Drs. J. D. Gabor, staatssecretaris van landbouw; Waakhond met goede reputatie

Een landelijk bekende persoonlijkheid was hij zeven weken geleden zeker nog niet. Buiten Twente wist vrijwel niemand wie hij was. Maar de toenmalige katholieke burgemeester van de gemeente Haaksbergen kende zelf wel iedereen die hij nodig had. 'Hij was heel slim in zijn connecties', zegt oud-VVD wethouder J. J. Brummelman van Haaksbergen over zijn vroegere burgemeester, drs. J. D. Gabor. Op 28 september werd Gabor beedigd als staatssecretaris van landbouw. Hij moet zich vooral toeleggen op natuurbehoud en milieubeheer. PvdA-burgemeester K. Wierenga van Enschede was het al dikwijls opgevallen dat Gabor het als burgemeester van Haaksbergen erg druk had in het CDA-circuit. 'Dat heeft hij goed weten uit te buiten en hij had daar ook de tijd voor', aldus Wierenga, 'want het burgemeesterschap van zo'n kleine plaats van 23.000 inwoners is zeker geen fulltime-baan. Zou hij geen staatssecretaris zijn geworden, dan zou hij hier toch niet lang meer gebleven zijn, maar om verder carriere te maken naar een grotere gemeente zijn gegaan. Hij had ook al naar Zwolle gesolliciteerd. Natuurlijk is hij erg ambitieus, maar iemand die dat niet is, zou ik van mijn kant maar een waardeloze figuur vinden.'

Jeno Dzsingisz (uitspraak: Djingis) Gabor (klemtoon op de eerste lettergreep) is van Hongaars-Oostenrijkse afkomst. Hij werd op 14 maart 1940 geboren in de Hongaarse stad Gyor, vlak bij de Tsjechoslowaakse grens. Hij was zestien, toen in 1956 in zijn land de volksopstand uitbrak die door de Russen werd neergeslagen. Tweehonderdduizend Hongaren vluchtten naar het Westen. Onder hen de jonge Gabor en zijn moeder.

Op 13 november 1956 bereikten ze Nederland. Dzsingisz ging naar het katholieke Canisius-college in Nijmegen. Hij zat daar op school met onder meer Ruud Lubbers en Jean Penders, nu Europarlementarier voor het CDA. 'Wij kenden Gabor toen nog niet of nauwelijks', zegt Penders. 'Hij zat namelijk op de HBS en wij op de gymnasium-afdeling van dat jezuietencollege. Daartussen bestond uiteraard een wereld van verschil.'

Nadat Gabor in 1959 eindexamen HBS-B had gedaan ging hij in Tilburg economie studeren. Drs. J. W. E. M. Mares, voorzitter van de Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond (KNBTB) en van het Landbouwschap studeerde in de jaren zestig ook in Tilburg. Hij weet dat Gabor een jaargenoot van hem was, maar niet meer dan dat. Mares meent dat Gabor onder professoren wel bekendheid genoot, maar een van hen, de hoogleraar algemene leer en geschiedenis van de economie Schouten, kan zich de student in het geheel niet meer voor de geest halen.

Na zijn doctoraalexamen met als studierichting internationale bestuurswetenschappen, ging drs. Gabor in 1966 werken bij de directie industrie en scheepvaart van het ministerie van economische zaken in Den Haag. Hij bleef er zes jaar, want het was, zo verklaarde hij onlangs in het blad Platform van het ministerie van landbouw, 'altijd mijn principe om eens in de vier tot acht jaar van baan te veranderen'. Gabor, die nog elf jaar ambtenaar zou blijven, woonde toen in de Zuidhollandse gemeente Woerden. Als trouw katholiek was hij in 1968 lid geworden van de KVP. Voor die partij zat hij vier jaar in de gemeenteraad.

Hoge functies

Vanaf 1972 tot zijn gang naar Haaksbergen in 1983 had hij diverse hoge ambtelijke functies in Den Haag, waar hij onder meer optrad als 'wederopbouw-coordinator' van de badplaats Scheveningen. Hij maakte ook deel uit van de CDA-fractie in de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Statenleden van de PvdA uit die tijd herinneren zich hem goed. Vooral uit de periode dat hij provinciaal lijsttrekker van het CDA was in 1982 en fractievoorzitter van de christen-democratische Statenfractie. Sommigen vonden hem 'een vrome koorknaap', maar het algemene oordeel luidt dat er goed met hem te werken viel en dat hij scherpzinnig en veelzijdig was. 'Wel waren we bijzonder verbaasd dat hij in 1983 zo plotseling verdween.'

