China lacht om 'prehistorische' oekazes

Advocaat van de (Chinese) duivel spelen - dat wil zeggen bij het vooral sinds vorig jaar diep gewortelde negatieve imago van China enige relativeringen plaatsen - is riskant, schreef ik 30 oktober op deze pagina. Het bewijs daarvan werd onmiddellijk geleverd. Een briefschrijver (M. van Beek, Chinese Propaganda, 13 november) suggereerde zelfs dat ik voor de Chinese propaganda ben gevallen. De schrijver is lid van de Tibet Support Group. Het is te respecteren dat iemand zich inzet voor de Tibetaanse zaak. Dat heb ik zelf ook steeds naar vermogen gedaan in mijn berichten en analyses over Tibet. Maar 'mono-activisten' zijn moeilijk voor te lichten. Zij baseren zich weliswaar op feiten, maar maken zich ook schuldig aan zwart-wit simplificaties, hyperbolen, verdraaiingen en onzin.

De briefschrijver demonstreert zijn gevoel voor nuance het beste, wanneer hij het heeft over 'China en (zijn) bezette gebieden', waaronder 'het bezette buurland' Tibet. Tibet was tot de ineenstorting van het Mandsjoe-chinese keizerrijk in 1911 een deel daarvan. De onafhankelijkheid die het vervolgens zelf heeft uitgeroepen is nooit door enig land erkend. Toen het nieuwe Chinese communistische regime in 1950 opnieuw centraal (militair) gezag aan Tibet oplegde heeft de wereld dat stilzwijgend aanvaard. Als het nationalistische Kwomintang-regime niet was verslagen, zou het zeker niet anders hebben gehandeld. Nogmaals, Tibet is geen Koeweit en China is geen Irak! Dat er in Tibet systematische onderdrukking is zal ik zeker niet tegenspreken, maar dat er 'volgens sommigen' en 'volgens schattingen' meer dan een miljoen Tibetanen zijn uitgemoord vind ik een onbruikbaar sweeping statement. Het feit dat zijne heiligheid de Dalai Lama dat hanteert, verheft het nog niet tot waarheid.

Schendingen

Zijn schendingen van de mensenrechten een binnenlandse aangelegenheid? Vergeleken met de invasie, annexatie, plundering en terrorisering van een volkenrechtelijk erkend buurland, zoals Koeweit in elk geval. Theoretisch zijn zij dat niet, zeker voor die landen die de Universele Verklaring inzake de Mensenrechten van de Verenigde Naties hebben ondertekend. Maar de praktijk is anders. Grote aantallen Derde wereldregimes beschouwen schendingen van de mensenrechten binnen hun grenzen tegen de eigen bevolking inderdaad als een binnenlandse aangelegenheid, vooral in tijden van crisis. Culturele verschillen, repressieve tradities en vooral verschillen in rechtsorde bepalen dat. De Chinese wetgeving bestempelt een aantal activiteiten als contra-revolutionaire of andere misdaden, terwijl dergelijke activiteiten in 'beschaafde' landen helemaal geen delicten zijn. Is China's wetgeving een binnenlandse aangelegenheid of niet? Ik observeer China's schendingen van de mensenrechten met droefheid en kritiseer die als dat zinvol lijkt, maar bedenk dan steeds dat de wereld niet in elkaar zit zoals Westerse en in het bijzonder Nederlandse mensenrechten-activisten wensen.

Verzachting

De situatie is sinds begin van dit jaar in zekere mate ten goede gekeerd. Ik heb duidelijk gesteld dat er geen nieuwe liberalisering is, maar wel een onmiskenbare verzachting van de repressie. De vrijlating van 881 politieke gevangenen en onlangs van de leidende dissident Wang Ruowang, zijn daarvan het bewijs. De kinderen van de leidende dissidenten in het buitenland, zoals Fang Lizhi, Yan Jiaqi en Su Shaozhi kregen toestemming om zich bij hun ouders te voegen. China had hen ook als gijzelaars kunnen vasthouden om hun ouders te chanteren tot stilzwijgen. Dat China dit niet heeft gedaan is deels aan de sancties te danken. Die hebben dus effect gehad. Spectaculair en compleet is dat effect niet geweest, maar dat heeft ook geen enkel land beoogd of verwacht. De sancties waren een gebaar van felle afkeuring voor het bloedbad en de barbaarse repressie die daarop volgde. Het feit dat de sancties nu opgeheven zijn betekent niet dat China weer in de gratie is. Voor 4 juni 1989 kon China rekenen op een voorkeursbehandeling van de meeste Westerse regeringen, bedrijven en banken. Voor mensenrechten gold een ongeschreven dubbele standaard, een strenge voor het Europese oostblok, een soepele voor China. Die dagen zijn voorbij en komen wellicht nooit meer terug. Buitenlandse investeerders zijn wegens hun lopende projecten geen dag weggebleven, maar staan niet te trappelen om nieuwe verplichtingen aan te gaan zolang het post-Deng tijdperk niet duidelijk is begonnen.

Ideologisch gaat de harde lijn weliswaar onverminderd voort, maar ideologie is nog slechts een interne aangelegenheid van de partij, die voor de samenleving elke relevantie verloren heeft. Een troepje dinosaurussen in het propaganda-departement van het Centrale Comite vaardigt de ene 'prehistorische' oekaze na de andere uit, maar de mensen lachen erom. Partijleden en intellectuelen die op 'studiezittingen' de teksten ambtshalve moeten lezen vallen in slaap.

Tot slot de suggestie van Van Beek om eens een kijkje te gaan nemen in Tibet of Oost-Toerkestan. Ik ben in 1980 in Tibet geweest en in 1986 in het gebied dat Xinjiang of Sinkiang heet. Het feit dat de briefschrijver zonder commentaar de naam Oost-Toerkestan gebruikt duidt erop dat hij een sympathisant van een onafhankelijk Oost-Toerkestan is of wellicht van een Groot-Turks rijk in Sovjet- en Chinees Centraal Azie. Zou dat de problemen van verpaupering, ethnische spanning en religieuze malaise ten goede komen? Ik denk van niet. Vele Moslim-leiders hebben verklaard dat zij nu geen onafhankelijkheid wensen omdat de Russen en Chinezen hen nog teveel verschuldigd zijn. Zelfs de Dalai Lama is ambivalent over volledige onafhankelijkheid, die alleen maar tot een nieuwe vorm van totale afhankelijkheid zou leiden. Journalistieke bezoeken aan Tibet en Xinjiang zijn op dit moment weinig zinvol omdat zij wegens de strenge beperkingen geen nieuwe inzichten opleveren.

Voor diplomaten gelden andere regels omdat zij achter de schermen werken. Vier Scandinavische ambassadeurs hebben zojuist een eerste opzienbarend bezoek aan Tibet beeindigd en de Drapchi-gevangenis in Lhasa bezocht. Daarin zitten onder anderen 56 politieke gevangenen die allen werden gearresteerd tijdens en na de anti-Chinese onlusten van de laatste jaren. De indrukken van de diplomaten waren niet rooskleurig maar het bezoek toont dat de Chinezen beseffen dat zij op het gebied van de mensenrechten geen carte blanche hebben en dat is ook weer aan de sancties te danken.