FDP drijft op het politieke gewicht van Genscher

HALLE, 27 nov. - Op de Oostduitse autowegen wordt hard gewerkt om de gevolgen van tientallen jaren achterstallig onderhoud te verhelpen. Wie uit het verre Bonn komt mag zichzelf gelukwensen als hij nog net op tijd de binnenstad van Halle inrijdt. Over kinderkopjes in donkere, bochtige straten, langs grijs-verwaarloosde hoge huizen. Aan het marktplein houden het Handel-monument en de Mariakerk nog even een betere schijn op. Maar overigens is het aangevreten gezicht te zien van een binnenstad na veertig jaar DDR.

Een week voor de Bondsdagverkiezingen heeft de liberale FDP haar vedettes naar de grote Eissporthalle laten komen. Onder hen is natuurlijk veteraan-minister Hans-Dietrich Genscher (63), een fenomeen. Op Binnenlandse Zaken was hij in de roerige Duitse jaren tussen 1969 tot 1974 een 'law-and-order' -man, in de zestien jaar die sindsdien volgden op Buitenlandse Zaken ging hij door diepe dalen naar zijn populariteit van vandaag.

Na de Wende die de FDP eind '82 onder zijn leiding maakte, van Schmidts SPD naar Kohls CDU, was hij in eigen land enkele jaren de meest verfoeide politicus. En dat was nog niet voorbij of, tweede helft jaren tachtig, de term genscherism werd in het internationale politieke spraakgebruik synoniem voor onbetrouwbaarheid, voor gevaarlijk flirten met Gorbatsjovs Moskou en voor akelige Duitse handel met de Gaddafi's en Saddam Husseins van deze wereld.

Maar die tijd is voorbij. De Dietrich der Einheit, zoals de dankbare FDP deze Lazarus op haar posters noemt, krijgt alweer jaren een immens vertrouwen van zijn landgenoten, terwijl het internationale begrip genscherisme dank zij het gegroeide vertrouwen in Gorbatsjov heeft afgedaan. 'Ik hoor er tenminste niets meer over', zei hij onlangs spottend na een bezoek aan Washington. Electoraal draagt hij de FDP bijna alleen, wat griezelig is gezien de matige gezondheid van deze bovenmatig actieve reiziger, spreker en politieke arrangeur.

Op zo'n novemberavond in 1990 is het moeilijk na te voelen, maar Genschmann is reddeloos verliefd op Halle. Hij is er vlakbij geboren, in Reideburg, en voelt zich met nadruk Hallenser. Hij sleept er iedereen mee naar toe, de afgelopen maanden overkwam dat onder meer zijn collega's Sjevardnadze, Dumas en Hurd. Ook de Amerikaan Baker moet er binnenkort aan geloven. Een FDP-grap: wat ook de Duitse hoofdstad wordt, het ministerie van buitenlandse zaken gaat naar Halle.

De populariteit van de minister moet er de plaatselijke kandidaat voor de Bondsdag, Uwe Luhr, aan een direct mandaat helpen, wat alleen lukt als hij de meeste 'eerste stemmen' krijgt. Zoiets is de FDP in 1957 in het Saarland voor de laatste keer gelukt. De kleine liberale partij moet het traditioneel van de tweede stem van de kiezer hebben. Dit keer hoopt zij daarmee boven tien procent te komen ('87: 9,2).

Niet alleen Genscher maar ook partijvoorzitter Otto graaf Lambsdorff, vroeger minister van economische zaken, en Wolfgang Mischnick, fractieleider in de Bondsdag, zijn in Oost-Duitsland geboren. En juist deze avond wil het tweede Duitse televisienet (ZDF) in een grote verkiezingsspecial van half acht tot negen uur van partijbijeenkomst naar partijbijeenkomst schakelen.

Terwijl Kohls CDU in Ludwigshafen, Lafontaines SPD in Keulen en Waigels Beierse CSU (uiteraard) in Munchen in beeld komt, is de FDP-bijeenkomst dus de enige op Oostduits gebied, en dat moet de daar wonende kiezers opvallen. Een doordacht draaiboek moet ervoor zorgen dat Genscher en Lambsdorff precies het woord hebben tijdens de twee keer vijf minuten die het ZDF de FDP heeft toegedacht.