Zeven jaar lang was Gabor, die in Den Haag door zijn werk voor Scheveningen als een echte terrier en een 'projectontwikkelaar van de goede soort' wordt gezien, burgemeester van Haaksbergen. Hij paste precies in het profiel dat voor het ambt was opgesteld. De nieuwe burgemeester van deze overwegend katholieke gemeente moest in de eerste plaats 'kerkelijk meelevend' zijn. Dat was hij. Hetzelfde geldt voor Gabors vrouw, Carla Koomen, die niet katholiek is maar Nederlands hervormd en voor het CDA in de Staten van Overijssel zit.

'Hij heeft zijn gemeente economisch enorm gestimuleerd', zegt de burgemeester van Enschede, de buurgemeente die met Hengelo druk bezig is uit te groeien tot de vijfde stad van Nederland. 'Daardoor is het geen slaapstadje meer, maar een dorp met een aantal leuke bedrijven.' Net als Wierenga is vrijwel iedereen in het Twentse vol lof over de oud-burgemeester. 'Haaksbergen is zeker niet te klein voor grootse ontwikkelingen. Gabor was daar heel goed in', zegt J. J. Brummelman, voormalig wethouder van economische zaken en financien. 'Toen hij kwam ging hij meteen op het bedrijfsleven af en haalde het uit het verdomhoekje. Hij was net een VVD'er. Hij heeft Haaksbergen echt een gezicht gegeven, ook al is het hem nooit gelukt om aan de Twentse mentaliteit te wennen. Daar was hij veel te ongeduldig voor en kon hij hier zijn energie niet kwijt. Mijn enige vijand is de tijd, zei hij altijd, want hij was echt een bezeten man. Voor ons hier was dat moeilijk, want de Twentenaar loopt nu eenmaal beslist niet hard. Die is erg bedachtzaam en wil niet worden opgejaagd.'

Burgemeester Gabor had goede relaties in het westen. Daardoor slaagde hij erin Ria Lubbers en de ministersvrouwen voor een bezoek naar Haaksbergen te halen. Mevrouw Lubbers kwam zelfs tweemaal, herinnert Brummelman zich. De eerste keer voor de plaatselijke schuttersfeesten, later nog eens voor de opening van het nieuwe zwembad. 'Wij in Haaksbergen vonden het echter wel een toenemend probleem dat hij zo vaak weg was', zegt Lia Verhagen, een apothekersvrouw die twaalf jaar voor D66 in de gemeenteraad zat. 'Natuurlijk wisten we al meteen dat hij geen blijvertje was, dat hij hogerop wilde. Dat stak hij bepaald niet onder stoelen of banken. Toch heeft hij van Haaksbergen heel veel werk gemaakt. Hij wilde zo ontzettend veel, beloofde ook veel, maar kon dat lang niet altijd waarmaken of iedereen naar zijn hand zetten. Toen hij hier kwam, woonde hij eerst heel eenvoudig in een flatje boven een winkel in het dorp. Maar later kocht hij een gigantisch huis om ontvangsten te kunnen houden. Hij voerde een hoge staat; dat heeft de gemeente nogal wat geld gekost.'

Kwaliteiten

Toen bekend werd dat de burgemeester van Haaksbergen als staatssecretaris naar Den Haag zou komen, had het CDA-partijbureau zijn kwaliteiten meteen op een rijtje. Niet alleen werd hij 'snel van geest, samenbindend en aimabel' genoemd, maar ook geroemd als 'een goede cijferaar, modern in zijn optreden, kortom een heel frisse man'. Verder zou Gabor iemand zijn van de top van het tweede echelon van de partij en met heel nauwe contacten met partijsecretaris Van Velzen. Vooral doordat hij intensief had meegewerkt aan de opstelling van het partijprogramma voor de Tweede-Kamerverkiezingen. Gabor zit bovendien op grond van zijn Hongaarse achtergrond in de commissie buitenland van het CDA, hij is voorzitter van de Werkgroep Midden- en Oost-Europa, ging met Ruding op stap naar Boedapest en is de man die deze week veertig Hongaarse burgemeesters moet ontvangen.

