Eigendomsstructuur kracht en zwakte van Le Monde

Na eerdere tumulten die door hoofdredactionele opvolgingskwesties werden veroorzaakt, is de toonaangevende krant van Frankrijk Le Monde, opnieuw in een ernstige crisis verzeild geraakt. Een onvoorzichtige modernisering van het bedrijf en een scherpe daling van de advertentie-inkomsten vormen deze keer de aanleiding tot een financieel saneringsplan. Een portret van een krant (en nationale instelling), die in een taaie overlevingsstrijd gewikkeld is om haar journalistieke onafhankelijkheid veilig te stellen. Dit is het eerste van een serie artikelen over internationale kranten.

Voor de dagbladjournalist moet Le Monde welhaast het schoolvoorbeeld van de ideale krant zijn. De werknemers zijn er de baas, de journalisten hebben er vetorecht. Helaas dreigt de werkelijkheid van alledag deze idylle nu op te blazen. Opnieuw wordt Frankrijks beroemdste dagblad namelijk door een ernstige crisis geteisterd. De periode van spectaculair herstel die volgde op het financiele en redactionele debacle tussen 1982 en 1984 (zware verliezen, kelderende oplage) is al weer voorbij.

Het verlies over 1990 zal vermoedelijk veertig miljoen franc bedragen. Een onvoorzichtige modernisering van het bedrijf en scherpe daling van de advertentie-inkomsten zijn ingredienten van deze nieuwe malaise. Op het eerste gezicht is de ellende nu minder groot dan in de jaren tachtig. De oplage blijft stijgen, en de journalisten zijn niet meer zo verdeeld. Toch is het verre van zeker dat de redactie in deze nieuwe crisis haar positie als belangrijkste aandeelhouder zal kunnen behouden.

De nieuwe financiele crisis bemoeilijkt de gang van zaken bij de opvolging van hoofdredacteur Andre Fontaine. Een meerderheid van de journalisten verwijt Fontaine dat deze de uitgaven voor de modernisering van Le Monde onvoldoende in de hand heeft gehouden. Die kritiek treft bijgevolg adjunct-hoofdredacteur Daniel Vernet, die Fontaine moet opvolgen.

Nadat de gelauwerde journalist en buitenland-specialist Andre Fontaine in 1985 was benoemd om Le Monde uit het moeras te trekken, werd hij aanvankelijk als redder in de nood bejubeld. Hij bracht rust op de redactie en was de drijvende kracht achter een ingrijpende sanering. Een briljante pen garandeert echter nog geen diploma als succesvol zakenman. Het gunstige herstel tussen 1985 en 1988 werd daarna ondergraven door riskante investeringen in een nieuwe drukkerij en modernisering van de krant.

Ook de ingewikkelde juridische structuur van de onderneming helpt niet mee om de opvolging van de inmiddels 69-jarige Fontaine soepel te doen verlopen. Vernet heeft de vorming van een driemanschap voorgesteld: hijzelf als hoofdredacteur-directeur, verder een hoofdredacteur en een commercieel directeur. Op zichzelf lijkt dit een zinnig voorstel. Het probleem is alleen dat Vernet zowel bij veel redacteuren als bij andere delen van het bedrijf omstreden is. Pas in de derde stemronde behaalde hij hij de statutair voorgeschreven 60 procent van de stemmen der redacteuren. Om op de Algemene Vergadering van aandeelhouders op 3 december te worden gekozen, zal Vernet 75 procent van de stemmen in het hele bedrijf moeten verwerven.

Gezien de ingewikkelde bedrijfsstructuur, belooft dat een zware opgave te worden. Van de zeven aandeelhouders hebben twee groepen een vetorecht: de redactie die van dit recht collectief gebruik kan maken, en de opvolgers van de oprichter (de Association ' Beuve-Mery') die een individueel vetorecht hebben. Achter de schermen wordt nu intensief gelobbied om de vereiste 75 procent bij elkaar te schoffelen. Zolang die opvolging niet is geregeld, kan een nieuw saneringsplan (200 ontslagen) niet in werking treden.

