Namens Tamar

'Mijn vader kwam na de oorlog, geheel tegen alle beloften en conventies in, niet terug. Ik, de oudste dochter, die gedurende de jaren van zijn tijdelijke afwezigheid zijn vertegenwoordigster geweest was, werd toen zijn erfgename. Zelfopgelegde plichten en lasten, dat spreekt vanzelf. Maar voor zover ik toch steeds weer vind dat ik een eer te verdedigen heb, en een soort standaard om te handhaven, komt dat van die verantwoordelijkheid.' (1965)

'De Joden werden uit Spanje gezet, omdat Spanje een christelijke staat wou zijn, in Duitsland vermoord omdat Duitsland 'arisch' wou zijn, en nu weren zij de niet-Joden omdat zij een 'Joodse staat' willen hebben.' (1967)

'Al het onrecht dat er is en dat nog komen zal, kan niet op tegen het onrecht dat voorbij is en waar nooit meer iets aan veranderen zal. Een wijs mens cultiveert zijn tuin en zijn vrienden, en doet niet wat ik tot misselijk wordens toe doe: discussieren met idioten.' (1967)

'Ik zou graag in de revolutie willen geloven, het lijkt me meeslepend om al je triviale gedachten en daden veranderd te zien in zinvolle. Maar het is kennelijk een genade die mij niet gegeven is. Geloof in de revolutie is mij even onmogelijk als geloof in de heilige moederkerk.' (1968)

'Maar van alle Nederlanders die direct of indirect, met plezier of omdat het nu eenmaal verlangd werd, meewerkten aan de moord, was maar een heel klein deel NSB'er. De rest waren normale burgers. Er is in de afgelopen 25 jaar niets gedaan om te verhinderen dat hun kinderen niet weer net zo normaal zijn, bereid om zich weer net zo te gedragen: gezagsgetrouw, voorzichtig, fantasieloos en harteloos.' (1969)

'Want er komt een moment waarop het vrouwelijke in de vrouw haar niet siert maar belachelijk maakt. Ze moet dan misschien nog dertig jaar verder leven, neurotisch, huilerig, veeleisend en gemeden als de pest, maar tenzij het haar lukt zich als een man te gedragen zal niemand haar als vrouw meer waarderen. Dat is het echte bedrog. Niet dat je als meisje niets anders geleerd wordt dan vrouwelijk te zijn, maar dat niemand aan deze hooggeprezen deugd meer behoefte heeft als je leeftijd haar onaantrekkelijk maakt.' (1972)

'Niet dat je met jaloezie opschiet of dat het je karakter vernobelt, maar terecht is het wel want mannen hebben het beste lot uit de loterij getrokken. Geen geweldig lot, dat weet ik best, de hele loterij heeft behoefte aan een mecenas, maar wel een lot, waar je weliswaar eerder bij doodgaat, maar als je niet doodgaat langer jong bij blijft.' (1973)

'De hele ingezonden-brievenrubriek van Vrij Nederland gonsde een paar weken lang van de verontwaardigde China-reizigers, die zich op hun ooggetuigeschap getrapt voelden. Wat kon er in hemelsnaam nog meer te weten zijn dan dat wat je eigen ogen te zien gekregen hadden? Moest je niet een heel lelijk karakter hebben om zelfs maar op de gedachte te komen dat je gastheren je wellicht alleen laten zien wat ze je willen laten zien?' (1975)

'Het huwelijk maakt misdadigers van ons allen. Maar wie had dat een halfjaar geleden gedacht? Ik niet. Hij ook niet.' (1978)

'Er zit een kant aan het feminisme die ik erg leuk vind: de beetje malle kant. Vrouwen die zich nergens iets van aantrekken en buitenissige levens leiden.(...) En er zit een rotkant aan: de dwingerige, egaliserende, fatsoensrakkerige, om macht en plicht en solidariteit schreeuwende kant.' (1979)

'Nadat ik mij verdedigd had tegen een aanval op mij van W. F. Hermans in de NRC, besefte ik dat het slecht is voor de ziel als men zich verdedigt. Die kwijnt dan, die verveelt zich. Het zijn nooit de mensen die het meeste van je houden die zeggen: hierop moet je echt antwoorden, dat kun je niet over je kant laten gaan.' (1980)

'Ach, rechtvaardigheid. Het mooiste in het leven is de liefde, maar niets is onrechtvaardiger. Die het verdienen krijgen het niet en die het krijgen verdienen het vaak niet.' (1983)

'Levenslist tegen de teleurstelling en het verlies: stel je zaak op niets, laat alles meevallen. Dood ga je toch en kun je nog miljoenen jaren zijn. Elke pink die je intussen nog beweegt is meegenomen.' (1985)