Kamerlid wil debat kolencentrale

ROTTERDAM, 26 nov. - Het D66-Kamerlid D. Tommel wil minister Andriessen (economische zaken) interpelleren over de gang van zaken die leidde tot het besluit, juni jongstleden, op de Maasvlakte een conventionele kolencentrale te bouwen.

Het Kamerlid wil van de minister weten wanneer hij tot de conclusie is gekomen dat een conventionele kolencentrale op de Maasvlakte onontkoombaar zou zijn. Het besluit van de minister was in strijd met de voorkeur van de Kamer, die anderhalf jaar eerder via een motie van Tommel had verzocht een 'maximale inspanning' te leveren een centrale op basis van kolenvergassing te bouwen. Een kolenvergassingscentrale belast het milieu minder dan een conventionele poederkoolcentrale.

Minister Andriessen liet de Kamer in juni weten dat hij de motie van Tommel 'zorgvuldig' had uitgevoerd. Maar het was om diverse reden onmogelijk een kolenvergasser op de Maasvlakte te bouwen, aldus Andriessen tegen de Kamer.

Tommel vraagt zich nu af welke concrete stappen de minister heeft gezet om de gevraagde maximale inspanning te leveren. 'Daar ben ik zo langzamerhand wel heel nieuwsgierig naar', aldus Tommel. Hij wil bovendien weten welke rol de Sep (Samenwerkende Electriciteitsproducenten) heeft gespeeld, omdat deze door de minister werd gevraagd de motie uit te voeren.

Uit een verklaring tegen NRC Handelsblad van ir. B. Boerboom, directeur van de Zuidhollandse electriciteitsproducent die is belast met de bouw van een nieuwe eenheid bij de centrale op de Maasvlakte, is gebleken dat hij uitvoering van de motie-Tommel nooit serieus heeft overwogen. Tommel wil nu van de minister weten of hij los van de inspanningen van de Sep zelf pogingen heeft ondernomen die tot de bouw van een kolenvergasser op de Maasvlakte konden leiden.