Arbeiders en boeren hebben massaal op Walesa en Tyminski gestemd; Mazowiecki kon de gewone Pool niet bereiken

WARSCHAU, 26 nov. - De klap is hard aangekomen, de gezichten van Mazowiecki's adviseurs trokken wit weg toen zij de resultaten zagen. Mazowiecki in de eerste ronde uitgeschakeld? Jacek Kuron, Bronislaw Geremek, Jan Litynski, Wladyslaw Frasyniuk en Aleksander Hall konden hun ogen niet geloven. In het hoofdkwartier stonden ze zwijgzaam en verslagen onder een levensgroot portret van premier Tadeusz Mazowiecki. Het opschrift sprak boekdelen: Sila Pokoju, Kracht van de Rust. In de zaal hing de stemming van een kerkhof, een stemming die bleef tot Mazowiecki binnenliep en wat mompelde over de destructie van de samenleving. De premier wilde wachten op de definitieve resultaten. Hij sprak snel en onsamenhangend, hij leek zelfs wat aangeschoten.

De adviseurs van Mazowiecki, tevens de ex-adviseurs van Walesa, hadden de verkiezingen afgeschilderd als een test voor de Poolse democratie, een keuze tussen democratie en populisme. In de tweede ronde op 9 december zouden zij, de 'democraten', Lech Walesa, de 'volksmenner', voorgoed uitschakelen. Het mocht niet zo zijn. In de tweede ronde staan twee populisten tegenover elkaar: Walesa en Tyminski. De intellectuelen, zij druipen af.

Mazowiecki en zijn staf hebben een slechte campagne gevoerd, te laat begonnen, te laks, niet inspirerend. De problemen die het land in de overgangsfase na een vrije markteconomie doormaakt werden afgeschilderd als natuurrampen. Pijnlijk, maar niets aan te doen. De Polen begonnen hun hoop te verliezen, Mazowiecki bood geen toekomstperspectief. Het communisme is weg, de problemen zijn groter geworden. De koopkracht daalde met dertig procent, de werkloosheid steeg en dreigt nog veel groter te worden. De enige boodschap die de Poolse arbeiders en boeren uit Warschau te horen kregen was dat 'ze moesten volhouden'. De boeren keerden zich massaal van Mazowiecki af: op het platteland haalde hij ongeveer tien procent van de stemmen, Walesa 36 en Tyminski 27. En de arbeiders hadden al evenmin vertrouwen in de regering: Mazowiecki kon rekenen op zes procent, Walesa op 42 en Tyminski op 32 procent. Alleen bij de witte boorden, de ambtenaren en het administratief personeel scoorde Mazowiecki met 36 procent het hoogst. Kortom, de wat minder opgeleiden in de stedelijke gebieden en de plattelandsbevolking stemden tegen Mazowiecki. En dat is de grote meerderheid van de Poolse bevolking.

De 'intellectuelen' die Mazowiecki als kandidaat naar voren hadden geschoven hebben een aantal fouten gemaakt. Zij zijn er nooit in geslaagd de politiek in den lande te verkopen. De privatisering - en de stijgende werkloosheid - werden als normaal afgeschilderd, de arbeiders werden bang. En de boeren werden vergeten, op dat niveau konden Mazowiecki en zijn medewerkers zich niet bewegen. Zij spraken over democratie, Westerse waarden en tolerantie, maar de boeren verpauperden en veel arbeiders gingen in staking. Alleen in de grote steden, in Warschau, Gdansk en Krakow, sloegen thema's van Mazowiecki aan, en vooral onder de studenten en professoren. Maar de meerderheid van de Polen gaf gisteren een anti-Mazowiecki-stem, tegen de regering, tegen het huidige beleid. Stanislaw Tyminski vergaarde alle proteststemmen, zonder een grote propagandamachine. Hij was onbekend, hij had niets te maken met 'Warschau'.

De medewerkers van Mazowiecki hebben zich volledig gefixeerd op Lech Walesa. Dat is logisch. Zij waren de vroegere adviseurs van Walesa, zij zagen in hem de bedreiging voor de 'democratie', zij zouden hem stoppen. Walesa werd afgeschilderd als een eenvoudige elektricien, die nooit president kon worden, die zich niet kon gedragen en die zelfs niet foutloos Pools sprak. Walesa stond buiten het politieke systeem, in Gdansk, en daar zou hij moeten blijven. 'Warschau' had hem niet meer nodig. Maar Walesa vocht terug, met zijn machtsinstinct, zijn bijna ongeevenaarde politieke sluwheid. De 'intellectuelen' (Mazowiecki, Michnik, Geremek en Kuron) hadden hem in tien jaar 'groot gemaakt', zij zouden hem niet meer 'klein' kunnen krijgen. Hij bestreed de regering-Mazowiecki en wierp zich op als de spreekbuis van de ontevredenen. Hij wilde opkomen voor de 'arbeiders en boeren' die de dupe werden van het gerommel in Warschau: Walesa wilde president worden, een leider die opruiming zou houden in Warschau, een president met de bijl. De populariteit van Mazowiecki, zes maanden geleden nog groter dan die van Walesa, daalde gestaag. De ex-adviseurs van Walesa wilden hem stoppen, zij stapten uit Solidariteit en zij richtten de Burgerbeweging voor democratische actie (ROAD) op. Mazowiecki zou hun kandidaat worden. Maar zij maakten een grote tactische fout: zij wilden de president laten kiezen via directe algemene verkiezingen en niet door het parlement, een vergaarbak van pas opgerichte en afbrokkelende partijen. ROAD vertrouwde op de populariteit van Mazowiecki. Walesa brak deze systematisch af, met retoriek. Mazowiecki was 'slecht voor de arbeiders en de boeren', hij was 'langzaam' en misschien wel 'geen echte Pool' (ergo: misschien wel een jood). Walesa schilderde de groep om Mazowiecki af als 'linksen, vriendjes van communisten'. Hij, Walesa, zou orde scheppen, hij drong de intellectuelen in de hoek, hij kweekte sentimenten tegen 'de eierhoofden en de joden'.

De populariteit van Walesa groeide, de campagne werd harder, er werd met modder gegooid. Vroegere strijdmakkers streden om de macht, een ordinair straatgevecht. De Polen waren teleurgesteld over de ruzie binnen Solidariteit. De nieuwe heersers waren voor velen niet veel beter meer dan de oude, zij streden om het pluche en de goed betaalde baantjes. Zowel Mazowiecki als Walesa heeft schade opgelopen bij de strijd binnen Solidariteit. Mazowiecki heeft verloren, een volledige afgang, vernederend, pijnlijk. En ook zijn adviseurs zijn ten onder gegaan. De 'intellectuelen' - zelfgenoegzaam en soms arrogant - hebben het pleit verloren. Zij konden de kloof met de 'gewone Polen' niet overbruggen en verloren het politieke machtsspel. En Walesa, de leider met de slimme, sluwe ogen, moet ook met minder dan een overwinning genoegen nemen, voor het eerst in zijn bewogen carriere. Hij moet het opnemen tegen Tyminski, de onbekende miljonair die iedereen gouden bergen belooft. Polen heeft zich voor een vreemde keus gesteld, het moet kiezen tussen een populist en een populist. Polen gaat weer twee weken van slogans tegemoet en wordt bij opbod verkocht: de democratie heeft gisteren verloren.