Festival gymnasium-orkesten van verschillende pluimage in Groningen; Het schoolorkest overwint zichzelf Hetschoolorkest overwint zichzelf

GRONINGEN, 26 nov. - Wanneer het schoolorkest van Gymnasium Haganum (uit Den Haag) de serenade van Brahms inzet, wordt het doodstil in de gehoorzaal van het Groningse conservatorium. Hier kunnen Barlaeus, Celeanum (Zwolle) en Aulos (Groningen) niet tegenop. 'De dirigent hoeft bijna niets te doen', fluistert een meisje verbaasd. 'Voor dat orkest moet je vast op auditie.' Haar orkest, Aulos, is ook kleiner dan Haganum. 'Bij ons op school vinden ze het stom als je zegt dat je op het orkest zit. Toneel mag wel, daar wil iedereen op. Maar voor muziek moet je naar de disco, vinden ze.'

Nederland telt 38 zelfstandige gymnasia. Ongeveer tien hebben een eigen schoolorkest. Zaterdag hadden er zich in Groningen voor het derde 'Orkestival' zes verzameld - de orkesten met de langste traditie - en een orkest uit Duitsland. Waren gymnasiale festivals dertig jaar geleden een gewoon verschijnsel, ook op ander gebied dan alleen de muziek, het Orkestival is nu enig in zijn soort.

Als oorzaak van het verdwijnen worden wel de bezuinigingen in het onderwijs aangevoerd, en de opkomst van 'een ander soort leerlingen'. Een paar jaar geleden had dirigent en muziekleraar Harko Smidt (van Aulos) nog een taakuur voor het orkest. Inmiddels heeft hij drie taakuren, maar alledrie voor informatiekunde. In die tijd was het orkest ook groter; een gezamenlijk orkest van het Zernike College en het Praedinius Gymnasium. Maar het Zernike is gefuseerd met een mavo, daar komen nu heel andere leerlingen dan vroeger - leerlingen die zich niet voor een orkest aanmelden.

Pas nu de zelfstandige gymnasia weer meer leerlingen trekken, leven ook de schoolorkesten langzaam op, met Haganum als groot voorbeeld. De brugklasser die op het Gymnasium Haganum komt en geen instrument bespeelt, krijgt een instrument van school te leen. Het orkest beschikt als enige over fagotten, een relatief duur instrument, afkomstig uit het schoolfonds. Ze worden met jaloezie bekeken. Haganum is bijna professioneel samengesteld, heel anders dan bijvoorbeeld het Coornhert uit Gouda, dat een basfluit, een tuba en een gitaar in zijn gelederen. 'Bij ons mag iedereen erop', zegt een orkestlid.

Vreemd

Alleen de jury is minder onder de indruk van Haganum. Volgens de voorzitter, de musicoloog en dirigent Bastiaan Blomhert, is de uitdaging voor schoolorkesten juist 'de doorgaans vreemde samenstelling ervan'. 's Avonds, tijdens het concert in de Martinikerk, zal hij zeggen dat de jury heeft gekozen voor 'de stukken waarbij de orkesten zichzelf hebben overwonnen'. Waarbij het niet opvalt dat sommige leden nog nauwelijks kunnen spelen. Waarbij de dirigent het stuk heeft bewerkt tot het geschikt was voor zijn wat ongewone orkest. En waarbij elk instrument ondanks alle handicaps toch tot zijn recht kan komen.

Daarmee verschillen de orkesten in de ogen van de jury niet zozeer in kwaliteit als wel in karakter. Linos uit Haarlem is 'genuanceerd', Aulos 'spannend', het Barlaeus 'volwassen'. Een winnaar is er niet, en hoort er ook niet te zijn. 'Het gaat om het samen muziek maken.'

De leerlingen zelf zeggen de criteria van de jury weinig. Hun valt hooguit op dat de stukken van het Duitse orkest Altes Oldenburg 'wat langdradig' zijn, of dat het orkest te langzaam speelt - 'de dirigent moet trekken'. Eigenlijk vinden ze iedereen wel goed, al is Haganum natuurlijk de beste. Ook hen gaat het om het 'samen spelem'. Als 360 gymnasiasten 's avonds in de Martinikerk Bridge over troubled water spelen, krijgen ze een staande ovatie. Het klinkt niet genuanceerd, niet spannend en ook niet erg volwassen. Maar het is wel een beetje ontroerend.