Cuba 1962

BEIDE LEIDERS hadden in de afgrond gekeken en beiden hadden begrepen dat zij, om de mensheid te behoeden voor haar ondergang, enkele stappen terug moesten. Dat was de conclusie na de confrontatie tussen president Kennedy en partijleider Chroesjtsjov in oktober 1962 over de stationering van Sovjet-kernraketten op Cuba. Een poging de crisis te reconstrueren werd een paar jaar geleden ondernomen door Amerikanen uit het Kennedyteam, een voormalige medewerker van Chroesjtsjov, de zoon van Chroesjtsjovs vertrouweling Mikojan en een handvol geleerden uit de VS en de Sovjet-Unie. Uiteindelijk ontstond uit deze samenspraak een zekere consensus dat er gedurende de crisis op geen enkel moment het gevaar had bestaan van een nucleaire oorlog. Bovendien, de Sovjetraketten op Cuba met het vermogen om Amerikaanse steden aan te vallen zouden nog niet met atoomkoppen uitgerust zijn geweest.

VORIGE MAAND is de Amerikaanse uitgave van deel III van Chroejtsjovs memoires gepubliceerd, negentien jaar na de dood van de afgezette partijsecretaris. De familie had dit deel tot dusver achtergehouden. Chroesjtsjov schrijft dat president Castro hem tijdens de crisis om preemptief gebruik van atoomwapens tegen de Verenigde Staten had gevraagd. De Sovjetleider zou de Cubaanse president met de transcriptie hebben geconfronteerd toen deze in een later stadium zijn verzoek loochende.

Het Franse dagblad Le Monde heeft afgelopen zaterdag de correspondentie gepubliceerd die beide leiders tijdens de crisis hebben gevoerd. Castro had de brieven, vijf stuks, onlangs ter hand gesteld aan de Franse schrijver Jean-Edern Hallier, mogelijk als een reactie op de publikatie van Chroesjtsjovs verdere memoires. In een schrijven van 26 oktober 1962 doet Castro het bewuste beroep op 'Beste Kameraad Chroejstsjov'. De Cubaan suggereert dat een Amerikaanse invasie voor de deur staat en dat, als het daarvan komt, het moment is aangebroken om dat gevaar voor goed te elimineren. Het zou om een daad van wettige zelfverdediging gaan.

Op 28 oktober reageert Chroesjtsjov geschrokken. Hij heeft een dag tevoren een regeling getroffen met de Amerikanen die hen, in de Sovjet-uitleg, ervan zal weerhouden Cuba aan te vallen in ruil voor een terugtrekking van de strategische Sovjetwapens van het eiland. Chroesjtsjov roept Castro op zich niet door zijn emoties te laten meeslepen. Na Castro's ontoegeeflijke reactie dezelfde dag, leest Chroesjtsjov hem op 30 oktober de les: Wij vechten niet om te sterven. Chroesjtsjov wijst erop dat het gebruik van kernwapens door de Sovjet-Unie niet een simpele slag zou zijn, maar het begin van een wereldwijde atoomoorlog. Iedereen zou daarvan het slachtoffer worden, niet in de laatste plaats het Cubaanse volk. Op 31 oktober laat Castro Moskou weten de risico's van zijn voorstel te hebben onderkend. Hij laat verder blijken niet gerust te zijn op de houdbaarheid van het akkoord dat Chroesjtsjov met Kennedy heeft bereikt.

DEZE RECENTE publikaties vormen een intrigerende aanvulling op wat het gezamenlijke onderzoek van Amerikaanse en Sovjet-zijde al had opgeleverd. Castro's brieven suggereren dat de Sovjet-raketten op zijn eiland gereed waren voor gebruik. Chroesjtsjov spreekt zich daarover niet nauwkeurig uit, maar wekt, zowel in zijn memoires als in de briefwisseling, de indruk dat dat wel het geval was. Overigens, in de gespannen relatie die hij na zijn concessie aan Kennedy met Castro onderhield zou hij er geen behoefte aan hebben gehad zijn feitelijke onmacht extra te onderstrepen.