FLUITCONCERT STRAF VOOR COMBINE

Al in de jaren vijftig en zestig schreef de wielerpers dat de baansport op sterven na dood was. De patient is sindsdien inderdaad sterk verzwakt: talloze zesdaagsen, waaronder die in Nederland, hielden zelfs op te bestaan. De 'six' is echter nog altijd in leven. Vooral in Duitsland en Frankrijk, maar ook in Belgie. Wat Vlaanderen betreft heeft Antwerpen het moeilijk. Gent floreert daarentegen, althans volgens de organisatie. Gisteravond eindigde daar de vijftigste editie. Ze werd gewonnen door het duo Clark-Gunther.

Het was op de slotdag niet eenvoudig een parkeerplaats te vinden in de buurt van het Gentse sportpaleis. Er waren ruim 5.000 toeschouwers afgekomen op het festijn in het Kuipke, dat aan 7.000 kijkers plaats biedt. Vrijdag en zaterdag zaten de tribunes bomvol, terwijl op de eerste drie avonden gemiddeld 4.000 mensen present waren. 'Ons jubileum is een grandioos succes', verklaarde de organisatie trots. De totale belangstelling overtrof die van vorig jaar, toen er 30.000 liefhebbers kwamen die, meldde de horeca opgewekt, samen 180.000 pinten nuttigden.

Toch wil de 'six' van Gent niet met het etiket bierzesdaagse worden opgezadeld zoals die in Duitsland, waar drank, Bockwurst en muzikaal amusement de renners reeds lang naar het tweede plan hebben verdrongen. In Gent staat het merendeel van het wielervolk niet aan de tap op het naar oliebollen en het toilet stinkende middenterrein, nee, het vertoeft keurig in zijn zetel langs de piste en volgt het wedstrijdverloop uiterst kritisch. 'Hier kunnen de coureurs geen combine maken, niet rommelen of rotzooien. Gooien ze er met de pet naar, dan kunnen ze meteen op een snerpend fluitconcert rekenen', zegt de Amsterdammer Jan Derksen, de oud-sprintkampioen, die al sinds mensenheugenis manager is in deze kleine fietswereld.

Dat in Gent veel goede stuurlui aan wal staan is niet zo verwonderlijk. Want het aantal baanrenners, op allerlei niveau, is in die stad en haar omgeving opmerkelijk groot. Volgens Derksen 'krioelt' het op doordeweekse dagen in het sportpaleis van de beginnelingen, junioren en amateurs. 'Een sprintje trekken is daar echt onmogelijk, zo druk is het.' In het Kuipke, waar de door de wedstrijdleider van Gent, Patrick Sercu, opgerichte Vlaamse Wielerschool is gevestigd, hing gisteren dan ook een typisch, amicaal sfeertje: iedereen leek vrienden tegen te komen en bijna iedereen kende blijkbaar ook de weg in het doolhof van de catacomben onder de baan.

Brunettes

'Strikt voorbehouden aan renners, verzorgers, pers en bondsvertegenwoordigers', stond met grote letters op de deur die naar het rennerskwartier leidde. Maar Jan en alleman drong ongehinderd door tot de mini-kleedkamers en de doucheruimte: al dan niet opgedofte blondines en brunettes, supporters, jeugdige handtekeningenjagers, allen stonden na afloop van de wedstrijd bijna oog-in-oog met blote of bijna blote wielervedetten, die daar kennelijk in het geheel niet van opkeken. 'Het publiek is voor hen heilig', merkte een verzorger op. 'Dat leggen ze niks in de weg, want het zorgt immers voor brood op de plank.'

Voor de doorsnee-baanrenners is hun sport geen vetpot. Ze moeten zonder veel sputteren akkoord gaan met het startgeld dat bemiddelaar Derksen en zijn (eveneens bejaarde) Belgische collega Firmin Verhelst hen aanbiedt. De absolute topper, veteraan Danny Clark uit Australie, ligt echter regelmatig dwars. 'Alles is geregeld, alleen Clark deed natuurlijk weer heel moeilijk', mopperde Derksen in Gent tegen Verhelst, nadat hij zich had bezig gehouden met de samenstelling van het rennersveld voor de Zesdaagse van Antwerpen, begin volgend jaar.

Veel directies van de zogenoemde winterbanen komen in de verleiding dure wegrenners te contracteren voor hun zesdaagsen, met als doel meer publiek te lokken. Gent was even in de slag met wereldkampioen Rudy Dhaenens, maar het schrok terug voor diens hoge vraagprijs. Tot grote ergernis van de Vlaamse pers, die de organisatie gebrek aan initiatief en conservatisme verweet. Bij de vijftigste uitgave, zo oordeelden de kranten, mocht toch wel een keer enig financieel risico worden genomen? Gepeperde kritiek, waarmee Derksen het trouwens niet eens was.

'Het inhuren van Dhaenens was een aanslag op het budget geweest', vond Derksen. 'En wat kan Rudy helemaal op deze kleine, dus moeilijke baan? In het verleden zijn vedetten als Bernard Hinault, Joop Zoetemelk en Laurent Fignon in de hal meer dan eens de mist in gegaan. Neem van mij aan dat binnenrijden een vak apart is. Iets voor echte specialisten. Fignon, bijvoorbeeld, is in dit metier ten hoogste een middenmoter. Pure piste-experts als Clark en Tony Doyle kun je ook niet zo maar de Galibier op sturen, dan vallen ze meteen door de mand.'

Beenbreuken

In het intieme, rokerige Gentse sportpaleis trok de laatste, Doyle, wel bijzondere aandacht. De Brit eindigde samen met de Belg Stan Tourne als vierde, terwijl Westduitse medische specialisten vorig seizoen nog bekend maakten dat 12 november 1989 de laatste dag van Doyle's profcarriere was geweest. Tijdens de nachtelijke finale van de Zesdaagse van Munchen ging de Engelsman destijds zwaar onderuit. Hij liep een schedelbarst op, had talloze gecompliceerde beenbreuken en was een week lang in coma.

Tegen alle voorspellingen in dus maakte hij begin mei van dit jaar een schuchtere come-back in een Engels criterium. Het regende pijpestelen. Doyle gisteren in Gent: 'Ben je niet bang voor een nieuw ongeluk, vroeg een kennis me toen. Nee, was mijn antwoord. Als God me dood had gewild, dan was dat al in Munchen gebeurd.' Na zich in de zesdaagsen van Dortmund en Grenoble te hebben opgewarmd werd Doyle ruim twee weken geleden met Clark verrassend winnaar van de 'six' van Munchen.

'De artsen keken vol ongeloof en bewondering vanaf de tribunes toe', aldus Doyle. 'Het was een verrijzenis. Het ongeluk is in financieel opzicht gek genoeg heel gunstig voor me geweest. Ik werd een soort attractie voor de organisatoren, voor alle zesdaagsen kreeg ik een contract met een hogere gage dan voorheen. Best lekker, want ik ben een pure prof. En zoals bekend ligt het geld voor een baanrenner nu eenmaal niet voor het oprapen. Want het aantal wedstrijden loopt terug. Net zoals de populariteit ervan, al zeggen ze hier in Gent dat er betere tijden komen.'