Persgeschiedenis

Deze crisis is de zoveelste episode in de verdediging van de journalistieke onafhankelijkheid van Le Monde. De persgeschiedenis in Frankrijk staat bol van voorbeelden waarbij zakenbelangen prevaleerden boven journalistieke integriteit. Politici zijn een andere plaag. Ook in dat opzicht is Le Monde een witte raaf onder de Franse dagbladen. Oudgedienden herinneren zich hoe Jacques Fauvet, toen chef binnenland, over de telefoon tegen een Franse premier (Rene Pleven) uitriep: 'Ik zie niet in waarom ik met u zou moeten lunchen. Enfin, als u erop staat'.

In de jaren dertig heeft Hubert Beuve-Mery, de oprichter van Le Monde, als correspondent van Le Temps in Praag ervaren hoe deze krant een aanfluiting van haar redactionele onafhankelijkheid maakte. De buitenlandse correspondenten werd veel vrijheid gelaten, maar in zijn binnenlandse en economische berichtgeving gold Le Temps als het orgaan van de 'trusts'.

Na de bevrijding in 1944 ijverde de regering De Gaulle voor de verschijning van een krant, die met de traditie van 'la presse pourrie' zou breken. Le Monde werd op 11 december 1944 opgericht als een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en een schraal beginkapitaal. Ondanks het gebrek aan geld stelde de krant zich van het begin af aan onafhankelijk op tegenover regering en overheid. Zelfs de schijn van overheidsbemoeienis was bij Le Monde verdacht. In die eerste winter kregen alle kranten drie miljoen franc subsidie van De Gaulle. Beuve-Mery was de enige hoofdredacteur die de cheque meteen terugstuurde: overheidssubsidies waren taboe.

Laurent Greilsamer beschrijft in zijn biografie van Beuve-Mery (Fayard-1990), hoe de hoofdredacteur al snel onder zware druk kwam te staan van de twee mede-oprichters die diens journalistieke integriteit hinderlijk vonden voor het najagen van hun zakelijke en politieke belangen. Ook nadat Beuve-Mery zich met veel moeite van deze belagers had kunnen bevrijden, bleven begerige geldschieters de redactionele maagdelijkheid bedreigen. ' Er zijn miljarden die onder aan de trap wachten. Zolang ik er ben, zullen ze nooit boven komen', heeft Beuve eens gezegd.

Inmiddels had de redactie zich in 1951 omgevormd tot een Societe des redacteurs, die 28 procent van de aandelen verwierf. Daarmee had de oprichter-hoofdredacteur zich binnen de krant van een krachtige bondgenoot verzekerd. Pas toen het Le Monde in de jaren zestig qua inkomsten en oplage steeds meer voor de wind ging, ontstonden er spanningen tussen de hoofdredacteur en de Societe des redacteurs, die de status van belangrijkste aandeelhouder voor zich ging opeisen.

Na veel interne strijd gaf Beuve-Mery in maart 1968 schoorvoetend toe. De redacteuren verwierven veertig procent van de aandelen van de onderneming die, zoals Beuve het bij de aankondiging van de nieuwe eigendomsverhoudingen in zijn krant uitdrukte, 'altijd ernaar heeft gestreefd om, behalve een prive-bedrijf, ook een openbare dienstverlening, een instelling van vrije voorlichting en overdenking te zijn'. Le Monde stond er zich dus op voor niet alleen een kwaliteitskrant, maar ook een soort nationale instelling te zijn. Dat was geen holle pretentie. Vooral in de jaren zestig en zeventig was Le Monde het lijfblad voor de intelligentsia, politici en diplomaten. Het blad ontwikkelde zich verder tot cultuurdrager buiten de grenzen. Ook nu nog worden er dagelijks 80.000 exemplaren (op een oplage van 420.000) in het buitenland verkocht.

Eigendom

De werknemers zijn, zoals gezegd, eigenaar van het bedrijf. Dat is tegelijk een uniek en een zwak aspect van het bedrijf. Zolang als de krant winst maakt, is er niets tegen deze eigendomsstructuur. Maar als er verlies wordt geleden, blijkt die super-democratische structuur financiele kwetsbaarheid te verbergen. Het aantrekken van kapitaal onder voorwaarden die voor de redactie aanvaardbaar zijn, blijkt dan heel moeilijk. Dat was in de periode 1982-'84 het geval en dat is het nu weer.