Direct na zijn beediging maakte Gabor niet alleen een kennismakingsronde op het ministerie, maar ging hij ook op zoek naar een flatje aan zee. En vond er, zo schreef hij in een dagboek in het dagblad Tubantia, iets wat 'klein, maar voldoende' is. Tegelijkertijd veroorzaakte hij consternatie onder zijn medewerkers op het ministerie door naast zijn werkkamer een badkamer te laten inrichten voor 50.000 gulden. Waarop het liberale Tweede Kamerlid P. Blauw hem vorige week prikkelend de vraag voorlegde of de bestaande voorzieningen ten departemente soms onvoldoende waren en of de staatssecretaris de badkamernota zelf betaalt of die voor rekening van het Rijk wil laten komen.

In verschillende opzichten zou Gabors start in politiek Den Haag niet erg gelukkig zijn geweest. Een hoge ambtenaar op het gebied van natuurbehoud wijst erop dat na het eerste contact van staatssecretaris Gabor en minister Bukman met een groot aantal natuur- en milieuorganisaties, deze instellingen 'bijna huilend' het pand verlieten. Gabor zou nogal 'bot' zijn geweest, onder meer met zijn mededeling dat milieu- en natuurorganisaties hem op zaterdag nooit op een jaarvergadering hoeven te verwachten omdat hij dan thuis bij zijn vrouw in Haaksbergen is.

Over de milieu- en natuurbeweging zegt Gabor zelf dat 'hun extremiteiten nooit tot beleid kunnen worden verheven, omdat beleid altijd het verzoenen van aspecten en zoeken naar harmonie is'. Toch vindt directeur mr. C. N. de Boer van de Vereniging Natuurmonumenten een goede verstandhouding met de staatssecretaris een 'absolute noodzaak'. Van een 'open gesprek' is echter nog geen sprake geweest, al 'hebben wij hem in eerste instantie vriendelijk en niet te scherp benaderd, want we moeten hem echt nog even de tijd gunnen', aldus De Boer.

De Stichting Natuur en Milieu is minder voorzichtig in haar oordeel over de nieuwe man bij Landbouw. 'Hij heeft er nog geen blijk van gegeven dat hij nieuw beleid wil uitzetten', signaleert stichtingsdirecteur P. Nijhoff. 'Dat hadden we wel gehoopt, want de cultuur van het ministerie is echt aan verandering toe. Hij zou een waakhond voor de natuur moeten worden, maar we hebben Gabor nog niet kunnen betrappen op enige voorliefde voor natuurbescherming. Tot nu toe verkondigt hij alleen maar uitgesproken traditionele landbouwstandpunten.' Nijhoff wijst ook op de manier waarop Gabor het manifest van de werkgroep De Zeeuw-Albrecht over duurzaam samengaan van landbouw, milieu en natuur 'aan flarden heeft geschoten'. 'In onze kringen is dat bepaald heel slecht gevallen.'

Drie dagen na Gabors aantreden stond het bestuur van het Landbouwschap bij minister Bukman en hem op de stoep. Binnenkort gaan de bewindslieden en de vertegenwoordigers van de boerenstand met elkaar uit eten, vertelt B. Oggel van het Landbouwschap. Gabor wordt een man genoemd die er 'lekker hard tegenaan gaat' en in agrarische kring een 'uitstekende reputatie' heeft door zijn optreden bij problemen met ruilverkavelingen. Van Oggel: 'Daardoor is het gaan rondzingen dat hij goed is in het oplossen van conflicten en geen oor heeft voor zulke op zichzelf mooie voorstellen als die van De Zeeuw-Albrecht, die in een avond in de kroeg bedacht lijken te zijn om alle wereldproblemen op te lossen.' 'In ieder geval', aldus voorzitter Mares van het Landbouwschap, 'is duidelijk dat wij voor Gabor niet bang hoeven te zijn. Hij is iemand die goed luistert en beslist geen vaktechneut.'