Frankrijk en Nederland zijn vrienden op afstand; 'EG moet komende conferentie EMU met twaalf landen ingaan en met twaalf uitgaan'

DEN HAAG, 27 nov. - Frankrijk en Nederland zijn goede vrienden - maar op afstand. Over een scala van Europese onderwerpen nemen beide landen een verschillend standpunt in. Dat bleek gisteren na afloop van een kennismakingsbezoek van de nieuwe Franse minister voor Europese zaken, Elisabeth Guigou, aan Den Haag.

Mevrouw Guigou sprak met premier Lubbers, president Duisenberg van de Nederlandsche Bank, de ministers Kok en Van den Broek en met staatssecretaris Dankert over actuele thema's zoals de Uruguay-ronde voor handelsliberalisatie. Ook de zetel van het Europarlement in Straatsburg, het plan-Lubbers voor een energiegemeenschap met de Sovjet-Unie en de Europese politieke en monetaire unie kwamen ter sprake. Op onderdelen bestaat hierover tussen Frankrijk en Nederland overeenstemming, maar op belangrijke punten verschillen beide landen met elkaar van mening. Frankrijk, zei Guigou, ziet wel iets in een 'harde ecu' als tussenstap naar het doel van een gemeenschappelijke munt in de EG. De harde ecu is een Brits voorstel om - naast de bestaande twaalf munten in de EG - een dertiende, inflatiebestendige munt te introduceren. De Fransen wijzen, evenals de Nederlanders, een dergelijke parallele munt van de hand en houden vast aan het streven naar een gemeenschappelijke munt als einddoel van de Europese monetaire unie. Maar Guigou zei wel dat bestudeerd moet worden of het gebruik van de harde ecu bevorderd kan worden in de tussenfase voordat dit eindoel wordt bereikt. Nederland wil van een dergelijk alternatief niets weten.

Volgende maand zal in Rome de Intergouvernementele conferentie (IGC) beginnen, die moet leiden tot wijzigingen van het EG-verdrag die noodzakelijk zijn om tot een monetaire unie en de oprichting van een Europese centrale bank te komen. Guigou beklemtoonde dat ook Frankrijk voorstander is van een politiek onafhankelijke Europese centrale bank met als taak prijsstabiliteit binnen de EG.

Maar in tegenstelling tot Nederland en Duitsland was ze van mening dat de ministers van financien, die politiek aanspreekbaar zijn, de verantwoordelijkheid dienen te krijgen voor de wisselkoers van de toekomstige Europese munt ten opzichte van niet-EG valuta zoals de dollar of de yen. De Nederlandse en Duitse autoriteiten vinden dat de Europese centrale bank met zijn rentebeleid ook het wisselkoersbeleid moet bepalen.

Recente suggesties van de president van de Bundesbank, Karl-Otto Pohl, voor een monetaire eenwording met twee snelheden (landen die deelnemen en landen die later aanhaken), wees minister Guigou van de hand. 'We streven er naar om met twaalf landen bij de ingang naar binnen te gaan en om met twaalf landen de uitgang te bereiken', zei ze.

Ook over de onderhandelingen in de Uruguay-ronde voor handelsliberalisatie, die volgende week in Brussel moeten worden afgerond, bleken verschillen tussen de Nederlandse en Franse standpunten. De twaalf EG-landen hebben na langdurige onderhandelingen een akkoord bereikt over een aanbod tot vermindering van de landbouwsteun, een van de moeilijkste onderwerpen in de Uruguay-ronde. Frankrijk hield in EG-verband het meest hardnekkig vast aan steun voor de agrarische sector, terwijl Nederland tot grotere vermindering van de landbouwsteun bereid was. De VS en andere grote landbouwexporterende landen hebben het Europese aanbod tot verlaging van de steun met 30 procent als volstrekt onvoldoende afgewezen.

Het Amerikaanse bod - steunvermindering met 75 a 90 procent - is volgens minister Guigou veel minder uitgewerkt dan het EG-bod. Ze waarschuwde dat in het EG-bod nauwelijks speelruimte tot onderhandelen zit. 'Het is zowel het uitgangspunt als het eindpunt. Wij houden vast aan het EG-bod zoals het is geformuleerd', zei ze.

Ook de in Nederland omstreden 'rebalancing', waarbij de invoer van graanvervangend veevoeder aan banden wordt gelegd - een maatregel die vooral de Franse graanboeren begunstigt - is volgens haar niet onderhandelbaar.

Enthousiast is Frankrijk voor het plan van premier Lubbers om een 'energiegemeenschap' in Europa te vormen waaraan landen van Oost- en West-europa zullen deelnemen. Maar de standpunten tussen beide landen liggen weer mijlenver uiteen als het gaat om de zetel van het Europese parlement in Straatsburg. Het Europarlement is daar al jaren tijdelijk gevestigd en het verplichte heen- en weer reizen van de parlementariers tussen Straatsburg en Brussel kost tijd en geld en doet het prestige van het Europarlement geen goed.

Straatsburg symboliseert de na-oorlogse verzoening tussen Duitsland en Frankrijk, betoogde minister Guigou. 'Frankrijk vraagt niet meer dan de bekrachtiging van de situatie zoals die bestaat', zei ze. En ze had een origineel argument om de scheiding tussen uitvoerende en wetgevende macht te bestendigen: parlement en Europese Commissie in een stad (Brussel) zou slechts leiden tot bureaucratie. Alsof in Parijs niet de regering en de Assemblee Nationale zijn gevestigd.

    • Roel Janssen