Boete voor zwartrijden tram en bus blijft fl. 100

DEN HAAG, 27 nov. - De boete die controleurs vragen voor zwartrijden in het openbaar vervoer blijft 100 gulden, ook al hebben de kantonrechters aangekondigd dat zij maximaal een straf van 65 a 70 gulden zullen opleggen.

Dit blijkt uit een brief die de ministers Maij-Weggen (verkeer) en Hirsch Ballin (justitie) vandaag naar de Tweede Kamer hebben gestuurd. Uiterlijk op 1 februari zullen zij aangeven of de boete in het openbaar vervoer alsnog moet worden aangepast.

'Het kabinet meent dat het geen wijsheid is', schrijven de ministers, 'om terug te gaan naar de situatie van voor 1 augustus 1990.' Toen bedroeg de boete 25 gulden. Voorlopig laat het kabinet de situatie in stand dat het voor zwartrijders lonend is de boete niet aan de controleur te betalen, maar zijn zaak bij de kantonrechter te laten voorkomen. Een ruime meerderheid in de Tweede Kamer nam onlangs het standpunt in dat het daarom beter zou zijn de verhoogde boete bij de controleur voorlopig tot 50 gulden te beperken.

De ministers kondigen verder onderzoek aan naar de mogelijkheden het zwartrijden te beperken. Nagegaan wordt of de boetes door middel van civielrechterlijke incasso zijn te innen. Om te voorkomen dat Justitie moet worden ingeschakeld stuurt het vervoersbedrijf in die situatie een incassobureau langs de zwartrijder.

Hirsch Ballin zal de invoering van een identificatieplicht onderzoeken, omdat veel zwartrijders niet worden bestraft doordat zij valse namen en adressen opgeven. Maij-Weggen gaat na waar het aantal conducteurs kan worden uitgebreid en waarvan zij moeten worden betaald. Eerder opperde ze daarvoor een extra tariefverhoging van anderhalf procent in het openbaar vervoer. Verder wordt een aantal preventiemaatregelen voorbereid en overweegt de minister de subsidiering van de openbaar-vervoerbedrijven mede afhankelijk te stellen van de mate waarin ze het zwartrijden trachten tegen te gaan.