De toch al weinig overzichtelijke ondernemingsstructuur werd in 1985 nog ingewikkelder door de oprichting van twee nieuwe organismen, de Societe des Lecteurs en Le Monde Entreprises. Het betrof hier geldschieters zonder boosaardige bedoelingen, 'belangeloze vrienden' die toen voor een hoognodige kapitaaltransfusie zorg droegen. In combinatie met een stringent saneringsplan en redactionele verbetering legde deze kapitaalinjectie de basis voor herstel. Het aandeel van de Societe des redacteurs werd van veertig tot 32,3 procent verlaagd, maar de journalisten bleven een vetorecht behouden.

Le Monde heeft sinds begin 1985 een aanzienlijk rijpingsproces doorgemaakt en alleen al daarom komen de nieuwe financiele zorgen zeer ongelegen. Andre Fontaine trok jonge redacteuren aan, en zorgde voor nieuwe supplementen en katernen. In de donkere periode 1979-85 was de oplage met 100.000 exemplaren (van 450.000 naar 350.000) gekelderd. De lezers liepen met drommen weg toen zij merkten dat Le Monde naliet de linkse regering even kritisch te volgen als zij bij rechtse regeringen had gedaan. Van die gevluchte lezers zijn er inmiddels weer 70.000 teruggewonnen. Want terwijl de andere krantentitels in Parijs hun oplage zien dalen, stijgt die van Le Monde jaarlijks met 4,5 procent.

Dat was mede mogelijk doordat de ideologische ondertoon van tien jaar geleden heeft plaatsgemaakt voor zakelijker journalistiek. Verder is de toon van de artikelen minder academisch geworden, en klinkt in de behandelde onderwerpen meer aandacht voor alledaagse problemen door. Le Monde is nog altijd een 'journal de reference', een zeer volledige krant met een nogal streng uiterlijk. Behalve in de supplementen, worden foto's nog altijd geweerd. Aan de debetzijde staat dat de krant wat van haar vroegere elan, haar brille, heeft verloren. Het staat er wel allemaal in, maar je mist 'les grandes plumes' van weleer.

Bezieling

Na 46 jaar lijkt het Le Monde enigszins aan bezieling te ontbreken. Deels is dat een onverdiend verwijt. De Franse maatschappij is minder gepolariseerd dan twintig jaar geleden. De beschrijving van een betrekkelijk welvarende maatschappij waarin consensus overheerst, is minder uitdagend dan de reportage over een diep verdeelde samenleving. Toch blijft de vraag overeind of Le Monde nog wel het onmisbare baken voor de Franse intelligentsia is die het in de jaren zestig en zeventig was.

Onder hoofdredacteur Fontaine is 600 miljoen franc in de modernisering van de onderneming geinvesteerd. Daarvan waren 450 miljoen bestemd voor een nieuwe drukkerij, de modernste in Europa. Maar Fontaine heeft nagelaten om tijdig partners voor deze kostbare onderneming te vinden. Toen de drukkerij er eenmaal stond, meldde zich een partner: Le Parisien libere. Maar deze klant is na drie maanden weer vertrokken. De drukkerij werkt bijgevolg met zwaar verlies. Een sterke verhoging van de advertentie-inkomsten heeft die verliezen nog een tijdje kunnen maskeren. Maar toen de advertentiemarkt eerder dit jaar instortte, was Le Monde in last.

De automatisering van de redactie is rijkelijk laat ingezet. Tot begin dit jaar werkten de journalisten nog op tikmachines. De verhuizing viel duurder uit dan gepland. Het oude gebouw aan de Rue des Italiens, met zijn statige hal en stoffige, ouderwetse redaktielokalen, werd ingeruild voor een hyper-modern gebouw met glazen facade in een onaanzienlijke Parijse straat.

In vele opzichten is Le Monde een gewone krant geworden. De autocratische rituelen die er onder Beuve-Mery bestonden, zijn al lang verdwenen. Zo moest de chef buitenland jarenlang elke ochtend stipt om elf uur zijn buitenlands commentaar in het kantoor van de 'patron' staande voorlezen. Een nauwelijks hoorbare zucht betekende adhesie, gebrom stond gelijk aan afwijzing.