De resterende tijd met de 3.500 mensen in de Eissporthalle mag/moet worden gevuld door andere partijprominenten. Bijvoorbeeld door de ambitieuze Jurgen Molleman, minister van onderwijs en voorzitter van de grootste FDP-afdeling, die in Noordrijn-Westfalen. Molleman is een gefohnde en besnorde 45'er in een getailleerde krijtstreep. Hij fluistert al maanden halfluid dat hij straks hogerop wil, bijvoorbeeld naar Binnenlandse Zaken.

Zo tegen half acht gaat het toch nog fout. Althans: Molleman doet iets fout. Hij wijst naar een ververwijderde ingang van de hal en roept: 'Ik verwelkom nu onze megapolitici Hans-Dietrich Genscher en Otto Lambsdorff, de belichaming van onze economische competentie'.

Het rode licht van de ZDF-camera is meteen aangefloept. Er gaat een zucht van schrik door de rij FDP-medewerkers onder het podium. Molleman heeft een teken dat bedoeld was voor de cameraman van het tweede Duitse televisienet, ondanks alle klemmende afspraken vooraf, verkeerd begrepen. Genscher en Lambsdorff, die in de oorlog een been verloor en met een stok loopt, hebben zeker nog twee kostelijke live-minuten nodig om met een legertje veiligheidsmannen bij het podium te komen. Bovendien houdt Molleman, die het rode licht ook ziet, maar niet op met praten. Tot Genscher hem min of meer opzij duwt.

Het is een mooi duo, Genscher/Lambsdorff, met een uitgekiende rolverdeling. De minister brengt de groeten over van zijn EG-collega's, 'die U hartelijk verwelkomen in de Gemeenschap'. Gorbatsjov 'moet weten dat hij nu op de Duitsers als goede vrienden kan rekenen'. Niemand in Europa hoeft bang te zijn, 'wij willen geen grootmacht zijn, wij willen een politiek van het goede voorbeeld, onze behoefte aan macht is meer dan gedekt.'

Genscher pleit voor een betere AOW voor de Oostduitsers van de naoorlogse Trummergeneration, voor wie geen nieuw begin meer mogelijk is. Halle en heel Oost-Duitsland moeten weer net zo mooi worden als vroeger. Maar dat opbouwwerk moet door andere mensen worden gedaan dan de 'oude betonkoppen' van de SED, die op veel plaatsen nog steeds in de beste stoelen zitten, zegt hij onder groot applaus. Hij noemt geen namen maar wat hij niet begrijpt is 'dat er politici zijn die alleen over de kosten van de Duitse eenheid praten. Ons gaat het om de waarde daarvan'.

Dat zal de gevreesde debater Lambsdorff een uurtje later uitwerken, als de volgende vijf ZDF-minuten zijn aangebroken. Hij begint met een haal naar Oskar Lafontaine, die als SPD-kanselierskandidaat werft onder het motto Der neue Weg!. Dat moet, ook volgens heel wat SPD'ers, anders worden gelezen, zegt de FDP-voorzitter, namelijk als: Der Neue: weg! De SPD maakt onbegrijpelijke fouten, zij stelt de verkeerde vragen en kiest de verkeerde thema's. Zij heeft haar programma niet eens goed aan de eenwording aangepast en zij heeft de verkeerde kandidaat-kanselier.

Met hun tweede stem, zegt Lambsdorff, moeten de Duitse kiezers de FDP boven tien procent tillen en helpen voorkomen dat de CDU/CSU (juist gepeild op 45,5 procent) in de Bondsdag de absolute meerderheid krijgt (wat bij circa 48 procent het geval zou zijn). Het voorspelde verkiezings-debacle van Lafontaine (35 procent) lijkt de FDP straks te beroven van coalitie-alternatieven en haar dus weer voor vier jaar met huid en haar uit te leveren aan de CDU/CSU.

Maar toch is de harde anti-SPD-koers van de FDP wel te verklaren. Lafontaine's zwakte heeft de spanning al weken geleden uit de Duitse verkiezingscampagne gehaald. Zelfs SPD-erevoorzitter Willy Brandt gaat in een interview met het grootste Duitse massablad - de Bildzeitung - uit van een komende nederlaag. Hij spreekt in elk geval al over wat zijn partij daarna met zichzelf moet doen, als de inhoud van sociaal-democratische politiek weer telt, 'onafhankelijk van namen'.

Dat is voor de FDP van later zorg, zij heeft de SPD voor 2 december 1990 al afgeschreven en kijkt nog slechts naar de krachtsverhoudingen met de CDU/CSU. Lambsdorff zei het in Halle met een andere uithaal zo: 'Oskar Lafontaine heeft al nachtmerries, hij hoort 's nachts stemmen, maar te weinig'.