Profs zijn bang voor amateurs

Regelmatig opgeschrikt door verhalen over betaling van spelers in het amateurvoetbal stelde de KNVB zowel de topclubs uit het zaterdag- als zondagvoetbal drie jaar geleden voor een onderzoek in te stellen naar dergelijke praktijken. De meerderheid van de clubs voelde daar weinig voor. Alleen De Treffers uit Groesbeek stelde zich positief op. De rest verschool zich hypocriet achter de opstelling dat de enige (legale) betaling bestond uit de 41 cent per vergoede kilometer waarmee amateurclubs in de winterstop spelers, trainers en bestuur vaak en masse naar de wintersport plegen te sturen.

Niettemin verdient menig amateurvoetballer - wel of niet in combinatie met een baan - meer dan de meeste profspelers. De betalingen geschieden veelal via derden en de bedragen blijven buiten de boeken. De scheefgroei die dit inmiddels heeft aangenomen maakt de tijd rijp voor een klasse van zogeheten onafhankelijken, waarin naast profclubs ook verenigingen uit het amateurvoetbal spelen, die echter wel hun voetballers mogen betalen. Die plannen zijn vervat in de discussienota 'Voetballen in 2000'.

Daarin wordt gepleit voor een eredivisie met daaronder twee klassen van onafhankelijken. Vooral in het amateurvoetbal constateert men een toenemende tegenwerking uit het betaalde voetbal. Terwijl zowel de scheidende voorzitter Kastermans als zijn opvolger Lansink er terecht op wijst dat menig amateurclub een grotere en betere organisatie runt dan een aantal profclubs. Niettemin vloeien de grote inkomsten - voornamelijk uit sponsoring - naar het betaalde voetbal. De amateurs zijn bevreesd voor een verdere afbrokkeling van hun organisaties nu inkomsten uit toto-lotto en andere loterijen, benevens de opbrengst uit kantines door de horecawet, ernstig onder druk staan. De nieuwe voorzitter van de amateurs, Ad Lansink, bepleit qua structuur volledige integratie met de profs. Voor een klasse van onafhankelijken moeten in de vergadering van de amateurs in het voorjaar al vergaande voorstellen worden gedaan. De profs liggen dwars. Clubs als Vlissingen of Emmen - maar dat geldt voor de meeste eerste divisieverenigingen - kunnen als profclub nauwelijks serieus worden genomen. Maar juist die clubs zijn bang voor verlies van status en exclusiviteit. Toch zal de KNVB gezien de kans van slagen als een geheel naar buiten dienen te treden. Gezien de ervaringen uit het verleden zal dat niet meevallen.