelt dezelfde onderwerpen als 'Helpen met huiswerk', maar dan op het niveau van de leerlingen. Eigenlijk leest dit boekje vlotter: de stijl is losser zonder kinderachtig te zijn. In ieder geval moet het er wel bij gelezen worden, al was het maar om te weten dat meisjes als ze iets niet snappen eerder om hulp vragen dan jongens (' doe niet zo stoer... ').