Woltgens hekelt 'gemiddelde norm'; 'Verzorgingsstaat mag niet verloren gaan bij Europese integratie'

DEN HAAG, 24 nov. De verzorgingsstaat zal een van de belangrijkste erfenissen blijken te zijn die aan de volgende eeuw wordt overgedragen. Zij mag volgens PvdA-fractieleider Woltgens niet verloren gaan door een te snelle Europese integratie, waarbij alles aan een gemiddelde norm moet worden aangepast.

In een rede tijdens een conferentie in Amsterdam van de Anne Vondeling Stichting waarschuwde Woltgens ervoor van 'nationaal' of 'Europees' geen morele keuze te maken. Het gaat om een praktische politieke afweging, zei hij, waarbij er voor gewaakt moet worden dat het tempo van de bestuurlijke integratie niet vooruitloopt op de belevingswereld van de burgers.

Het gemeenschappelijk buitenlands beleid, dat nu in de Europese Politieke Samenwerking is ondergebracht, moet naar de opvatting van Woltgens 'onder de werking van de EG' te komen. Veiligheidsvraagstukken mogen daar op termijn niet van worden uitgesloten. Daarnaast moet de eenzijdige gerichtheid van de EG op interne markt en economie worden opgeheven door ook terreinen als cultuur- en milieubeleid verder Europees uit te bouwen. 'Huiselijk gezegd, er dient vastgelegd te worden dat er meer waarden in het leven zijn dan geld verdienen.'

Een Europees milieubeleid zal naar Woltgens mening de nationale verschillen moeten respecteren. Het prikken van een gemiddelde in de normen en alle afwijkingen daarvan verbieden, zou hij desastreus vinden.

Europese samenwerking mag volgens de PvdA-fractieleider niet alleen gericht zijn op concurrentie, maar moet ook sociale en ecologisch doelen dienen. Hij accepteert daarbij niet de stelling dat de Nederlandse concurrentiepositie wordt bedreigd door sociale en ecologische doelen. 'Met de belasting- en premiedruk die wij in Nederland kennen, zijn wij toch in staat geweest een in internationaal opzicht bijna a-sociaal sterke exportpositie op te bouwen.'

Wat de bestuurlijke organisatie betreft vindt Woltgens dat te gemakkelijk wordt aangenomen dat een klein land als Nederland bij voorbaat belang heeft bij federale meerderheidsbesluitvorming. Of Europa aan de leiband komt te lopen van een Frans-Duits directorium hangt niet in de eerste plaats van een institutionele regeling af, maar van politieke druk en tegendruk, aldus Woltgens.