Een traditie wordt nog altijd in stand gehouden, namelijk de staande ochtendconferentie in de kamer van de hoofdredacteur met de rubriekchefs. Voor Nederlandse maatstaven gaat het daar nog tamelijk formeel toe. Elke deelnemer krijgt bij het binnenkomen een handje van de hoofdredacteur, die staande achter zijn stoel recipieert. De meeste chefs zitten keurig in het pak, de inhoud voor de komende krant wordt op gedempte toon besproken.

'De verdienste van Fontaine is dat hij de krant heeft verzoend met de intelligentsia', zegt chef-redactie Jean-Marie Colombani die bij de verkiezing van een nieuwe hoofdredacteur aanvankelijk kandidaat tegen Vernet was. De onthullingen van Le Monde in september 1985 over de betrokkenheid van de geheime dienst bij het tot zinken brengen van het Greenpeace-schip Rainbow Warrior, hadden op geen beter moment kunnen komen, zegt Colombani. Op een kwetsbaar moment in haar bestaan leverde de krant het bewijs dat zij zich toch kritisch tegen een linkse regering kon opstellen.

Kritiek

Maar de kritiek van de redactie op het koppel Fontaine-Vernet overtreft de lof. Het drama met de drukkerij had kunnen worden voorkomen, menen velen. Ook klinkt het verwijt dat de hoofdredactie ten onrechte Le Monde als de enige kwaliteitskrant van Frankrijk blijft aanprijzen. Liberation wordt op de redactie weliswaar niet meer als een gevaarlijk concurrent gezien, maar Le Figaro die de laatste jaren aan kwaliteit heeft gewonnen des te meer. Daarnaast zijn er vergevorderde plannen voor het lanceren van een of meer nieuwe kranten. Colombani resumeert: 'Ik heb geen vertrouwen dat een nieuwe hoofdredacteur als Vernet onze problemen kan oplossen. De nieuwe aandeelhouders die ons in 1985 hebben gered, zijn niet onder de indruk van Vernet'.

Net als Andre Fontaine, is ook Daniel Vernet van de redactie buitenland afkomstig. Sinds 1944 zijn verreweg de meeste belangrijke functies bij Le Monde door voormalige buitenland-redacteuren of correspondenten bekleed. Vooral bij de economische en politieke redacties wekt deze ingebouwde dominantie verzet. Die irritatie is een van de redenen waarom Vernet pas in de derde stemmingsronde zestig procent van de journalisten achter zich heeft weten te krijgen. De betrokkene zelf wuift de kritiek weg: 'Le Monde is de enige Franse krant die zeer veel plaats aan buitenlands nieuws inruimt. Onze redacteuren kijken met een mengsel van begeerte en afgunst naar de buitenland-rubriek.'

De twee vennoten, de 'belangeloze vrienden' die in 1985 kapitaal hadden aangedragen om een faillissement te voorkomen, voelen zich bij deze nieuwe crisis gerechtigd tot inspraak. Dat is een nieuwe situatie voor de redactie die er gewend aan was geraakt dat de rest van het bedrijf ja en amen tegen het beleid van de hoofdredacteur zei. De redactie heeft de steun van die nieuwe aandeelhouders nodig om op 3 december het door Vernet voorgestelde driemanschap er door te krijgen. Maar die aandeelhouders staan zeer kritisch tegenover de kandidaat-hoofdredacteur, die zij mede-verantwoordelijk achten voor het ontstane tekort.

Ook op de redactie breekt het besef door dat de procedure voor de verkiezing van een nieuwe hoofdredacteur te ingewikkeld is geworden en dat het juridische statuut van de krant moet worden vereenvoudigd. Zo'n statutaire wijziging moet de binnenkomst van kapitaal vergemakkelijken zonder de onafhankelijkheid van de redactie aan te tasten. Nu de redactie in deze nieuwe crisis juist de status van belangrijkste aandeelhouder dreigt te verliezen, wordt haar taak des te moeilijker om kapitalisten te vinden van wie twee dingen worden gevraagd die in de Franse context niet vanzelfsprekend zijn: investeren in een verlieslijdende krant en bereidheid om de redactionele autonomie te respecteren.