Prognose bevolking opnieuw hoger

VOORBURG, 26 nov. - Het aantal inwoners van Nederland zal over circa dertig jaar een maximum van 16,5 miljoen bereiken. Dit blijkt uit de jongste bevolkingsprognose van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die vanmiddag is gepubliceerd.

Vorig jaar werd nog een maximum van 16,2 miljoen voorspeld. In 1984, toen met de jaarlijkse prognoses werd begonnen, rekende het CBS op een maximum van ruim 15,1 miljoen even na het jaar 2000.

Het oplopen van de bevolkingsprognoses wordt vooral veroorzaakt met de toenemende immigratie. Vorig jaar werd verwacht dat in 1990, net als in 1989, minder dan 100.000 mensen zich in Nederland zouden vestigen. Volgens de huidige schattingen worden het er bijna 120.000. Daar tegenover stond een stabiele emigratie van 60.000 mensen.

Naast de groei van het aantal asielzoekers (van 14.000 vorig jaar naar 20.000 dit jaar) zijn er ook meer terugkerende Nederlanders en meer immigrerende EG-inwoners. Ook de gezinshereniging bij Turken en Marokkanen is toegenomen, evenals de immigratie uit Suriname.

Bij zijn prognoses verwacht het CBS, net als vorig jaar, dat de stijging van de immigratie zich niet zal voortzetten. Wel wordt nu voor de jaren negentig gerekend op een miljoen immigranten en 700.000 emigranten met als resultaat een immigratie-overschot van 300.000 personen. De prognose van vorig jaar rekende op een saldo van 200.000.

Het oplopen van de bevolkingsprognoses sinds 1984 heeft ook te maken met het oplopen van de geboortecijfers. In 1982 werden in Nederland 172.000 kinderen geboren, in 1990 naar schatting 195.000. Die stijging heeft te maken met de groei van het aantal vrouwen in de vruchtbare leeftijd (de naoorlogse geboortegolf), met een uitstel-effect (het aantal geboorten daalde eind jaren zeventig sterk) en ook, zij het in mindere mate, met het hoge kindertal bij etnische minderheden.

    • Kees Calje