Asielzoekers opgeleid tot ambachtsman; 'Wat ze hier leren is nuttig als ze worden teruggestuurd'

ECKELRADE, 27 nov. - Op al te nieuwsgierige vragen staan ze niet bepaald te wachten. Dan mompelen ze wat, maar ze blijven vriendelijk lachen. De angst dat ze door de vreemdelingenpolitie worden opgehaald is vrijwel voortdurend aanwezig, hoewel de politie nog nooit met dat doel op bezoek is geweest. Als ze hun kansen op een positieve beschikking op hun asielaanvrage in Nederland bespreken, schakelen ze meestal over van Engels op hun eigen taal. Het zijn jonge mannen uit Afrikaanse landen als Sierra Leone, Somalie, Ethiopie, en Nigeria.

Zojuist hebben ze hun middagboterham op. Het gesprek ging over de damsport; daarin blijken sommigen meester te zijn. Nu staan ze - de tong van inspanning een eindje uit de mond en met zweetdruppels op het voorhoofd - in hun blauwe overalls aan de werkbanken in Eckelrade, in het mooie maar kille Limburgse heuvelland, duizenden kilometers van huis en haard.

Het krassen van vijlen, het piepen van met de hand bediende boren in ijzer, het scherp tikken van hamers op metaal en het knetteren van een lasapparaat vullen de werkplaats van de stichting Wereldwijd. De asielzoekers krijgen er een opleiding in lassen, smeden en bankwerken: alles op handkracht, zoals het in hun landen van herkomst ook gebeurt. Aan het einde van de cursus krijgen ze een getuigschrift. Als ze tenminste niet van de ene dag op de andere zijn verdwenen: opnieuw op de vlucht.

Eckelrade heet uniek te zijn in Nederland. De 57-jarige J. van Winden, lid van de religieuze congregaties van de Broeders van Maastricht, die als bouwkundige 25 jaar in Arika werkte en een van de 25 vrijwilligers is van Wereldwijd: 'Ze werken heel hard en zijn uiterst gemotiveerd. Gaande de cursussen komen ze erachter dat wat ze hier leren nuttig is als ze straks worden teruggestuurd naar hun land.'

'Het is een uitstekend project dat onze sympathie heeft', zegt beleidsmedewerker R. C. de Voogd van WVC, waar de asielzoekers onder vallen. 'Het gaat de verveling tegen en het biedt tegelijkertijd geen uitzicht op integratie in de Nederlandse samenleving.' Voor die integratie, had projectleider H. Wemmers van Wereldwijd kort tevoren gezegd, 'is men als de dood zo bang. Maar dat rechtvaardigt niet om dan maar helemaal niks te doen.'

Al geruime tijd lopen met WVC onderhandelingen over subsidiering. Eind oktober had een onderzoek afgerond moeten zijn, maar het liep vertraging op. 'Of wij het zijn die moeten betalen', zegt De Voogd van WVC, 'is bovendien nog maar de vraag.'

De stichting Wereldwijd moet het intussen hebben van de goedgeefsheid van particulieren. Een recente gift van 110.000 gulden van de Broeders van Maastricht gaf weer wat ademruimte. Wemmers: 'Maar wij zouden graag wat meer vastigheid hebben. Met een jaarlijkse subsidie van 140.000 gulden zouden we twee mensen in vaste dienst kunnen nemen. Dat zou de continuiteit van ons werk bevorderen.' Men is nu afhankelijk van vrijwilligers. Vaak zijn het mensen in de VUT. Bankwerkers, lassers, elektriciens en timmerlui.

Een jongere vrijwilliger is de 37-jarige elektrotechnicus J. Weijnen uit Maastricht. Hij werkt sinds 1986 in de werkplaats in Eckelrade, waar fietsen voor de ontwikkelingslanden worden gereviseerd. Met busjes vol worden ze aangevoerd, meestal uit politiebureaus. Voor 25 gulden per stuk mag Wereldwijd ze hebben.

De fietsen worden gedemonteerd, kapotte onderdelen worden vervangen en vervolgens worden ze als bouwpakketten compleet met koplampen en achterlichten per schip naar landen als Ghana, Tanzania en Malawi gestuurd. Vorig jaar waren het er zeshonderd. Meestal komen ze terecht bij dokters en verpleegsters, ontwikkelingswerkers en onderwijzers.

'Ze zijn daar schaars en peperduur, terwijl er een enorme behoefte aan is', zegt Weijnen. Wereldwijd leverde het project ook ambulancefieten: karretjes waarmee zieken liggend naar ziekenhuizen kunnen worden vervoerd. In de ontvangende landen worden de fietsen geassembleerd. Een ander project is de zogenoemde buigpomp, waarmee in ontwikkelingslanden frames kunnen worden gebogen. Weijnen: 'Je doet iets nuttigs en je kunt je betrokkenheid met de Derde Wereld tonen.'

Intussen maken de Afrikanen van de metaalwerkplaats zich klaar voor de reis terug naar hun tijdelijke standplaats. De handen worden fors geschrobd, de overalls gaan uit. Ze schudden handen, lachen nog eens breeduit. Het is goed mogelijk dat ze morgen niet meer verschijnen. 'Dan hoor je nooit meer iets van ze', zegt Van Winden.