Thatcher en Lubbers

'De ogen van Caligula en de mond van Marilyn Monroe'. Zo beschreef president Mitterrand van Frankrijk ooit zijn Britse tegenspeelster. Deze week treedt ze af, zeker van een plaats in de Engelse geschiedenis. We applaudisseren voor Margaret Thatcher, maar waren we wel bereid naar haar te luisteren? Hier zijn een paar lessen van haar beleid sinds 1979 die wij in Nederland goed kunnen gebruiken.

-Maak onderscheid tussen hoofd- en bijzaken en werk dan met alle kracht aan wat het meest urgent is. Dit is - lijkt mij - de belangrijkste les van Thatcher voor Lubbers. Onze premier doet zo zijn best op het gladstrijken van conflicten en het verzinnen van compromissen dat onzichtbaar wordt wat - behalve politiek overleven - verder nog zijn prioriteiten zijn. Thatcher koos na een zwakke start in 1979-80 haar thema's: lagere inflatie en minder macht voor de vakbonden, en vocht daarvoor zolang het nodig was. In Nederland is het daarentegen meestal moeilijk om te zien wat nu de grootste zorg van onze premier is. Een kleinere staatschuld? Meer werk voor de kinderen van immigranten? Beter openbaar vervoer? Meer respect voor de wet? Hij spreekt over alles; hij beslist over niets.

Het contrast is duidelijk: Thatcher had het talent om een politieke agenda op te leggen aan haar partij en haar regering. Lubbers lijkt bekwaam in het oplossen van Haagse problemen, maar is meer een politiek klusjesman dan een leider.

-Bind de regering aan een plan en definieer een concreet doel. Dat doet onze premier eigenlijk alleen op fiscaal gebied, met een norm voor het financieringstekort en de belastingdruk. Maar heeft hij ooit zijn prestige op het spel gezet voor een nieuwe wet of een nieuw beleid? Aan analyses geen gebrek, maar waar zijn de concrete marsplannen?

Al weer vele jaren geleden sneuvelde regeringscommissaris Tjeenk Willink op de politieke onwil tot hervorming van de Rijksdienst. Ooit was dat een belangrijk onderwerp, maar heeft Lubbers zich ervoor hard gemaakt? Later bleek dat niets terecht kwam van de stelselherziening in de sociale zekerheid. Minister De Koning nam geruisloos verlies; waar was de premier? Jaar in jaar uit schoot de controle op de uitgaven van de ministeries te kort. Ruding klaagde, maar was Lubbers meer dan de geduldige en creatieve vergadervoorzitter?

-Maak zo nodig vijanden. Margaret Thatcher verdient respect, schrijft haar politieke opponent Denis Healey, 'niet in het minst omdat ze wist dat haar optreden bij een aanzienlijke minderheid van het Engelse volk leidde tot haatgevoelens die de meeste politici maar moeilijk kunnen verdragen'. Hardnekkigheid en vastberadenheid roepen natuurlijk weerstand op, maar daar was Thatcher vaak niet bang voor. Onze premier lijkt meer soepel dan hardnekkig, eerder tactisch dan vastberaden. Wie kan Lubbers haten? Deze herfst zijn het kamerleden van de nieuwe regeringspartij PvdA die bommeldingen ontvangen of hun ruiten moeten repareren voor uitspraken die Lubbers en De Koning al sinds 1983 hadden moeten doen.

-Zie het gevaar van een concensus-beleid, maar wordt geen Don Quichot. Mevrouw Thatcher was nooit gecharmeerd van corporatisme en concensus als doel van het beleid. Nog voor de verkiezing van 1979 verklaarde zij in een interview met de Observer: 'In mijn ogen betekent consensus het opgeven van elk geloof, elke overtuiging, norm of principe. Consensus is een beleid waar niemand in gelooft en waar ook niemand tegen hoeft te zijn.'

Maar in de regering was zij niet 'Attila The Hen' die genadeloos alle tegenstanders tegelijk onder de voet probeerde te lopen. Integendeel, zij combineerde een krachtige retoriek met het een voor een verslaan van haar opponenten en daarom was zij jaren lang zo succesvol. Haar voorganger Heath wilde de vakbonden frontaal aanvallen; hij sneuvelde in 1974. Thatcher schafte eerst de wettelijke immuniteit van de bonden af, kwam pas twee jaar later met de wet die schriftelijke stemming van de werknemers verplicht stelde voor een staking, en liet aan de werkgevers over om wettelijk te ageren tegen onrechtmatige acties van de bonden. Wel een scherpe tong, maar een precieze scalpel (drie opvolgende wetten in 1980, 1982, 1984) in plaats van de botte bijl.

Treft Thatcher het verwijt dat ook Engeland steeds meer een 'underclass' lijkt te krijgen: een verloren generatie van onverschillige jongeren die oud worden zonder ooit een kans te maken in de officiele arbeidsmarkt? Ja en nee. Veel werklozen uit de periode 1979-82 vonden nooit meer een baan, maar dat geldt ook voor Nederland. Jeugdwerkloosheid werd uiteindelijk effectiever bestreden dan bij ons: er is in Engeland al lang een 'jeugdwerkgarantieplan'. De cijfers over criminaliteit laten inderdaad een sterke stijging zien, maar die begon al in 1968 en zwakte iets af omstreeks 1980. Deskundigen verschillen van mening over de oorzaken. Emotioneel bevredigend, populair bij tegenstanders van Thatcher, maar onbewezen is de stelling dat grotere ongelijkheid van inkomens leidt tot meer criminaliteit. Sterker is de theorie van Charle Murray die in de Verenigde Staten en in Engeland onderzoek deed naar de 'underclass' en een verband ziet met de toename van buitenechtelijke geboorten en onvolledige gezinnen. In dat geval valt Thatcher minder te verwijten.

Kritiek is vooral terecht op de schoffering onder Thatcher van een paar juridische principes. Ambtenaar Clive Ponting die protesteerde tegen het beleid in het Falkland-conflict werd hardhandig verwijderd. Journalisten en auteurs kwamen in conflict met de verouderde 'official secrets act'. Geen misslagen die zichtbaar worden in de macro-economische cijfers, maar toch voorbeelden van de arrogantie van de macht. En dan natuurlijk de onmacht om het beleid van de Bank of England technisch te verbeteren en los te maken van de politiek. De duurbevochten overwinning op de inflatie is voor de helft weer vergooid.

De overwinning op de vakbonden blijft het grootste succes van Thatcher. De Engelse bonden zijn op weg een soort ANWB te worden voor de werknemers: niet langer een politieke partij die haar mandaat overschrijdt maar rustige, niet-spectaculaire vertegenwoordiging van belangen van de leden. Thatcher heeft de vakbond op zijn juiste plaats teruggezet - niet meer en niet minder dan behartiging van de belangen van de leden - en zo de vrijheden hersteld van de individuele Engelse werkers. In Nederland kan nog steeds een vakbond die in de detailhandel vijf procent organiseert van de werknemers elke verandering in de winkelsluitingswet blokkeren.

Elf jaar lang heeft Thatcher geweigerd om een vergadering bij te wonen van de Engelse SER: zij legde verantwoording af in het gekozen parlement. In Nederland spreken zwakke ministers nog steeds met de 'sociale partners' over onderwerpen die onder het primaat van de politiek horen te vallen. Met pappen en nathouden maken onze ministers minder vijanden, hadden we maar een Margaret Thatcher in de Nederlandse politiek.